Comment

Frauke J. brief 103: ‘Raak niet aan de kinderen’

Beste Lezer,

‘Het is vandaag dag van de kinderen, ik ga taarten bakken’, meldde mijn buurvrouw. Ik was verbaasd, want ik wist niet van een kinderdag in deze tijd van het jaar. Zij wist me te vertellen dat sommige landen 1 juni tot Dag van de kinderen uitgeroepen hebben, en dat er dan allerlei leuke activiteiten, feestjes en uitstappen voor kinderen en hun familie doorgaan. Hier in België zorgt zij voor een feestje met haar familie en een aantal vrienden met kinderen. Een lichtpuntje, vond ik, want de laatste tijd waren mijn gedachten erg somber wanneer ik aan kinderen dacht.

Pas enkele weken geleden nog werd ik in het hart getroffen door beelden van neergeschoten kinderen in Palestina en Israël. ‘Hoe zit dat met een samenleving die zijn toekomst doodt?’, kwam spontaan in mij op.

Ik herinner me tijden waarin ‘raak niet aan de kinderen, dat is het allerlaagste’ een algemeen goed was in de wereld. Het was echt wereldnieuws wanneer dat gebeurde; vooral oudere lezers zullen dat herkennen. Alhoewel, nog niet zo lang geleden rolde een golf van verontwaardiging door Europa bij het zien van het dode vluchtelingenkind op het strand. Het knagen aan de rechten van kinderen is echter al langere tijd bezig.

 

Intussen zijn verdronken kinderen amper nog nieuws. De voorbije maand telde men onder de doden in de Palestijnse gebieden één derde kinderen. Hoe is het zover kunnen komen, waar is het er ingeslopen, dat een samenleving zijn toekomst doodt. Het wordt vermeld in de nieuwsuitzendingen als pijnlijk feit, meer niet. Waar is de internationale verontwaardiging over deze gang van zaken: kinderen die gedood worden, kinderen die op vele plaatsen zware oorlogstrauma’s oplopen, kinderen op de vlucht, kinderen die seksueel misbruikt worden: hoe moeten zij ooit een toekomst opbouwen?

Op kinderdag wil ik het daarom uitroepen, uitschreeuwen: ‘Raak niet aan de kinderen! Laat ze niet verdrinken in de oeverloze zee! Laat ze niet ’s nachts moeten vluchten in de vuurzee van in brand geschoten huizen… Laten we, inderdaad, taarten bakken voor de kinderen, of minstens voor voldoende eten zorgen. Laten we hen een dak boven het hoofd geven en de nodige ruimte om te zingen, te dansen, te leren, te dromen.

Dat wens ik vandaag alle kinderen van de wereld toe.

foto Herman Baert

foto Herman Baert

Er is nog veel werk aan de winkel.

 

Mvg,

 

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke J. brief 102: Vaccineren vaccineren vaccineren

Beste Lezer,

Heb jij al een vaccin gekregen? Eén prik of twee? Mochten we elkaar nu lijfelijk - maar wel op afstand - tegenkomen, dan zou het gesprek gaan over welk vaccin, en of er bijwerkingen waren. Maar eigenlijk wil ik het met jou hebben over hoe goed en toch bijzonder efficiënt deze campagne georganiseerd is, ondanks alle doemdenkerij vooraf. Wat mij betreft mogen de organisatoren en alle vrijwilligers dik in de bloemen gezet worden. Het mag dan enkel figuurlijk zijn: ik werp boeketten vol naar al deze mensen.

Vaccinatie3.JPG

Nu plots lijkt het allemaal vanzelfsprekend, alsof we al jaren vaccinatiecentra hebben; niemand piept er nog over, tenzij iemand voor zijn beurt gaat – dan, ja dan is het alle hens aan dek. Want goed nieuws is blijkbaar geen nieuws. Heb jij, lezer, je ook afgevraagd welk gigantisch werk de voorbije maanden gepresteerd werd.

