Comment

Frauke Jemandbrief 179: "Vrouwen...kom in het verzet..."

Beste Lezer,

Er is heel wat te doen omtrent het pensioen (en dat rijmt zowaar).

Vrouwen blijken er bekaaid vanaf te komen. En wanneer je uitspraken leest als “vrouwen zullen hun gedrag aanpassen aan nieuwe regels over pensionering”, wat wil zeggen: meer gaan werken, dan vraag je je af hoe krom redeneringen kunnen zijn. Bovendien zullen vrouwen die binnenkort met pensioen gaan, en zich niet meer kunnen aanpassen, al meteen gediscrimineerd worden.

Ik vraag me trouwens af hoe dikwijls vrouwen zich nog moeten aanpassen. Is onze elastiek oneindig rekbaar dan wel in te krimpen?

Er was een tijd dat het uit werken gaan voor vrouwen ‘not done’ was, zo lang geleden is dat nog niet. Neem nu mijn eigen moeder, zij trouwde na WOII. In die tijd van wederopbouw van het land had zij graag een winkeltje geopend in het dorp, maar dat kon niet omdat ze gehuwd was met mijn vader, die in overheidsdienst werkte. Deze vrouwen mochten niet werken. In veel beroepen was het een kwestie van eer en verantwoordelijkheid dat de man voor het gezinsinkomen zorgde. Het heeft haar dwars gezeten dat zij, die als jonge vrouw uit werken ging, dat plots niet meer mocht. Ze maakte er een punt van om al haar dochters te laten studeren zodat zij later een onafhankelijk leven konden uitbouwen. En zij was beslist niet de enige in deze situatie: er waren veel vrouwen die ronduit gediscrimineerd werden op de arbeidsmarkt.

Er was een tijd, we spreken van eind de jaren 60-70, dat vrouwen ijverden voor gelijke rechten, gelijk loon (dat is er nog altijd niet!), werk, en een gelijke taakverdeling tussen man en vrouw (is er ook nog altijd niet). Vrouwen werden als bijverdieners gezien die, in tijden van crisis, als eerste hun werkloosheiduitkering moesten inleveren. Ik zie de slogan, tijdens betogingen, nog voor me : “Vrouwen kom in het verzet tegen de Wulf en zijn kabinet”. Vrouwen probeerden het opvoeden van kinderen en werk te combineren. Heel wat vrouwen werkten deeltijds of startten met een job eens de kinderen al wat meer zelfredzaam waren. Omdat de zorg voor de kinderen uiteraard bleef kwamen er ‘onthaalmoeders’, want er waren amper crèches: deze vrouwen maakten hun job van het zorgen voor de kinderen van andere werkende vrouwen. Het bleef dus een vrouwenzaak. En al vlug stelden vrouwen vast dat ze nu wel iets van inkomen hadden, maar dat ze er gewoon een job bij hadden naast het huishoudelijke werk en de opvoeding van de kinderen, en soms ook nog de zorg voor ouders of andere familieleden. Er verschenen boeken over het fenomeen ‘supervrouwen’ die alles moesten combineren. Een groep thuisblijvende vrouwen ijverde voor de Sociaal pedagogische toelage: zij wilden een financiële waardering voor het thuiswerk, dat zinvolle onzichtbare werk, dat ondanks emancipatiepogingen toch niet door de vaders werd opgenomen. Er waren pro’s en contra’s en deze toelage is uiteindelijk verwaterd tot een zeer beperkte bonus voor mensen die zorgen voor hun kind met een beperking. En op een dag hoorde ik een man zeggen: ”Mijn vrouw kan beter thuis blijven, want wanneer we de kosten voor opvang, poets en huishouden moeten uitbesteden dan verdient ze bijna niks” - alsof de hele ménagerie enkel en alleen haar verantwoordelijkheid was.

Er was een tijd , weer een aantal jaren later, dat er meer crèches ontstonden, en naschoolse opvang, dat grootouders aan de schoolpoort verschenen of zieke kinderen opvingen. Man en vrouw konden aan het werk, taakverdeling in het gezin werd gepromoot, maar tot op vandaag zijn het de vrouwen die doorgaans het leeuwenaandeel van de taken op zich nemen. Babies kunnen vanaf drie maanden in de crèche, van hechting bij een vaste persoon in de eerste jaren wordt niet meer gesproken, en vanaf 2,5 jaar mogen de kleine dreumesen hun pamper en broek verslijten op de schoolbanken. Dit allemaal ten voordele van ‘de vooruitgang’. Intussen zitten de wachtlijsten vol met jongeren en ook zelfs kinderen met psychische problemen, sluiten crèches plots omwille van geen goede kwaliteit, zijn er blijvend veel te weinig crèches, leveren grootouders zoveel mogelijk hand- en spandiensten om de vele mazen in het samenlevingsnet te dichten. En wanneer deze laatsten dan zelf ziek worden en na één, twee, drie dagen thuiskomen uit het ziekenhuis is het niet vanzelfsprekend om ondersteunende hulp te vinden: “Het spijt me mevrouw ,maar we hebben een groot tekort aan personeel”. En wie dicht deze mazen in het maatschappelijke net?

Wat ik niet begrijp is dat een beleid, bij besparingen, niet het gehele plaatje bekijkt: Wat is prioritair in de samenleving? Willen we dat er nog kinderen op de wereld gezet worden? Wie zal die kinderen opvoeden tot boeiende volwassenen? Welke rol spelen mannen en vrouwen daarin? Hoe kunnen mensen, naast hun job, nog een kwaliteitsvol leven leiden in elke fase van hun leven? Zich verder ontwikkelen? Hoe kunnen de verschillende generaties er voor mekaar zijn in nood? Wat met wie moet afhaken en zorg nodig heeft?

Indien er besparingen moeten gebeuren: waarom telkens beknibbelen op de goede realisaties in onze samenleving? Ik bedoel datgene waar mensen beter mens van worden, waar mensen meer kwaliteit en levensmoed uit halen zoals (volwassenen)onderwijs, zorg, gezondheid, loopbaanondersteuning…

Waarom niet besparen en focussen op hogere snelheidsboetes, het belasten van grote inkomens en vastgoed? En moeten wij kleine garnalen echt zoveel geld uitgeven aan bewapening?

Mvg

Frauke J.

 

 

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 178 : De kleine garnaal en andere vissen in woelig water.

Beste Lezer,

Soms is het wereldnieuws een ware aanslag op je gezondheid, vooral op je gezond verstand.

Op een avond zit je voor de beeldbuis en je hoort dat de zogenaamde vredesduif uit Amerika een nieuwe oorlog is gestart. Een oorlog die volgens het internationaal recht niet correct is, dat wordt gezegd en bevestigd. Je slikt even, want er is alweer een wettelijke grens overschreden. Nogmaals.

Op een andere avond zie je in een duidingsprogramma onze minister van defensie, bijgestaan door een hoogleraar, praten over het beschermen van lidstaten indien nodig, over het voorbereiden van strategische plannen, kortom: stoere taal in tijden van oorlog. Alhoewel er toen aan België nog geen enkele vraag was gesteld, leek de bereidheid om mee te doen met de grote jongens maar al te groot. Wij kleine garnaal zwemmend tussen de grote vissen.

Foto/ Herman Baert

Je gelooft je oren niet.

Alsof wij nog niks geleerd hebben uit onze geschiedenis, alsof al die oorlogsherdenkingen van de laatste jaren één maskerade waren, een toeristische attraktie. ‘Nooit meer oorlog’ galmt als een holle frase in het ijle.

Geen afkeuring noch kritiek op het binnenvallen van een land, ook al onderdrukt dat land zijn bevolking. Maar hoeveel landen moeten er dan nog binnengevallen worden door de grote redder? Je zit je meer en meer te ergeren aan het kritiekloze gedram en vraagt je luidop af waar we in godsnaam mee bezig zijn. Je denkt aan die bijzondere uitspraak van een filosofe: “Het grootste kwaad ontstaat uit niet nadenken”.

Eén lichtpuntje die avond was de dokter, die zelf middenin talloze oorlogsgebieden gekwetste en onschuldige burgers heeft geholpen om opnieuw te leven of rustig te sterven. Een man die dus wel degelijk wist waarover hij sprak, het aan den lijve heeft ondervonden. Hij richtte zich met lijzige stem tot de hoogleraar en de minister en zei dat elk oorlogsslachtoffer van welke kant ook er één te veel is. Fijntjes wees hij de gesprekspartners op het met voeten treden van het internationaal recht, het selectief omgaan met oorlogsgeweld en de gevolgen daarvan voor de burgers: “Wat gebeurt er met het Palestijnse volk, de vele vermoorde kinderen, vrouwen en mannen? Wie komt voor hen op? Wat wettigt de tussenkomst in Iran?”

Helaas werden zijn bedenkingen en de discussie al vlug gestopt met een welles-nietesspel.

Zijn opmerkingen werden losjes weggewuifd met zinnen als ‘We leven nu eenmaal in andere tijden met andere machtsstructuren…’ .

Beste lezer: je krijgt de neiging te knarsetanden bij dergelijke platitudes, alsof internationaal recht er niet toe doet en wetteloosheid het nieuwe normaal is waarin de Europese landen, behalve Spanje, gedwee in de rij lopen. Wij, België, als kleine garnaal, die het oorlogsspel wil meespelen met de grote vissen.

Wij zijn verder weg van huis dan ooit.

 

Mvg

 

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 177: Verandering is de boodschap


Beste Lezer,

We zijn inmiddels al een eind ver in het nieuwe jaar en zoals altijd maken we goede voornemens, want hoe graag willen we niet dat alles anders wordt, zeker in onzekere tijden. Sommige politieke partijen maken er zelfs hun handelsmerk van. En er doen zich inderdaad veel nieuwe ontwikkelingen voor: zowel goede als bedenkelijke. Want verandering, dat willen we zo graag.

En toch kijk ik af en toe met een monkellach naar die veranderende wereld die, zij het in een nieuw kleedje gestoken, toch ook zo dezelfde blijft.

Neem nu de digitale vooruitgang, ik moet er nog aan wennen en kijk er niet alleen met een lachje maar ook met grote ogen naar.

Enkele maanden geleden was blijkbaar in mijn digibox, waar ik amper in kijk, een brief toegekomen met de melding dat ik mijn identiteitsbewijs of ID zoals dat tegenwoordig heet, moest vernieuwen. Daar ik dit veel te laat had opgemerkt en mijn ID bijna verlopen was dacht ik me nog dezelfde dag naar het stadskantoor te spoeden, maar hola! Dat is vandaag niet meer aan de orde. De lange wachtrijen in stadskantoren zijn letterlijk opgelost en vervangen door digitale tijdsblokken waarin je je kunt aanmelden. Je zit geen voormiddag meer ter plekke, je wacht nu één à twee weken thuis je beurt af. Hetzelfde scenario speelt zich af voor het afhalen van dat kleine kaartje. Zodoende kom je niet meer in een stadskantoor met volle maar met lege balies. Ik vraag me niet zozeer af waar al die stadsgenoten naartoe zijn, maar waar al die ambtenaren nu werken?

Alles via de computer, makkelijk zat, zegt de ene, anders maar ook een beetje hetzelfde, zegt de andere.

Herman Baert in samenspraak met ChatGtp

Met rasse schreden ontstaan nieuwe technologische ontwikkelingen die ons leven zoveel efficiënter en gemakkelijker (moeten) maken. We digitaliseren dat het een lust is, maar in welke mate zijn het echte veranderingen? En gaan ze gepaard met het begeleiden van mensen bij het gebruik? Je hebt dan een nieuw kaartje en plots moet je toeren uithalen om je hier en daar opnieuw digitaal te identificeren. Niemand die eraan denkt om bv. er een foldertje bij te voegen met wat uitleg, ook dat zoek je dan zelf uit op het internet.

Het lijkt zoveel gemakkelijker om je dienstencheques, je financiële verrichtingen online of met een app zelf te doen. Kantoren sluiten of zijn enkel open op afspraak, ook de banken , de ziekenfondsen…volgen dat model. Zodoende leren we, door gissen en missen, onszelf te behelpen want menselijke service of ondersteuning is een zeldzaam goed geworden is.

Het is de grote verandering van de laatste jaren.

En toch heeft deze verandering al een behoorlijk aantal mensen ettelijke tienduizenden euro’s gekost vooraleer de eerste waarschuwingen over phishing werden uitgestuurd. Om het in mensentaal te zeggen: al eeuwen lang wordt ons gezegd ‘pas op voor bedriegers’. Alleen is het nu een stuk moeilijker om deze waarschuwing niet alleen ter harte te nemen, maar de bedriegers te ontmaskeren. Het verschil met vroeger is dat de misdadigers destijds aanwijsbaar waren maar de digitale nu wereldwijd te zoeken en niet te vinden  zijn. En jawel soms komen ze aan je deur en bieden ze je ‘service’, maar dan wel degelijk om met je codes en je geld aan de haal te gaan.

Verandering en digitale wereld: het lijkt vanzelfsprekend voor wie met de computer is opgegroeid, deels in deze digitale wereld leeft. Het is wennen voor wie de dienstverlening van mens tot mens heeft gekend. En in beide werelden blijven bedriegers, bedriegers….. Verandering of gewoon anders?

Mvg,

Frauke J.

P.S.: Herman Baert vroeg ChatGTP: “Kan je een soort foto maken die iets laat zien van de digitale wereld waarin we zijn terecht gekomen?” Makkelijk zat dus. Of dit echt zo is, dat is voor later.

Comment

Comment

Frauke nieuwjaarsbrief 176: Wensen 2026

Beste Lezer,


Lang geleden dat ik je nog een brief schreef, er zijn nu eenmaal momenten in het leven waarin je de juiste woorden mist. Verstillen is dan het enige dat je kunt doen.

Maar in de overgang van oud naar nieuw, waarin mensen elkaar alle goeds toewensen, wil ik je via deze brief ook mijn ietwat late wensen overbrengen.

Wat wens ik de lezers van mijn brieven toe?

Een goede gezondheid, het is iets wat je wellicht al meermaals als wens gekregen hebt, en, beste lezer: ook ik wens je dit toe. Ook al leven we in een land waar veel mogelijk is inzake gezondheidszorg, we blijven kwetsbare mensen. Dus ook wanneer je één en ander te stellen hebt met je lichamelijke of geestelijke gezondheid wens ik je , naast goede hulpverleners, de nodige aandacht en ondersteuning van minstens enkele mensen uit je omgeving.

Net daarom wens ik je ook verbondenheid met andere mensen. Verbondenheid is de voorbije jaren een modewoord geworden, zodra een hoop mensen bijeen zijn spreekt men over verbinding, maar in mijn wens heb ik het over dat diepere belangstellende en luisterende oor in goede en kwade dagen, die helpende hand, een omgeving waarin we bij elkaar terecht kunnen, elkaar zien in wie we zijn.

En, beste lezer, ik wens je niet alleen verbondenheid met andere mensen, ik wens je ook verbondenheid met de natuur. In een documentaire over de Finnen zag ik goed ingepakte kinderen in het bos op boomstammetjes klimmen middenin de sneeuw, ze leerden het grootste deel van de dag buiten in het bos. Dat wens ik ook voor onze kinderen, het lijkt me een goed begin van een lerend leven. Een lerares vertelde vol enthousiasme over deze aanpak van groeien en bloeien van kind tot evenwichtige jongere en volwassene. Ouders gaven aan dat ze alle vertrouwen hebben in deze aanpak. Dat duwtje in de rug doet de leerkrachten wellicht deugd. Daarom wens ik je ook vertrouwen.

Vertrouwen krijgen en geven, zodat er veilige havens ontstaan, plaatsen en ruimtes om te ontdekken, te experimenteren, te groeien en verantwoordelijkheid te (leren) nemen. Dit wens ik niet alleen, maar zeker ook, onze jongeren toe, maar ook alle volwassenen van jong tot oud. Om te vertrouwen is het nodig minder vanuit wantrouwen te vertrekken, niet in een kramp te schieten wanneer iemand in de fout gaat, zoals onlangs een thuisverpleegster, en meteen iedereen van dezelfde fout te verdenken, maar in vertrouwen bij te sturen waar nodig zonder in ’moetens’ en ‘sancties’ te vervallen.

En tenslotte, beste lezer, wens ik jou, ons allen dus ook mezelf, de nodige moed om op zoek te gaan naar datgene waar wij onze schouders onder willen zetten, datgene waar we als verantwoordelijke burger in volle vertrouwen en met onze eigen talenten en mogelijkheden willen voor gaan: niet omdat het moet, er een sanctie op staat (één van de vele), maar omdat dit onze daadwerkelijke bijdrage kan zijn aan een leefbare samenleving waarin wij geloven en vertrouwen.

foto Herman Baert

Mvg

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemand brief 175 : 'Iedereen op de fiets' zeven jaar later

Beste Lezer,

Met permissie: tot nu toe noemt niemand mij een expert, maar met het gezond verstand kom je ook een heel eind. Zeven jaar geleden schreef ik je mijn eerste brieven, en raar maar waar: ik maakte me toen zorgen over het toenemende fietsverkeer. Alsof ik met een zienersblik zag of beter: aan den lijve ondervond waar de obstakels zich opstapelden.