Waar je weinig of niets over hoort of leest, is dat allerlei locaties in een mum van tijd omgetoverd werden: donkere ruimtes, die ogen als discotheken , aangepast aan deze tijd (neen, dansen is niet aan de orde), de stoelen staan op veilige afstand van elkaar, midden op de dansvloer ipv tegen de muren. Er klinkt een muziekje op de achtergrond waardoor je je neiging om een dansje te doen moet onderdrukken. In de verduisterde omgeving zijn er allerlei kleurige lijnen en lichtjes aangebracht: ze wijzen je de weg naar de plek waar jij zijn moet. Mensen verdwijnen achter de gordijntjes van de schuilhutten die her en der, maar ordelijk, zijn neergezet. Geen ‘ai’ of ‘auw’, geen kreten noch gefluister: alles verloopt in optimale omstandigheden. Eerlijk gezegd, ik sta paf van deze feilloze organisatie met infobalies, digitale borden waarop je nummer verschijnt, een klok die aanduidt wanneer je het pand mag verlaten.

Met belangeloze inzet wijzen vrijwilligers je vriendelijk de weg, schrijven je in, geven je een prik, houden een bemoedigend praatje en een oogje in het zeil. En meer nog: wie niet tot in het vaccinatiecentrum geraakt wordt opgehaald of ter plaatse geprikt, en op sommige plaatsen stappen alweer vrijwilligers ter plekke, op de markt, op je af om je te overtuigen van het belang van de vaccinatie.

Duizenden mensen trekken, bijna in processie, naar de vaccinatiecentra en toch heb je niet het gevoel van een algehele overrompeling. Geen groot kabaal, geen journalisten die de zoveel miljoenste prik in de spotlights willen zetten. Enkel wanneer er een korte kink in de kabel van de vaccinleveringen komt, wordt dit in kranten en nieuwsuitzendingen gemeld.

Intussen zal wellicht al meer dan de helft van de Belgische bevolking ingeënt zijn.

Met permissie: ik vind dit een waar bravourestukje!

Mvg

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke J. brief 101: ‘Onze wereld één groot terras’

Beste lezer,

Natuurlijk gun ik elk diertje zijn pleziertje en elke mens zijn grote wens. Maar dat het opnieuw openen van de terrassen dagen aan een stuk hoofdthema van de nieuwsuitzendingen was: dat is voor mij van het goede te veel.

Ik voel zelfs enig ongemak bij deze gang van zaken, en daarin ben ik duidelijk niet alleen. Ook jij, lezer, meldde me je ergernis over het vele palaveren over terrassen al dan niet met plexiglas, over hoeveel tafels er mogen, enz. Na de vele nieuwsberichten over kappers (kapsels inbegrepen) en nagelstudio’s (nagelvijlen inbegrepen) werd het me plots, en misschien al lang, te veel. Iemand liet me weten: ‘Het lijkt wel of het voorbije jaar alles om ons kleine landje draaide’, en zelf bedacht ik: straffer nog - de laatste weken lijkt het of België één groot terras is geworden waar de belangrijkste gebeurtenissen in het leven en in de wereld zich afspelen. Kleine geneugten worden als bijna wereldnieuws gepresenteerd.

Soms vraag ik me af hoe mensen, die met werkelijke problemen geconfronteerd worden, zich daarbij voelen. Neem het gezin hier om de hoek: ze zijn uit hun eigen land, in oorlog, gevlucht, hebben allen en alles achtergelaten om hier, hopelijk in vrede, een nieuw leven op te bouwen. Of anders de vrouw die al maanden op de wachtlijst staat om een dringende ingreep te kunnen ondergaan. En dan hebben we België nog niet eens verlaten. Uit het weinige nieuws dat we over landen als India en Nepal vernemen maak ik op dat het daar pure ellende is. De beelden van velden vol crematievuren in het avondlicht zeggen genoeg.

Beelden zijn vluchtig, zegt men, maar dit beeld staat op mijn netvlies gebrand.

Gisteren las ik in een tijdschrift: ‘wie de dood ontmoet heeft is in staat tot nadenken’, het is een uitspraak van een kunstenaar die intussen al lang overleden is. Ze blijft echter veelzeggend en doet mij nadenken over deze tijd, zijn nieuwsgaring en wat er daadwerkelijk toe doet.

 

Mvg,

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke J. 100 : Coronabrieven: ” Geluk kun je niet kopen, je moet er niet op hopen”

Beste Lezer,

In de krant van het voorbije weekend stond een opmerkelijke uitspraak: “Wij blijven de kroongetuigen maar voelen ons steeds vaker pretbedervers”. Ze kwam van een intensivist die dagelijks, op de intensieve zorgen van een groot ziekenhuis, het gevecht met covid van nabij meemaakt. Pijnlijk en eenzaam is het geworden, voor verzorgers en zwaar zieken. Weg het applaus en weg de lofbetuigingen. Weg, lijkt ook het medeleven.

Zijn uitspraak staat in schril contrast met het dagelijkse nieuws (dat al lang geen nieuws meer is) over het gemis van een pint, het openen van een terras, het knippen van het haar en het vijlen van de nagels. Alsof het grote geluk daarvan afhangt! Ik weet niet, lezer, of ook jij een dergelijk ultiem verlangen koestert, of net als een zwijgende groep wat ongelovig naar de TV staart. Hoe is het zover kunnen komen?

Ik moet dan denken aan de eerste zinnen uit een gedicht van een lagereschoolmeisje: “Geluk kun je niet kopen. Je moet er niet op hopen…”

Nochtans lijkt het alsof geluk en vrijheid nu afhangen van de gelegenheid tot het kleine individuele genot op een terras of van een etentje. De coronaregels worden vervangen door de wet van de consumptie. Je hoeft echt geen filosoof te zijn om te beseffen dat we ketens weggooien om ze door andere te vervangen. Maar het liefst willen we alle miserie vergeten. Helaas: zo werkt het niet.

In een tijd van pandemisch ongemak wordt de vraag scherper met welke waarden wij Westerse mensen ons geluk en onze vrijheid verbinden. Zelfs in moeilijke tijden.

Dat debat mag, wat mij betreft, wat meer plaats krijgen in de media.

Ja, lezer, ik zou het dan, naast persoonlijk genot, ook graag over solidariteit en verbondenheid willen hebben. Hoe vullen wij deze woorden in? Hoe blijven we stevig geworteld zelfs op een hellend vlak? Hoe maken we er in deze tijd, waarin iedereen het lastig heeft, een ‘samen uit samen thuis verhaal’ van, in de gedachte: ‘geluk kun je niet kopen, je moet er niet op hopen’.

Mvg

 Frauke J.

 Ps: met dank aan E.

Foto Herman Baert

Foto Herman Baert

Comment

Comment

Frauke J. 99: Frauke coronabrieven: ‘Een Niemand is ook Iemand’

Beste Lezer,

Hier is dan mijn - bijna - honderdste brief. Ik weet niet of je je nog herinnert, maar het begon allemaal met de grote nood om als zogenaamde ‘niemand zonder stem’ ook mijn mening te geven. Aangezien ik nooit antwoord kreeg op mijn brieven aan kranten, aangezien ik geen bekende Vlaming, noch machtig noch zeer geleerd ben, belandden mijn brieven aan de krant wellicht rechtstreeks in de prullenmand, want ik kreeg nooit een antwoord. Laatst heb ik het nog eens geprobeerd, en deze keer kwam er een beleefd briefje terug ‘dat men al een teveel aan opinies had’. Raar, dacht ik, dat het wel dikwijls dezelfden zijn die hun mening mogen ventileren, raar ook dat sommige van die meningen niet altijd van gewoon gezond verstand getuigen - en toch krijgen ze een podium. Hoe de mediawereld in elkaar zit weet ik niet. Het zegt wel veel over hoe de wereld in elkaar zit.

Gelukkig, lezer, bracht jij me op het idee om mijn brieven in een blog te gieten. Ik heb daar nog geen spijt van, en jaar na jaar zie ik het aantal lezers groeien. Dat is bemoedigend.

Eerst dacht ik afscheid van je te nemen bij mijn honderdste brief, maar opnieuw was jij het, lezer, die me aanmoedigde om nog even verder te doen.