Ik schreef je toen dat ik opnieuw op de fiets gestapt was gezien de slogan van de tijd - ‘Iedereen op de fiets’ - en ik had het over de veranderingen op het fietspad.

Het verschil met vroeger was dat ik me niet langer alleen op het fietspad bevond, we waren met velen. Tot mijn verbazing was dat fietspad desondanks niet zoveel breder geworden. Een snorfiets raakte, op een haar na, mijn volle fietstassen. Langs een drukke weg kwam me plots een fietser in tegengestelde richting tegemoet. Een beetje paniekerig begon ik te bellen maar ik kreeg een middelvinger, blijkbaar was dit stukje fietspad tweerichtingsverkeer. Fietsen van allerlei formaten en met verschillende snelheden passeerden mij”

Intussen is er nog een veelheid aan bak- en elektrische fietsen, pedelecs, steps en fatbikes bijgekomen, maar in mijn buurt en ook in de stad zijn de fietspaden niet noemenswaardig breder geworden.

“….. in de stad geraakte ik even uit koers, want fietsers reden er kriskras door elkaar en voetgangers baanden zich tussenin een weg. Ik had al mijn concentratie nodig om heelhuids uit die doolhof te geraken.”

Nu zijn de ongelukken tussen fietsers en voetgangers en fietsers onderling schering en inslag. Merkwaardig genoeg zie ik momenteel meer auto’s stoppen bij een zebrapad dan fietsers en het is vooral de voetganger die de klos is.

‘Iedereen op de fiets’ is toe te juichen, maar wie is ‘iedereen’ ?

Vandaag vraag ik me dat nog meer af dan zeven jaar geleden. En wanneer spreken we nu van ‘de langzame weggebruiker’? Tot op vandaag wordt daaronder verstaan: de voetganger, de fietser en de ruiter. Aangezien 80% elektrisch rijdt, en sommige tot 25km/uur, kunnen we bezwaarlijk nog van langzaam spreken. Onlangs voerde een groep mensen actie tegen het onveilig weg- en voetpadverkeer. Aangezien de ‘zogenaamde langzame weggebruiker’ ook in sommige winkelwandelstraten mag snorren voelen wandelaars en langzame fietsers zich nergens meer veilig.

Bravo dat de tijden veranderen en dat er alles aan gedaan wordt, ook in het verkeer, om het klimaat te verbeteren.

Tegelijk vraag ik me af waarom er iedere keer weer op korte termijn gedacht wordt. Ik ben geen verkeersdeskundige, maar toch: waarom worden er vooraf geen plannen gemaakt om na te gaan hoeveel vehikels op wielen een moordstrookje langs een steenweg kan slikken, hoe mensen zich gedragen wanneer ze wielen, dikke wielen, elektriciteit, snelheid onder zich voelen en of de voetganger het echte voetvolk of beter de underdog in het verkeer geworden is, en ook: welke nieuwe verkeersregels nodig zijn wanneer het verkeer anders wordt ingevuld?

Deze verkeersleek denkt dat als die vragen tien jaar geleden voorwerp van onderzoek geweest waren, dit nu wellicht zou resulteren in minder ongelukken en minder ergernis tussen de verschillende weggebruikers.

Mvg,

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand brief 174: Moeilijke woorden: ‘De Plek’

Beste Lezer,

Deze zomer zag ik in mijn krant een rubriek waarin een schrijver de kans kreeg om zijn of haar plek, al dan niet in het buitenland, te  beschrijven. Die plek zou dan uitnodigen tot inspiratie en tot schrijven.

Je inspirerende plek benoemen, het intrigeerde me wel. Want wat is ‘je plek’ eigenlijk?

Ik begon er over na te denken welke plek ik zou aanduiden als ‘mijn plek’.

Mijn eerste gedachte: ik kan niet om de realiteit van elke dag heen, ik kan maar van ‘een plek’ spreken als ik een dak boven mijn hoofd heb en niet te vergeten de drie b’s: brood op de plank, een bed en een verfrissend bad.

Dat is het minimum, zou je kunnen opperen, al zijn er nog behoorlijk wat mensen die daar enkel van kunnen dromen. Ze slapen in tenten op stoepen, in metro- en treinstation’s, of gewoon in een portiek.

Een tweede gedachte die bij me opkomt is dat ‘een plek’ veilig moet zijn. Een plaats waar je halve nachten wakker ligt uit zorg om je spullen of om je eigen levensbehoud is dat niet. Veiligheid is meestal synoniem van goed omringd zijn door mensen die het beste met je voor hebben. Zulk een plek geeft een thuisgevoel, de routine van de dag brengt een zekere rust.

Foto Herman Baert

Niet elke plek is per definitie thuis, er zijn best wel logeerplekken die je dat thuisgevoel kunnen geven, zelfs in een ander land. Of gewoon een kamer met eigen spulletjes: studenten denken misschien aan hun kot.

Eens de basis er is kunnen we overgaan tot ‘een inspirerende plek’. Spontaan moet ik denken aan de film ‘A room with a view’, een plek met een uitzicht: dat is voor mij inspirerend. Dat uitzicht kan vanalles zijn: ik lag ooit in het ziekenhuis en een vriendin bracht een hoogblauw schilderij binnen, niks anders dan een blauw vlak: het was een uitzicht. Maar ook een zicht op bomen, een vijver, een zee, een plein of eenvoudig gezegd een lege ruimte is inspirerend.

Kijken naar een leegte biedt kansen om die leegte te vullen met dromen, verhalen, gedachten, woorden, kortom creativiteit.

Hier en nu vanuit mijn kamer kijk ik uit op de boomkruinen die langzaam verkleuren, het kleurenschilderij tekent zich af tegen de grijsblauwe lucht.

Herfstige inspiratie.

Mvg,

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemand brief 173: “Sto ancora imparando”: “Ik leer nog steeds”

Beste Lezer,

 

Onlangs las ik over het leven van Michelangelo en de beroemde uitspraak van de Italiaanse kunstenaar:“Ik leer nog steeds” opperde hij toen hij 87 jaar was, en bleef volop creatief aan het werk. Ken je zijn beroemde David?

En inderdaad, ook hier in ons kleine landje is ‘Levenslang Leren’ al jaren een motto. Meer nog: er werd naar gestreefd om een gebalanceerd aanbod voor volwassenen uit te bouwen.

Al die inspanning heeft geloond, want veel mensen volgen cursussen en workshops in het volwassenenonderwijs en op andere plaatsen, het aanbod is groot. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik een uitspraak van één van onze ministers in de krant zag: “Ons volwassenenonderwijs blijft goedkoper dan dat in onze buurlanden. En gepensioneerden die een breicursus volgen om niet geïsoleerd te raken, zou ik aanraden: het verenigingsleven zoekt ook volk”.

In tijden waarin diversiteitsdenken deel uit maakt van een onze samenleving val ik pal achterover van een dergelijk platte en bovenal onjuiste uitspraak.

Ik wil ze graag even met u doornemen.

Mijn eerste verbazing:gaat over het feit dat breicursussen volgen gelinkt wordt aan gepensioneerden, én dat ze dit doen om niet geïsoleerd te geraken. Of hoe je het leven wel erg simpel, of beter: simplistisch kunt uitleggen.

Ouder worden is hier gerelateerd aan breicursussen, en dat terwijl breien net meer en meer populair is bij mensen van alle leeftijden. Het is een trend die al enkele jaren bezig is, net als naaien en ander creatief handwerk. Het zou mentale rust brengen, de concentratie verbeteren, tot contacten leiden in een drukke en eerder koude samenleving. Bovendien blijkt duurzaamheid ook een motief te zijn bij mensen die opnieuw zelf hun pulls en sjaals breien en zelf hun kleding maken.

Waarom ouderen naar een breicusus gaan is, volgens dezelfde bron, uit de isolatie komen. Hier wordt gesuggereerd dat ouderen cursussen volgen uit eenzaamheid. We kunnen de uitspraken van een beleidsmaker beschouwen als leeftijdsdiscriminatie- alsof je als oudere geen leerbehoeften en doelen meer hebt. Alsof gepensioneerden geen nood hebben aan levenslang leren!