Laten we afspreken dat ik je schrijf zo lang ik denk iets te zeggen te hebben, en laat me op tijd weten indien jij vindt dat mijn mening er niet meer toe doet.

Het voorbije jaar heb ik vooral over corona, dat intussen covid-19 geworden is, geschreven. Stilaan ga ik het opnieuw wat ruimer zien. Ja: laat ons samen wat nadenken over de vele vragen des levens, en ons verwonderen over de kleine en grote dingen.

 Mvg,

 Frauke J.


Frauke Corona-28.JPG

 Ps: Bij deze bedank ik ook de fotograaf die nog altijd beeldende inspiratie vindt bij mijn brieven.

 

Comment

Comment

Frauke J.98: Frauke coronabrieven: Het teveel aan slecht nieuws.

Beste Lezer,

Bent u ook wat verzadigd van slecht nieuws? Ik alleszins wel. De dag begint bij mij met koffie en de krant. Ik betrap er mij op dat ik de laatste maanden de eerste pagina’s van de krant systematisch oversla, en dan ben ik al bijna bij de sport aangekomen want het wereldnieuws blijkt amper nog te bestaan. Maar aangezien sport niet echt mijn ding is, ben ik ook daar gauw door. Hop, naar cultuur dan. Maar op cultureel gebied valt niet veel te beleven en dus is mijn krant vlug uit. Er zijn uiteraard nog de pagina’s met radio en tv-nieuws en het weerbericht. Het weerbericht, dat sla ik nooit over, het kan je opvrolijken of wat ontmoedigen, dat is een dubbeltje op zijn kant, maar toch…. En dan zijn er nog de cartoons, die heb ik graag. Je kunt dan tenminste eens lachen. En geef toe, beste lezer: we zijn hoognodig aan humor en lachen toe. In het TV-journaal en de duidingsprogramma’s is het meer van hetzelfde.

Nieuwsmakers hebben het nog altijd niet begrepen, want minutieus willen zij, samen met experten, opnieuw en opnieuw meer dezelfde thema’s uitleggen en bespreken. Er zijn veel variaties op die thema’s: wat kan er allemaal mis gaan met ons? Laatst zag ik een piepklein berichtje in een krant, waarin een viroloog al uitspraken deed over vaccins in de komende vijf jaar. Het nieuws is dan: één slechtnieuws zin uit een interview dat in een magazine stond. Speculaties over hoeveel golven we nog gaan meemaken, en verhalen over nieuwe virussen die ons bedreigen. Zeg nu zelf, lezer: je zou van minder depressief worden.

Ik heb altijd horen zeggen dat je ‘de patiënt’ maar zoveel informatie geeft als hij aankan. Zijn wij, intussen niet allemaal patiënten die een gemeenschappelijke diagnose gekregen hebben? Het is goed dat we klaar en duidelijke informatie krijgen, maar bij een ernstig zieke doe je toch ook geen uitspraken over zijn behandeling binnen vijf jaar en of hij, als hij nog leeft, al dan niet helemaal blut zal zijn of niet. Of wat hem gedurende die vijf jaar nog allemaal kan overkomen. Beetje bij beetje behappen wat je overkomt is zo al lastig genoeg.

Ik pleit dus voor meer nuchterheid in het nieuws, en daarnaast mag er meer variatie zij en hier en daar wat humor in sluipen. Soms kijk ik uit naar een ouderwetse circusvoorstelling, of waarom niet eens een reuzecartoon op de voorpagina van de krant, of het nieuws beginnen met lentebeelden(het vroegere interludium). Het mag.

 

Mvg,

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke J.97: Fraukecoronabrieven: Van huishoudhulp en mondkapje

Beste Lezer,

 

In mijn laatste brief schreef ik u over vaccineren, en meer in het bijzonder over het vaccineren van de ‘vergeten groep’: de huishoudhulpen.

Zij die belangrijk werk verrichten bij mensen thuis, of in kantoren.

Zij die ‘het onzichtbare werk’ doen: alles proper houden.

Zij die blijkbaar nooit in de prijzen vallen: niet bij loonopslag, niet bij premies, en ook niet bij het vaccineren.