Er zijn behoorlijk wat redenen waarom je op latere leeftijd opnieuw wenst te leren: omdat er nu eindelijk wat tijd vrij komt om datgene bij te leren waar zij misschien jarenlang van droomden, omdat zij bepaalde vaardigheden nodig hebben om een nieuwe richting aan hun leven te geven, om bij te blijven in de snelveranderende informatie- en communicatietechnologie…..en ga zo maar door. Maar de minister ziet dat als ‘investeren in jezelf’ en vergelijkt je verdiepen in een bepaald leergebied met ‘naar de kapper gaan’. Dit is een bijzonder merkwaardige manier van kijken naar ‘levenslang leren’.

Foto: H.Baert

Beste lezer, bij wijze van uitsmijter wil ik je graag laten kennismaken met enkele uitspraken te vinden op de website van de Vlaamse overheid :“Levenslang leren is een continue kans om te groeien en jezelf te ontplooien: als individu, als team én als samenleving. Een kans om nieuwe talenten te ontdekken die je misschien nog niet in jezelf had gezien. Een kans die je goesting en zelfvertrouwen doet krijgen om nieuwe wegen in te slaan. Eentje die je nieuwsgierigheid prikkelt en je wereld verruimt…We zijn ervan overtuigd dat levenslang leren de verantwoordelijkheid is van ons allemaal en dat het ieders welzijn én - bij uitbreiding - de hele samenleving ten goede komt.

Levenslang leren opent deuren naar een leven in beweging. Het maakt mensen sterker en veerkrachtiger te midden van de vele veranderingen die op ons afkomen. “

Dit zijn slechts enkele fragmenten uit het pleidooi voor levenslang leren van de Vlaamse overheid. De vraag blijft dan ook of besparen op de groei, op het welzijn van mensen en dan ook van de gehele samenleving de beste optie is; de minister heeft nog veel te leren.

Voor mij blijft het motto ‘levenslang leren’ als een paal boven water staan, van jong tot zevenentachtig (en ouder),naar het voorbeeld van Michelangelo - laat dit duidelijk zijn!

 

Mvg,

Frauke

Comment

Comment

Fraukebrief 172: Verscheurdheid omtrent een verscheurende situatie.

Beste Lezer,

Heb je het ook moeilijk met de verschrikkelijke beelden die ons dagelijks uit Gaza bereiken? En hoelang zullen we ze nog zien nu ook de journalisten, die ter plaatse zijn, worden vermoord? Na de terreurdaad van Hamas, twee jaar geleden, kwamen er vergeldingsmaatregelen vanuit Israël. Vergelding werd oorlog, en wat voor één: zoveel doden, mannen, vrouwen maar ook veel kinderen Aanvankelijk was iedereen op zijn hoede om Israël niet voor het hoofd te stoten, het Joodse volk heeft destijds zelf zoveel meegemaakt en de daden van de Palestijnse terreurorganisatie waren vreselijk. Er was aarzeling.

Maar dan die dagelijkse beelden uit Gaza: het huis moeten achterlaten, de ruimte die beperkter en beperkter wordt, de gebombardeerde ziekenhuizen, de voorzieningen die stilaan nihil zijn, een uitgehongerd en uitgedund volk dat ronddoolt in de ellende van het puin en zijn vele graven, het gevecht om eten van hongerige burgers die door het Israëlische leger als schietschijf gebruikt worden. Er zijn geen woorden voor, de beelden zeggen meer dan genoeg.

Onze informatiemaatschappij heeft ervoor gezorgd dat de mensheid niet meer kan wegkijken, maar de vraag blijft: wat kunnen we meer doen dan handenwringend toekijken? De vraag of er een genocide aan de gang is werd niet langer gefluisterd maar luidop uitgesproken.

De mensheid heeft inmiddels begrepen dat ze moet doen wat binnen haar mogelijkheden ligt om de druk op het beleid op te voeren, dat ze bij deze brutale schending van mensenrechten niet langer lijdzaam kan toekijken. En dat doet ze op verschillende manieren. Hier in België kwamen mensen meermaals massaal op straat om duidelijk te maken dat alle mensenrechten worden overtreden. Diverse groepen schreven protestbrieven en namen standpunten in. Op allerlei evenementen en plaatsen spreken individuen zich uit. Recent durfde de Joodse schrijver David Grossmann, die zelf ooit een zoon in het Israëlische leger verloor, de oorlogsmisdaden van zijn land een genocide te noemen. Hij had gehoopt dit woord nooit in de mond te moeten nemen. Internationaal komt er protest op gang en hier en daar spreken landen zich uit om Palestina te erkennen.

Maar soms gebeuren er rare dingen die de verscheurdheid tussen volkeren aantonen: onlangs verscheen in onze stad een banner met de tekst Palestijn=Mens. Op een dag was het woord Palestijn weggeknipt en enkele dagen later werd het gat opnieuw ingevuld met de Palestijnse vlag en het woord Mens.

Of hoe zelfs ver buiten het conflictgebied een oorlog tussen volkeren tot controverse leidt.

 

Fotomontage Herman Baert

Met vriendelijke maar bezorgde groeten,

 Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemand brief 171: “Ook sprookjes kunnen (bijna) vergaan: Tomorrowland”

Beste Lezer,

Het is weer komkommertijd dus niet veel nieuws onder de zon. Dezelfde oorlogen (helaas), hetzelfde geweld, de trektochten naar andere oorden …. en zoals elk jaar rond deze tijd: de ronde.

En dan, plots, staat het nieuws bol van een brand in Boom: het hoofdpodium van Tomorrowland staat in de fik en plotsklaps verschijnen reusachtige grijze wolken in beeld en verslaan journalisten een ware ramp: een podium waar twee jaar aan is gewerkt brandt af, en honderdduizenden festivalgangers, komend van heinde en verre, dreigen een weekend vol plezier te missen. Gelukkig zijn er geen doden gevallen, tenminste toen nog niet.

De hamvraag van die avond: zal Tomorrowland kunnen doorgaan?

Twee derden van het nieuws gaan op aan rook, aan getuigenissen van mensen die toch hopen het sprookje te mogen beleven, en de organisatoren die honderden mensen inschakelen om een nacht door te werken. Koste wat kost (letterlijk zelfs) zal het festival doorgaan.

En zie, de volgende dag is Tomorrowland uit de as herrezen! Hoerageroep op alle banken.

En toch, lezer, noodgedwongen aan mijn beeldbuis gekluisterd vind ik dit een doordenkertje.

Tomorrowland, mijmer ik, het is bijna symbolisch, ook het land van de toekomst kan met een vingerknip de lucht in vliegen. Wat een magisch universum van ijs moest verbeelden werd herschapen in een brandende toorts. Het land van ijs dat in vuur overgaat: het is ook voor de festivalgangers misschien een nadenker over de toekomst van onze planeet, de bosbranden overal en nu ook in de eigen speeltuin der illusies.

En hoe vergankelijk is een sprookjesland dat grotendeels uit isomo bestaat en bovendien nog schadelijke gassen uitwasemt? Het duurt niet eens een uur om een dergelijk sprookje in grijze wolken te zien opgaan. Gaat er hier een belletje rinkelen?

Niet dus … de volgende dag brengen journalisten alweer enthousiast verslag uit over het huzarenstuk dat de vorige nacht is gepresteerd: Tomorrowland staat opnieuw in de steigers. ‘Is deze daadkracht van mensen van de toekomst niet net een goed teken voor het land van morgen? Dat is toch toe te juichen? ‘, mijmer ik verder, en tegelijk brandt de vraag op mijn lippen: ‘Tegen welke prijs?’

Is het een teken des tijds dat de illusie van gedachteloos vermaak niet kapot mag worden geprikt en gewoon moet doorgaan? Is het gewoon noodzaak voor de organisatie om zovele dure tickets niet te moeten terugbetalen?

Zo zat ik maar te peinzen over datgene wat aan mijn oog voorbijtrok, en wellicht speelde daarin mee dat ik nog maar net de vierjarige herdenking had gezien van de watersnood in Wallonië. “4 Jaar later zijn de sporen van de ramp nog zichtbaar. De heropbouw is nog volop aan de gang. Met de steun van de Waalse regering namen de getroffen gemeenten al verschillende maatregelen. Maar er blijft materiële en emotionele nood en nood aan solidariteit.” Wat zouden sommige mensen daar, vier jaar geleden, blij zijn geweest met zoveel daadkracht, geld en middelen(?) in één nacht.

Een dag later stuurde een vriend me bijgevoegde kunstzinnige foto op en ik bedacht dat dit wel eens het echte Tomorrowland zou kunnen worden. Of hoe vuur en water mij aan het nadenken hebben gezet.

 

Foto Herman Baert

Mvg

Frauke J.

.

 

Comment

Comment

Frauke J. brief 170 : Waar is de sleutel voor goed onderwijs te vinden? Kleuter- en lagere school

Beste lezer,

 Nu de vakantie is begonnen is het misschien een ideaal moment om over onderwijs te mijmeren.

Al jaren wordt er gesleuteld aan ons onderwijs het is een eeuwigdurend proces, ik maak het al mijn hele lange leven mee.

De slingerbeweging wisselt af: soms slaat de slinger door naar meer ruimte geven aan het kind om zich te ontwikkelen, de sociale vaardigheden te bevorderen, en plots gaat de slinger opnieuw richting kennisoverdracht, of weten is meten. En er is altijd wel een alarmerende ranglijst waarin minder goed of ronduit slecht gescoord wordt. Op alle niveaus van het onderwijs maken we dit af en toe mee, en hop, we zijn weer vertrokken voor nieuwe doelen, nieuwe eindtermen en, vooral: nieuwe maatregelen.

Maar er is nieuws onder de zon: nu zijn de kleuters en lagereschoolkinderen aan de beurt.

Foto: Herman Baert

Voor het welbevinden van het kind zal er meer kennis overgedragen worden, de Nederlandse taal is al langer een heet hangijzer, en nu blijken ook getallenleer en weetjes uit de geschiedenis belangrijk te worden. Ik hoop dat kleuterleid(st)ers en onderwijzers nog de tijd vinden om diezelfde kleuters te leren hun jas aan te doen, zindelijk(er) te worden, klaar en duidelijk te spreken. Het Engelse onderwijsmodel blijkt in de favorietenlijst van onze onderwijsminister en haar discipelen te staan.

Al jaren begrijp ik niet hoe het komt dat de scholen in de Scandinavische landen - minder lesuren per week, minder toetsen, veel aandacht voor brede ontwikkeling - toch zulk hoogkwalitatief onderwijs bieden. In schril contrast staat dit met de kinderen die ik ’s morgens al om acht met loodzware boekentassen door de straten zie sjokken. Ik hoor hen om de haverklap praten over toetsen hier en toetsen daar, over rapporten en cijfers.

Staat dit straks ook onze kleuters te wachten? Want weten en meten staan bij ons hoog aangeschreven. Zij die nog maar net (of net niet) uit de pampers zijn krijgen straks wellicht ook een rapport of toch minstens een eindtoets.

Zijn zij de toekomstige 17-jarige afhakers die vroegtijdig schoolmoe zijn van zoveel luisteren en bank zitten? Ik vraag het me af.

En dan zijn er nog de leerkrachten, die om de haverklap nieuwe beleidslijnen te verwerken krijgen. Als je daarnaast ook nog regelmatig als ‘onbekwaam’ wordt afgeschilderd ga je wel twee keer nadenken of je voor een klas van 25 kleuters of lagereschoolkinderen wenst te staan. En is het niet net dat wat het lerarenberoep in de Scandinavische landen aantrekkelijk maakt: een zorgzame opleiding, kortere lesdagen en werken in kleine lesgroepen? Ik vermoed dat dit zowel de leerling als de leerkracht motiveert.

Een reisje Finland lijkt me de aangewezen vakantietrip voor onze onderwijs en beleidsmensen.

Mvg,

Frauke J.

 

 

 

Comment

Comment

Fraukebrief 169 : Wanneer ook de ziekenhuizen sluiten : Gaza

Beste Lezer,

Nog maar net had ik u onderhouden over het Vlaamse ziekenhuis waar ik me enkel zorgen hoefde te maken over het beddenvervoer in de gangen (fraukebrief 168) of mijn blik werd getroffen door de titel van een nieuwsbericht: ”Laatste ziekenhuis in noordelijk Gaza sluit de deuren”.

Het is nooit mijn bedoeling geweest u te overvallen met alle slechtnieuwsberichten uit de wereld; wanneer echter in Gaza de ziekenhuizen worden gebombardeerd of bedreigd, wanneer mensen worden neergeschoten bij de schaarse voedselbedeling, wanneer in een conflict niets of niemand wordt ontzien, zelfs niet de kinderen - die massaal sterven - dan kan ik niet anders dan mijn afgrijzen daarover met u te delen.

Mijn onmacht ook.

Foto H.Baert

Naast veel woede en tranen vloeien ook veel woorden over deze misdaden tegen de mensheid. Als de leiders van een volk, dat niet zo lang geleden zelf een genocide meemaakte, dergelijke misdaden begaan, dan beroert dat heel veel mensen. Veel politieke leiders aarzelen met de veroordeling en terechtwijzing ervan omwille van het feit dat het volk van het huidige Israël ooit zelf een bijzonder groot slachtoffer was.

Een column uit diezelfde krant, waarin een psychiater zich de vraag stelt waarom mensen steeds hetzelfde trauma willen herbeleven, gaf mij een beter inzicht. Ze zag in haar dagelijkse praktijk hoe slachtoffers van traumatische ervaringen in staat zijn, zij het soms onbewust, om op hun beurt dit soort trauma’s zelf te veroorzaken. “Herhalingsdwang is demonisch”, citeert ze Freud.

Zij trekt een parallel met het onnoemelijke leed dat de Joden werd aangedaan en dat nu zijn herhaling vindt in het al even onnoemelijke leed van de Palestijnen.

Deze keer, beste lezer, kunnen we niet zeggen dat we het allemaal niet geweten hebben, want we worden dagelijks geconfronteerd met schrijnende beelden. Deze keer komt het volk wel op straat en uit zijn ongenoegen over de gang der zaken. Ook deze keer kunnen we ons de vraag stellen wat onze politieke leiders tegenhoudt om standpunten in te nemen.

Is het enkel het delicate slachtofferschap van een volk destijds, of zijn er meer redenen waarom men eerder op de rem staat dan duidelijk stelling te kiezen?

Je hoeft niet geleerd te zijn om te kunnen voorspellen wat deze traumatische ervaring op haar beurt met de nog overblijvende Palestijnse kinderen en jongeren zal doen.

Mvg

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 168: Andere straten in een andere stad: het ziekenhuis

Beste Lezer,

 Deze brief schrijf ik je niet vanuit mijn eigen straat maar vanuit een geheel andere plek, daar waar de straten een kleur hebben en gerelateerd zijn aan ziektedomeinen of functiemetingen.

Het ziekenhuis: een stad op zich.

Ik heb me geïnstalleerd buiten de drukke wachtruimte, dicht bij een rond punt dat de groene straat met de rode, de oranje en de paarse verbindt. Een kruispunt van straten dus, waar witjassen en groene marsmensen af en aan lopen. Sommigen haasten zich naar een andere straat, één of ander toestel met zich meesleurend. Anderen kuieren, blijkbaar in pauzemodus, al dan niet met een bekertje of versnapering in de hand. Jongens en meisjes in witblauwe pakjes duwen rolstoelen en bedden voor zich uit, daarin zitten of liggen halfwakkere mensen ietwat verdwaasd voor zich uit te staren.

Foto: H.Baert

Het is een komen en gaan, een ware verkeersdrukte.

Voor zover ik kan zien bevind ik me in een kelderverdieping, één van de onderaardse gangen waar ontwaakruimtes afwisselen met consultatie-eilanden. Aangezien ik vlak aan de bocht zit heb ik een goed zicht op de verkeersdrukte. Je hoort het rollend vervoer al van verre toesnellen en soms in meerdere gangen tegeljjk. Het mag een wonder heten dat hier geen-aanrijdingen gebeuren!

Ik voel de neiging verkeersagente te spelen, maar gesandwiched worden tussen twee bedden lijkt me nu ook niet aantrekkelijk. Eén keer is het alle hens aan dek, wanneer een ploegje geelrode hulpverleners de gangen doorstoomt met een trolley waar één of ander toestel op staat en iemand iets over hartbewaking lispelt.

Nu er toch werken in dit ziekenhuis aan de gang zijn bedenk ik dat stoplichten hier misschien een optie zijn: een rondpunt zoals in het regulier verkeer is wellicht ook een mogelijkheid? Ik mijmer maar wat, want ik ben allesbehalve een verkeersdeskundige of expert terzake.

Maar bij dit mijmeren doemen plots andere beelden, van andere ziekenhuizen, op waar gehavenden met verschrikte gezichten bijeengepakt zitten. Gisteren nog zag ik op televisie niet langer een kapotgeschoten ziekenhuis waar patiënten in allerijl naar buiten gerold worden maar ’bij gebrek daaraan’ een erg sober veldhospitaaltje tussen het puin. De doden lagen als mummies op een plastic zeil omringd door hun rouwende geliefden.