Ik wil het bij deze nog eens extra in de verf zetten.

Dat poetsen, vandaag, een risicoberoep is, werd me nog duidelijker toen ik vorige week las dat je beboet kunt worden als je geen mondmasker draagt wanneer de huishoudhulp bij je thuis komt. Dat is dus nog een reden meer om hen vlug een vaccinatie aan te bieden: het lijkt me veiliger dan een mondmasker.

 Zeg nu zelf: wie zal komen controleren of jij en de huishoudhulp in huis een mondmasker dragen. Wie?

 Mvg

 Frauke J.

Comment

Comment

Frauke J. 96 : Fraukecoronabrieven: vaccineren, vaccineren, vaccineren…

Beste Lezer,

Te weinig vaccins, mogelijke bijwerkingen…. en al dan niet complicaties: daar ging het over de laatste tijd. Straks zullen ook deze stormpjes hopelijk gaan liggen. Straks zal er meer vaart in zitten, in het vaccineren, bedoel ik. Dat wordt toch gezegd.

Eerst de ouderen en de risicogroepen. Vervolgens wellicht de risicoberoepen, of niet?

Maar welke zijn dat dan? Wie heeft een risicoberoep?

Het is wellicht niet aan ons om dat te bepalen, maar een hint geven kan geen kwaad.

Ik breek alvast een lans voor de groep die altijd vergeten wordt: de huishoudhulpen of poetsvrouwen -mannen. Al die tijd komen zij bij mensen thuis, ze poetsen in alle ruimtes, tot in het kleinste kamertje.

Naar mijn gevoel horen ze eigenlijk onder de noemer zorgpersoneel. Hoeveel huishoudhulpen komen niet bij kwetsbare mensen thuis? Deze dames en heren komen niet alleen in alle kamers van het huis, ze poetsen meestal ook twee huizen per dag. Indien ze kantoren schoonmaken hebben ze met de daar aanwezige mensen te maken. Niet vanzelfsprekend om jezelf te beschermen op al die verschillende plaatsen! Bovendien loopt niet alleen de huishoudhulp gevaar: ook een groot deel van hun cliënten. Het is elke dag opnieuw spitsroeden lopen voor deze werknemers.

Naast politiemensen en brandweerlieden verdienen de poetshulpen het op de eerste rij te staan; meer nog: ze hadden in de rij van zorgverleners moeten staan.

Helaas staan ze vaak net achteraan: geen extra premie voor hen in sombere tijden, geen loonsverhoging, en het blijft hard werken voor een schamel loon. Het lijkt ook alsof er niemand is die voor hen opkomt, en zelf staan ze vrij alleen met hun zorgen.

Laat ik dan maar even mijn stem verheffen, en misschien jij ook, beste lezer. Al besef ik dat onze stemmen niet echt luid genoeg klinken om gehoor te krijgen.

Beschouwen we deze brief dan als een riem onder het hart van alle poets- en huishoudhulpen in België en ver daarbuiten. En laten we hierbij de wens uitspreken dat zij met grote spoed kans op een vaccinatie krijgen, zodat ook zij beschermd zijn tegen dit vermaledijde virus. Ik ben ietsje te laat maar met ‘de dag van de zorg’ nog in gedachten wil ik deze wens uitdrukkelijk in de verf zetten.

Men zegge het voort!

 Mvg,

 Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke J. 95: Fraukecoronabrieven: Waar zijn de loketten, geldautomaten, mensen? Waar is de service?

Beste Lezer,

Gebrek aan service: dat waren de laatste woorden in mijn brief over het teloorgaan van de stationsloketten. Maar er is meer aan de hand: deze week meldden de kranten dat er in de dorpen amper nog toegankelijke bankkantoren, en zelfs geen geldautomaten zijn. De trend ‘wat we zelf doen doen we beter’ (herinner je je nog eerdere Fraukebrieven) zet zich door, of anders gezegd: trek je plan. Je zal maar in een dorp wonen wanneer je niet mobiel bent! Hoe kom je aan geld, om van de rest nog maar te zwijgen?

Zelf+doen-5.jpg

In deze tijden is alles toch online beschikbaar? - ik zie het je al denken, lezer. Jawel, je kunt allerlei online bestellen, vriendelijke koeriers (die voor een prikje werken) brengen het zelfs bij nacht en ontij tot aan je voordeur. Online, het kan, tenminste wanneer je een computer hebt en ermee kunt werken. Wanneer je dat niet kunt ben je de klos. En zelfs indien wel, vraag ik me af of deze oplossing geen illusie is.

 Met enige nostalgie kijk ik terug op het dorp van mijn jeugd. Het begon met de bakker die om de twee dagen brood aan huis bracht; ik hoor het mijn moeder nog zeggen: ‘Antoine, twee broin’. De vriendelijke man kende zijn klanten zo goed dat hij de broden al in de hand had. De melkboer deed ook zijn ronde en bracht tweemaal per week melk, yoghurt, eieren en kaas, dit alles vergezeld van een flauw grapje waar wij om lachten. Op donderdag hoorde je al van ver de roep van de visboer: ‘Vis! Verse vis!’. De brouwer bracht wekelijks tafelbier en soms iets straffers. Ondanks het feit dat ons dorp allerlei kleine winkeltjes had stond ook de groenteboer één keer per week met groenten en fruit in de straat: tijd voor een burenbabbel. Wie de pensioenleeftijd had bereikt wachtte één keer per maand de postbode op voor de uitbetaling van het pensioen. Het was tevens de gelegenheid om de postbode een dankbare borrel aan te bieden. Net voor de herfst kwam de kolenboer langs met een voorraad antraciet of andere zwarte branders.

Ouderen of alleenstaanden hoefden niet te vereenzamen: zelfs zonder familie of vrienden kwam er genoeg volk langs om je koopwaar aan huis te leveren en je op de hoogte te brengen van het dorpsnieuws. Was je niet thuis, geen probleem, dan stonden de waren netjes voor je huis gestald of bij de buren. Een dorp was een woongemeenschap met alles erop en eraan: een kerk, gemeentehuis, postkantoor, schoenlapper, kleermaker, tabakswinkel, speelgoedwinkel, kruidenier en een kapper. Je moest het dorp niet uit om te overleven, en het meest noodzakelijke werd aan huis gebracht. Net als een station zonder loket wordt ook een dorp meer en meer een lege huls, een woonkern zonder essentiële voorzieningen. Wellicht is er nu tussen enkele dorpen in een grootwarenhuis waar van alles te vinden is. Maar net zoals het station is de ziel uit het dorp verdwenen. De bakker, de melkboer die zijn klanten kent, de losse babbel rond het groentekraam: het zorgde voor een vanzelfsprekende verbinding, voor datgene wat een dorp tot een dorp maakte.

Een bank zonder balie (of ergens in de stad), een onlineshop (mits computer én kunde), een klantenservice waar je vijf verschillende toetsen dient in te drukken en drie wachttonen moet trotseren voor je de juiste persoon hebt bereikt: het is een soort service in een andere tijdsgeest. Is het eigenlijk wel een service of is het behelpen? Voor de babbel, de verbinding, het gemis van mensen word je opgebeld indien daar nood aan is of het is ook daar behelpen. In coronatijden zijn dergelijke zaken extra voelbaar.

Mvg,

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke J.94: Frauke coronabrieven: ‘Het spoor bijster’

Beste Lezer,


Is het voor jou ook al lang geleden dat je de trein nam? Ik dacht eraan toen ik laatst door de onderdoorgang van het station stapte. ‘Hoelang zal het nog duren vooraleer ik opnieuw in de trein stap?’, mijmerde ik. Aangezien ik, de trein niet moet nemen om naar het werk te gaan, mijn dichtste familie in mijn directe omgeving woont, aangezien andere geliefde familie en vrienden ook de coronaregels respecteren, we de grenzen niet over mogen… blijf ik gewoon in mijn eigen bubbel. Mijn situatie is geen unicum, we zijn met velen die er zo over denken. En net nu, in deze reisluwe periode, meldt de NMBS het heugelijke nieuws om nog maar eens de loketten van een heel pak stations te sluiten.