En laatst zag ik een documentaire over mensen die wekelijks in lange rijen aanschuiven om in het naburige dorp toch maar door een dokter geholpen te worden.

Nu ik al deze beelden in één lange film voor bij zie glijden, met als achtergrondgeluid het rollend materiaal van dit comfortabele ziekenhuis, lijkt een stoplicht of een rond punt plots een luxeprobleem. Het lijden van patiënten die het vege lijf moeten zien te redden tussen kapotgeschoten gebouwen, die hun doden moeten begraven in onterende omstandigheden: het komt plots schrijnend dichtbij.

 Mvg

 Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 167 : ‘Omarm de traagheid’: het verkeer


Beste Lezer,

‘Omarm de traagheid’: deze titel stond onlangs in de krant. Ik vond het een mooie gedachte.

De traagheid omarmen is zowaar mijn mantra geworden wanneer ik me op de openbare weg begeef. Wanneer ik traagzaam, niet-elektrisch laveer tussen elektrische steps, bak- en andere fietsen flitst deze zin door mijn hoofd. Als een weerkerend refrein is hij aanwezig wanneer ik in het spitsuur als voetganger een poging waag om de hoofdstraat over te steken.

Terwijl alle elektrische tweewielers mij links en rechts voorbij sjezen voel ik me meer en meer een eenzaam wezen in een krabbenmand, en omarm ik de traagheid.

Waarom langzaam wanneer het ook snel kan? Waarom vijf km per uur rijden wanneer je fiets er 25 kan? Met al die gewonnen tijd kun je zoveel meer doen! Maar wat wil dat zeggen, zoveel meer doen? Wat doen mensen zoal met de ‘gewonnen tijd’?

Foto: H.Baert

Mensen vragen mij: waarom rij jij niet elektrisch, het is zoveel efficiënter? Elke poging om uit te leggen waarom faalt, er zijn immers argumenten genoeg om het rijden sneller te laten verlopen.

En toch, al sinds de jaren tachtig is er een hang naar vertragen: er zijn trends en bewegingen die pogingen doen om het traagzame, tegenwoordig slow genaamd, in ons leven terug te brengen. In Italië was er een beweging die slow food promootte, op verschillende plaatsen in Vlaanderen probeert men slow music te introduceren. In Nederland is er zelfs een organisatie die allerlei cursussen, lezingen en activiteiten organiseert om het traagzame leven een plek te geven.

Vooralsnog zie ik dit streven niet in de chaos van ons verkeer aanwezig. Bijzonder goed dat er zoveel meer mensen op de fiets zitten dan vroeger, helaas crossen ze veelal op veel te smalle fietspaden en krijg je dezelfde reflexen als in het autoverkeer: bellen wanneer het niet vlug genoeg gaat, rechts voorbijsteken, iemand bijna omverrijden. Je bent pas een sukkel wanneer je de traagheid omarmt als de school uit is: fietsen, steps, brommers, bakfietsen en auto’s stuiven de baan op.

Eerlijk? Ik voel me op een dergelijk ogenblik meer verwant met de kleuter- en lagereschoolkinderen die aan een gezapig tempo huiswaarts gaan. Ik pleit, net als bij het spoor, voor een hoge snelheidsbaan en een trage baan in het fietsverkeer. Zodat er toch ook plaats blijft voor wie de traagheid omarmt.

 Mvg

 Frauke J.

 

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 166: Staken is een recht, en toch…

Beste lezer,

Onlangs liep ik in het treinstation tussen nogal wat verdwaalde reizigers. In allerlei talen werd ik aangesproken met de vraag of deze of gene trein wel zou rijden. Nu was ik goed voorbereid op mijn eigen treinrit: daar het een grote lijn was reed er toch minstens één trein om het anderhalf uur. Uiteraard zaten alle wagons propvol, en ik bedacht dat je in goede gezondheid moet verkeren om tegenwoordig het openbaar vervoer te nemen.

Onfortuinlijker waren de reizigers die aansluitingen moesten halen, en vooral de toeristen of anderstaligen die niet op de hoogte waren van een alternatieve dienstverlening. Iemand vertelde mij al uren onderweg te zijn. Iemand anders vroeg me of het de volgende dag voorbij zou zijn. Helaas moest ik de slechtnieuwsboodschap brengen dat dit meer dan een week zou duren. De sfeer was enigszins verwarrend, maar ook gelaten. En ik spreek hier nog niet over al de mensen die door overmacht waren thuisgebleven. Zou dat lukken, negen dagen lang?

Betogen en staken, het zijn middelen om druk uit te oefenen op het beleid, het is een manier om je ontevredenheid te tonen. Het is het recht van de burger.

Is langdurig staken dan een manier om nog meer druk uit te oefenen, de grootte van je misnoegen te tonen? Of zou het ook anders kunnen?

Foto: H.Baert

Of het gijzelen van de reiziger wel een goede manier is: daarover zijn de meningen verdeeld.

Toen ik onlangs in het nieuws hoorde dat “een treinstaking geen reden is om van je werk weg te blijven of om thuis te werken en dus loon te verliezen” deed me dit toch nadenken over het gebruikte drukkingsmiddel en wie daar dan de dupe van is. Intussen zijn we enkele weken verder en opnieuw dienen zich stakingen aan en onlangs ook bij bussen en trams. Hoe moet iemand die afhankelijk is van het openbaar vervoer gaan werken, naar school geraken of dwingende afspraken nakomen?

Wat ik me ook afvroeg, gewurmd tussen de medereizigers, tijdens die negendaagse staking: gezien mensen afhankelijk zijn van elkaar: wat indien elke beroepsgroep besluit om langdurig of om de haverklap te staken? Hoe moet dit dan in ziekenhuizen, woonzorg- en andere centra en nog andere instellingen met zware beroepen? Hoe ziet een stad eruit na negen dagen zonder stadsreiniging, wanneer de bakkers, kruideniers en winkelcentra gesloten zijn, brandweer en politie het werk neerleggen?

Staken is een recht, daarover ben ik met mezelf in het reine, maar hoe zit het met solidariteit tussen burgers? Dat is toch ook een dingetje? Ik had zin om erover door te bomen met de medereizigers, maar we zaten net iets ‘te’ op elkaar gepakt om een zinnig woord te kunnen uitwisselen. Hoe dan ook is het stof om over na te denken of creatief op zoek te gaan naar een verscheidenheid aan drukkingsmiddelen die niet steeds hetzelfde doelwit(de medeburger) raken.

 Mvg,

Fauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 165: Moeilijke woorden: ChatGTP

Beste Lezer,

Het is tegenwoordig een hele klus om de nieuwe woorden in de krant te begrijpen. Van de gebruikte afkortingen word ik niet veel wijzer. A.I. en ChatGTP zijn zulke woorden die regelmatig in mijn blikveld komen. Blijkbaar is men vol lof over dat nieuwe ding dat, alweer, veel tijd bespaart en mensen werk uit handen neemt. Ik ben dus gaan opzoeken wat ChatGTP(Generatieve Pre-training Transformer) eigenlijk is. Ik heb begrepen dat het een robotachtig iets is dat zelf teksten kan maken, een soort ‘slimme tekstschrijver’. Meer nog: die teksten zouden rapper geschreven zijn en zelfs beter dan wat de mens kan schrijven. Indien ik het goed begrijp is mijn brievengeschrijf aan jou dus stilaan overbodig. Wat zeg ik: dubbel overbodig, want brieven schrijven is blijkbaar niet meer van deze tijd, en vanuit jezelf aan iemand schrijven is binnenkort ook uit de mode, want chatGTP neemt het over. Meer nog: artikels,liederen, verhalen, films en toneelteksten: dat kan die chatGTP allemaal, aldus de informatie die ik van het internet plukte.

Wonderbaarlijk, zegt de ene, tijdbesparend zegt de andere, je kunt er ontzettend veel mee doen zeggen nog anderen. Hier en daar ook wel kritische noten, vooral bij mensen voor wie schrijven, herschrijven, tekst maken hun job is.

De technologische ontwikkeling raast maar verder, ik ben allesbehalve een expert in die zaken en toch ben ik geneigd om het addertje in het gras te zoeken, want het gaat me te snel en misschien wel te ondoordacht.

In al dat enthousiasme over die nieuwe ontwikkelingen bekruipt mij soms dat rare gevoel dat ‘de mens en het menselijke’ stilaan verdwijnen als zelfs het schrijven wordt overgenomen door de techniek.