De redenering is als volgt: ‘Aangezien meer en meer mensen hun ticket online kopen heeft het geen zin deze open te houden’. Ik vermoed dat het anderhalf jaar geleden is dat ik in verschillende grote stations vriendelijke assistenten aan ticketautomaten zag staan, om de reiziger, welwillend maar kordaat, te leren hoe je gebruik maakt van een automaat. Op mijn vraag of ik mijn ticket niet gewoon aan een loket kon kopen zei de dame in kwestie: ‘Ja, maar je vermijdt lange wachtrijen en het is niet zeker dat de loketten gaan openblijven.’ Van een cirkelredenering gesproken!

Zelf Doen-10.jpg

En nu krijgen ook de stations met sluitende loketten ,voor een aantal maanden, assistentie bij het wegwijs maken van de onwetende reiziger. Ze maken de klanten vertrouwd met de automaten en stations zonder personeel.

Het is een ideale tijd om mensen, die niet dagelijks het openbaar vervoer nemen, te laten wennen aan de nieuwe situatie: ze komen namelijk niet. Wellicht wordt binnenkort gezegd: ‘Er hebben zich zeer weinig klanten aangemeld aan de automaten, we veronderstellen dus dat iedereen er al lang vertrouwd mee is.’ Zo noemen we de besparing op banen tegenwoordig.

Weg station als gezellige ontmoetingsplaats, weg wachtplaats, weg mensen aan wie je iets kunt vragen, weg warme omgeving. Wat dat laatste betreft: het is al een tijdje bezig.

Mocht ik loketbediende zijn, ik zou me alvast omscholen tot veiligheidsconsulent, ombudsman/vrouw, allround functionaris  in een leeg station (mocht die functie al bestaan). Je kunt zo voorspellen dat zich binnen anderhalf jaar kwesties van onveiligheid en vandalisme aandienen.

De volgende stap: we schaffen alle laatavondtreinen af wegens te weinig reizigers die zich in verlaten stations wagen.

Toch iets waar de NMBS in uitblinkt: cirkelredeneringen en gebrek aan service.

Mvg,

Frauke J.

Comment

Comment

Fraukebrief 93: Fraukecoronabrieven: ‘Niets is zeker: dat is zeker’

Beste Lezer,

De laatste weken heb ik je vrij lange brieven geschreven. Ik probeer het in zonnige dagen wat bondiger te houden. Lezer, ik dacht dat ik je in deze tijd van het jaar niet meer over corona moest berichten, maar niets blijkt minder waar. Na de heftige beelden uit de ziekenhuizen, na het neuspeuteren met een wisser zijn we nu toe aan de armprik, oftewel het al dan niet toedienen van vaccins.

Wie allergisch is aan ziekenhuizen kon het voorbije jaar het nieuws maar beter overslaan. Er wordt gekozen voor transparantie, wat een goede zaak is, maar er is ook een andere zijde aan deze medaille. Er zijn mensen die het liever niet weten, of slechts met mondjesmaat willen weten. Bovendien zijn er mensen die grote nood hebben aan absolute zekerheid. Transparantie in tijden die niet echt transparant zijn: moeilijk!

Ook onze journalisten hebben daar nu al maanden last van: ‘Wanneer zal dit vaccin er zijn?’

‘Kunt u dat met zekerheid zeggen?’

‘Is het vaccin betrouwbaar en voor hoeveel procent, en is dat wel genoeg?’

‘Wat met de Britse, de Zuid-Afrikaanse variant?’

Koren op de molen voor allen die in deze onzekere tijden proberen door te leven.

Om nog te zwijgen over die andere vragen: wanneer mogen cafés en restaurants open, wanneer de cultuurhuizen, wanneer de zwembaden, wanneer? Wanneer? Wanneer?

Covidtijden-5.jpg

Koren op de molen voor allen die in deze onzekere tijden het hoofd boven water trachten te houden.

Dezelfde vragen worden tot in den treure gesteld, op zoek naar het ultiem zekere antwoord.