Al deze slimme dingetjes sluipen ongemerkt ons alledaagse leven binnen, en hoe je het draait of keert: het doet iets met ons leven en onze leefgewoonten. Herinner je nog die handige iPhone waar we intussen afhankelijk van geworden zijn? Hoeveel sneller hebben we niet een tekstberichtje gestuurd of een beeld gemaakt dan een telefoongesprek gevoerd. Maar intussen bellen we minder en voeren we minder echte gesprekken. Scholen trekken aan de alarmbel omdat jongeren voortdurend met de IPhone bezig zijn en veel jongeren amper iemand rechtstreeks durven aanspreken. Het ontmoetende gesprek tussen mensen is minder geworden. Nu komt ook het schrift in het gedrang. Is zo’n chatGTP de doodsteek voor de creatieve geest, voor het uiten van onze ware gevoelens, voor het poëtische schrijven en ja, ook het schrijven van ‘echte’ brieven? Zal de technologie straks ook ons denken overnemen, onze kritische geest inpalmen? Zou dat kunnen? Dat we als mensen het nadenken afleren, of is dat misschien al bezig?

Neen, ik ben geen expert maar voorlopig is het toch nog mogelijk om, met het nuchtere verstand, deze snelle ontwikkelingen kritisch te bevragen, en de voordelen tegen de nadelen af te wegen.

 Mvg,

 Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 164: Een overdosis Trump

Beste Lezer,

Ik weet niet hoe jij er over denkt, maar ooit leerde ik dat woorden waar een ‘te’ voorstaat niet deugen, behalve dan ‘tevreden’.

Welnu, voor mij is er in de voorbije weken een ‘teveel aan Trump’ in de media. Je kunt geen nieuwsuitzending meer meemaken of er komt alweer een onheilsboodschap uit Amerika.

Vorig en ook dit weekend was Trump op bijna elke pagina van de krant aanwezig: uitdagende uitspraken en blikken, decreten die de haren te berge doen rijzen, schimp- en schampscheuten zijn aan de orde van de dag.

Ik vraag me af of het wel zo gezond is deze president zoveel aandacht te geven. Is het niet zoals met een kind dat anderen jent en pest: sommigen keren zich van hem af, anderen proberen zijn gedrag te kopiëren. In een klas is dit kopieergedrag nog onder controle te krijgen, daar kinderen nog kunnen bijgestuurd of, laat ons zeggen: welopgevoed worden.

Op wereldschaal is het echter een ander verhaal, want waar gaat het naartoe met deze aardbol indien elke wereldleider uitbazuint dat het klimaat er niet toe doet, dat enkel en alleen je ‘eigen volk’ telt?

Wat minder aandacht voor het negatieve gedrag is dus vooral voor een volwassene heilzaam. Want veel aandacht krijgen is ook veel macht hebben over anderen. Vooral wanneer deze volwassenen vaststellen dat grofheid, pesterijen, uitdagingen goed scoren bij een groepje fans, dan worden ze meestal nog baldadiger. In een klas zijn er ook wel kinderen die ‘the bad guy’ net leuk vinden omdat hij uit de band springt, en ook een president heeft een schare fans die dol is op foute uitspraken en beslissingen, anders zouden ze hem niet opnieuw verkiezen.

 Al sinds de covidpandemie valt mij op dat de focus in de nieuwsgaring wordt gelegd op het meest sensationele en het tot in den treure uitdiepen van slechtnieuwsverhalen. Men lijkt te vergeten dat nieuwsgaring niet alleen bestaat uit negatieve berichtgeving. Dit leidt ertoe dat een groep mensen zich afkeert van het nieuws. Ik hoor nu al mensen zeggen: “ik kijk enkel nog naar het jeugdjournaal, dat begint met goed nieuws ipv met die vervelende man die maar raaskalt en telkens in beeld komt”. Je hebt ook mensen die het nieuws bannen uit hun leven waardoor ze, volgens onderzoek, net vatbaarder worden voor fake news.

Zelf ben ik voorstander van een nieuwsdieet waarbij de duidingsprogramma’s niet eindeloos het strafste feit van de dag blijven herkauwen. Ook de neiging om het kleinste nieuwsfeit onder een vergrootglas te leggen is erg storend. Waarom denken journalisten dat je met slecht nieuws het beste verhaal maakt? Ik zie je nu denken: maar het doel van journalistiek is toch kritisch te zijn!

Uiteraard ben ik het volledig met je eens, maar soms is ‘minder net meer’.

Ik pleit er niet voor om een balorige president dood te zwijgen, wel om die president minder spreekgestoelte te geven in de media: maak wekelijks een samenvatting van één halve pagina over de laatste nieuwe ontwikkelingen en strapatsenen schrijf er een kritische commentaar en of duiding bij.

Ik pleit voor meer evenwicht in de berichtgeving: melk niet elk detail over de vorming van een nieuwe regering eindeloos uit maar plaats het één keer in een ruimere context.

Door minder herhalingen, minder spreektijd voor balorigen, minder focus op alleen het negatieve komt er meer ruimte vrij om kort en krachtig slecht nieuws te brengen. Daarnaast komt er ruimte vrij voor nieuwe ontwikkelingen, ik geef enkele voorbeelden: de trend van groepen jongeren om hun koopgedrag te veranderen en voor tweedehands/vintage te kiezen, te ontspullen…Initiatieven en levenswijzen in het daglicht te stellen die het klimaat ten goede komen. En niet te vergeten de vele nieuwe ontwikkelingen, in andere landen en continenten, die de samenleving proberen op de rails te houden. De pogingen die ondernomen worden om steden te vergroenen …de duizenden vrijwilligers die belangeloos ondersteuning bieden in zachte sectoren, de boeiende kijk van zovele mensen die nu enkel via een opinieartikel hun ei kwijt kunnen. Soms is oud nieuws ook nieuws: het kan helpen om een actueel probleem historisch te duiden.

Om maar te zeggen: er is meer nieuws te vertellen dan enkel ‘het nieuws over de nieuw verkozen president’.

 Mvg

 Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 163 : “Pardon, kent u mij?”: waar is de poëzie gebleven?

Foto H.Baert: Beeld in de Leuvense Kruidtuin: Zittend meisje Lydia Stefani

Beste Lezer,

Tussen de berichten over regeringsvorming, Trumpiaanse onheilsbeslissingen en oorlogscorrespondentie door las ik dat de jaarlijkse aandacht voor de poëzie is opgestart.

Het thema dit jaar: ‘Het lijf’, en mits wat poëzieaankopen krijg je de bundel ‘Plakboel’ cadeau. Ben ik zo vervreemd van de poëzie dat de titel ‘Plakboel’ me niet direct aanzet tot het lezen van deze bundel alhoewel er wellicht mooie gedichten in staan. De titel doet me denken aan tafels vol knutselspullen, kelders vol houtlijm, kortom: ‘een boeltje’. Misschien ben ik in veler ogen een wat naïeve romanticus gebleven, of een fantaste, maar ‘het lijf’ brengt mij dichter bij titels als ‘Kom naast me liggen’ en ‘ik wil je aanraken’, maar wellicht klinkt dit niet langer origineel of te cliché. Hoe dan ook: wat mij betreft liever ‘lijfelijkheid’ dan ‘lijf’, en liever spelende mensen dan nuchtere passages uit de biologieles.

Toch begrijp ik wel dat in deze emotionele ijstijd er gezocht wordt naar iets zachts en warms als thema, zoals een ‘lijf’. Alleen heb ik soms het gevoel dat we door de kantelingen in de wereld ontstellend nuchter worden en de poëzie, ondanks vele goede bedoelingen, langzaam maar zeker uit ons leven verdwijnt.

Ik vraag me af of dit ook ingegeven is door onze vele contacten in de virtuele wereld: dat de woorden en dingen hun oorspronkelijkheid en ja, ook poëzie verliezen.

Ik neig er meer en meer toe te denken dat dit zo is.

Hoeveel mails van onbekenden beginnen niet met: Hoi Frauke, Hallo Frauke, Dag Frauke…zelfs de Vlaamse Overheid permitteert het zich mij met mijn voornaam aan te spreken.

Er gaat Iedere keer een licht schokje door mij heen wanneer organisaties mij aanspreken met mijn voornaam. Kent u mij, denk ik dan, want door deze familiaire aanspreking lijkt het alsof ze mij al jaren kennen, en toch is dat niet zo. Eigenlijk is dit fake news.

Nog meer poging om mij in de digitale wereld dichterbij te halen vind ik in aansprekingen als deze: “Hallo Frauke hoe gaat het met je….” , “Frauke we missen je”….Er wordt een illusie van vertrouwelijkheid of nabijheid gesuggereerd die, wat mij betreft, een vorm van ongewenste intimiteit is. En toch blijken we het te aanvaarden als de gewoonste zaak van de wereld, niemand spreekt hier over Me Too.

Echter: je voornaam, die je doorgaans bij je geboorte door je familie gegeven is, is iets intiems, een voornaam gebruiken is voorbehouden aan mensen die mij kennen. De aanspreking ‘Beste Mevrouw …’ schept de gewenste afstand en klinkt helemaal anders dan “Hoi Frauke”.

Met het uitspreken van de voornaam van iemand die je kent begint eigenlijk de poëzie van de ander. Spontaan moet ik nu denken aan de film ‘Call me by your name’, en daarmee zijn we weer heel dicht bij het thema van de poëzieweek gekomen. Of toch zeker bij ‘lijfelijkheid’ en het cirkelen rond de liefde en vriendschap tussen twee mensen.

 Mvg,

 Frauke J.

 

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 162: Nieuwjaarsbrief aan de scholieren,

Beste scholier,

 

Mijn nieuwjaarsbrief schrijf ik speciaal voor jou. Ik doe dit omdat jij, die op de schoolbanken zit, in de corona- en postcoronatijd heel wat op je brood kreeg.

De plotse uitbraak van een pandemie zorgde voor een grote verandering in je leven. Plotsklaps werd je uit je normale ritme gerukt, je moest thuisblijven en online les volgen. Zelf herinner ik me, maar dat is lang geleden, zoiets als ‘schooltelevisie’: dan kon je als extraatje, voor wie na schooltijd maar niet genoeg kreeg van leren, educatieve programma’s volgen. Maar dat was iets anders dan wat jou overkwam. Nu brak nood wet en online leren was opeens een feit.

Of je dat lukte of niet: daar werden weinig woorden aan besteed.

Na de pandemie ontstond er een nieuw probleem (of was het er al eerder?): je kon opnieuw naar school maar met mondkapje en er waren te weinig leraren. Zelfstudie werd plots een begrip, veelal moest je het met minder echte lestijd stellen en het dus zelf maar oplossen.

Of je dat lukte of niet: daar werden weinig woorden aan besteed.

Hier en daar daagden nieuwe onderwijzenden uit andere beroepsgroepen op. In het parkje niet ver van mijn voordeur hoorde ik je soms klagen over die van biologie: “ze heeft precies nog nooit lesgegeven”.

Of het je lukte om les te krijgen van experten zonder leservaring: daar werden weinig woorden aan besteed.

Allemaal nieuwe situaties, en toch lag voor jou aan het eind van het semester of het jaar de lat even hoog als vroeger. Verzachtende omstandigheden, daar werd of wordt niet over gesproken. En laat ons eerlijk zijn: je leraren maakten en maken ook een moeilijke tijd door.

Want iets later, of dit alles nog niet genoeg was, kwam ‘het onderwijs’ opnieuw in het oog van de storm. Eén of andere bolleboos kwam aandraven met de vaststelling dat het leren van Latijn niet slimmer maakt en er werd onderzoek bovengehaald over de verslechterende cijfers voor wiskunde en Nederlands.

En zoals dat gaat: elk probleem wordt opgelapt. Kleuters: gedaan met al dat gespeel, we gaan niet alleen onze jas leren aandoen maar ook taal leren.

Nieuwe leerdoelen met Nederlands en wiskunde in de hoofdrol komen er aan.

Maar lieve scholier, wat ik jou vooral wens in 2025:

dat het onderwijs een veilige plek wordt waar je de kans krijgt om te ontdekken wat het betekent mens te zijn. Dat is een grote wens waar je slechts stapje voor stapje kunt in groeien en die veel meer inhoudt dan de kennis van wiskunde en Nederlands alleen. Het is ook kennis maken met de verhalen van grote beschavingen en culturen uit het verleden, voorbeelden ontdekken van mensen die gisteren en vandaag hebben getracht om in waarheid te leven. Naast kennis en ontdekking wens ik je ook wijsheid toe, door te leren kritisch na te denken en op die manier je blik te verruimen, zodat je geen meeloper wordt maar een persoonlijkheid ontwikkelt.

Ik wens dat je je medeklasgenoten echt ontmoet, niet enkel via chat, en dat jullie leren zorgdragen voor elkaar. Dat je creatief leert je talenten te ontdekken, zodat je later een leven kunt opbouwen dat werkelijk de moeite waard is voor jou.

Neen, beste scholier, deze wens zal niet in één jaar uitkomen, maar ik zal het je opnieuw en opnieuw toewensen. Ik zal het blijven herhalen zodat ook mensen die met onderwijs bezig zijn, je leraren maar vooral ook politiekers, op hun beurt begrijpen dat onderwijs meer is dan weten is meten. Dat onderwijs niet enkel gaat over je klaarstomen voor de arbeidsmarkt, maar dat onderwijzen bijdraagt aan kennis, wijsheid en vaardigheden om menswaardig te leven.

 

Mvg

Frauke J.

 

 

 

Comment

Comment

Nieuwjaarswens aan alle lezers

Aan alle lezers van mijn blog,

 

Graag stuur ik je veel goede wensen voor 2025: het zijn labiele tijden maar laten we ons niet ontmoedigen en blijven nadenken, blijven hopen en intussen kritisch en creatief zijn.

Lezer je stuurt mij af en toe een reactie op één van mijn brieven.

Ik lees elke reactie met grote belangstelling, het is inspirerend en een stimulans om zelf verder na te denken.

Helaas is het voor mij onmogelijk om iedere keer te antwoorden.

Weet dat ik alle reacties, zij het nu voor of tegen, met graag lees. Blijf me schrijven.

 

Je zeer genegen,

 

Frauke J

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 161: Moeilijke woorden: diversiteit, inclusie

Beste lezer,

 

Een tijd geleden las ik een aantal getuigenissen van ouder wordende werknemers die zich niet meer gewaardeerd voelden op de werkvloer. Meer nog: sommigen voelden zich uitgerangeerd, door de directie liefst zo snel mogelijk richting uitgang gebonjourd.

Jawel, het gaat hier over de ‘hardwerkende mens’ waar politici het zo graag over hebben.

Spontaan kwam het woord diversiteit bij me op, een woord dat gemakkelijk in de mond genomen wordt. We gebruiken het veel wanneer we het hebben over ras, etniciteit en culturele verschillen. Maar politieke overtuiging, geslacht, fysieke mogelijkheden en ja, ook leeftijd maken eveneens deel uit van onze diversiteit.

Vanuit het beleid worden maatregelen genomen om mensen langer te laten werken terwijl er op de werkvloer wordt geklaagd over pesterijen en het opzijzetten van oudere werknemers. Dat zou een belletje moeten doen rinkelen.

Cultuurverschillen, man/vrouwverschillen maar ook generatieverschillen zijn vandaag een feit, daar kunnen we niet meer omheen, zowel op de werkvloer als in ons dagelijks leven. Er zal zeker een veelheid aan verschillen zijn tussen al die mensen, maar er is toch ook gemeenschappelijkheid. Neem nu het streven naar een goed loon voor goed werk, het behouden van de baan, ijveren voor een beleid dat de werknemers ten goede komt? Uiteraard zal elke levensfase wel zijn eigen charme, mogelijkheden en moeilijkheden kennen en wellicht kijken jongeren soms anders naar bepaalde zaken en brengen ouderen, mannen en vrouwen, werknemers met een andere culturele achtergrond andere ervaringen mee. Maar is dat een probleem? Iedereen die werkt heeft eigen talenten en ervaringen en daar horen respect en waardering voor die andere bij, of deze nu jong of oud is en van welke origine ook. Je hoort erbij met je mogelijkheden, je vaardigheden en je talenten: dat is toch wat we ‘inclusie’ noemen?

 Ik zou er zelfs willen aan toevoegen dat wie die talenten en mogelijkheden niet meer kan gebruiken het ook verdient om in zijn/haar waarde gelaten te worden. Of zoals twee gepensioneerden onlangs  verzuchtten: “We hebben heel ons leven ons best gedaan, we verdienen daarvoor toch respect.”

Deze uitspraak indachtig pleit ik voor werkelijke ruimte in het omgaan met verschillen tussen mensen, welke die ook zijn. Het is de inspanning waard om met waardering en respect met mekaar om te gaan. Het leven en de samenleving zouden er op kleine schaal al een stuk aangenamer door worden.

Of zoals Remco Campert het in een gedicht over vrede verwoordt:

“…Vrede is niet het ontbreken van strijd maar het besef van harmonie en respect en gelijkwaardigheid in een wereld vol diversiteit…”

Vredevolle feesttijd.

Mvg,

Frauke Jemand

 

 

Comment