Of je nu viroloog bent, politieker, biostatisticus, epidemioloog of Madame Soleil: niemand heeft een glazen bol. Het licht is even zoek in duistere tijden, tenzij we onze eigen kerstverlichting nog even laten hangen tot de zon vanzelf weer tevoorschijn komt en zie ze laat zich, letterlijk, al zien.

Voorlopig is niets zeker, dat is tenminste één zekerheid.

 Laat dit nu voor eens en nog een tijd duidelijk zijn, dan komt er tenminste wat rust in jouw en mijn hoofd. En misschien, straks, ook een armprik.

 Mvg,

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand 92: Frauke coronabrieven: Van sneeuwmannen en ijspegels

Beste Lezer,

Men heeft het veel over motivatie de laatste tijd, en dat er zoveel depressies zijn. Ik hoop, lezer, dat jij nog niet bent aangestoken.

Daarom dacht ik onlangs: waarom niet eens met het goede nieuws beginnen, de fijne dingen des levens eerst in plaats van de doemscenario’s.

Recent was daar een goede aanleiding voor: ijsdagen een week lang.

A3BDDA63-4AAF-4AC2-9B53-6B466F296307 (1).jpeg

Overal in het land lag er sneeuw, een stevig laagje wit bedekte onze daken, de straten, weiden en landschappen. Het leek wel een late kerstkaart. De schoonheid van het ongerepte kan me nog altijd verwonderen en kinderlijk blij maken.

Mocht ik nieuwslezer zijn, dan zou ik het nieuws als volgt beginnen: ‘Goedenavond beste kijker, ik weet niet of u het gemerkt hebt vanmorgen, maar het was gewoonweg prachtig. De wereld was voor het eerst sinds lang weer wit. De kinderen waren bijzonder blij met deze welkome afwisseling, sommigen kwamen vanmorgen op skilatten of met de slee naar school. Klein en groot hadden er plezier in om elkaar met sneeuwballen te bekogelen. Voor het eerst sinds lang konden we de woorden ijsbloemen, kristallen en ijspegels weer in de mond nemen’, en vervolgens: ‘Uiteraard heeft dit ook gevolgen op de weg…’

Maar deze goednieuwsshow ging niet door, de sneeuwwitte verwondering en pret werden al vlug bedorven met: ‘Het was bitter koud vorige nacht, de wegen lagen er gevaarlijk glad bij, er waren meerdere ongevallen (alhoewel het nog meeviel), vele auto’s bleken niet te starten.’ De autopechman deed zijn best om met zijn blijde boodschap van werklust nog iets te redden . Het mocht niet baten: ‘De brandweer moest uitrukken om ijspegels weg te halen die vervaarlijk afbrokkelden.’ Wie de ochtend niet gezien had zou denken dat we in een regelrechte chaos terechtgekomen waren.

Waar is de poëzie van de ijspegel gebleven?

Kortom: sneeuw, jawel - maar brrr en oei en auw.

Wie dacht dat sneeuw het nationaal geluksgevoel wat naar boven kon halen was eraan voor de moeite.

 Gelukkig is er nog de weerman die ons straks zal verkondigen dat het peil van het grondwater gestegen is. Toch iets om naar uit te kijken!

 Mvg,

 Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand 91: Frauke coronabrieven: ‘Jij hebt makkelijk praten, voor mij is het erger.’

Beste Lezer,

In mijn vorige brief had ik het over de dame aan haar deur, en hoe ze vond dat iedereen er zelf maar wat van moest maken.

Niet iedereen was opgezet met haar woorden.

‘Zij heeft makkelijk praten’, opperde een lezer, ‘zij heeft haar leven al gehad en kan nu rustig naar de bomen kijken.’

Een ander vond dan weer dat de dame wel ergens gelijk had, maar dat er ook mensen zijn die het erg moeilijk hebben. ‘Neem nu die arme studenten en jongeren. Die dame ziet wellicht niet dat alle horecazaken gesloten zijn, zij komt niet in de stad.’

Net vandaag zag ik in de krant een artikel waarin ouderen stellen: ‘Wij hebben een zwaar leven gehad en maar weinig toekomst meer, we verlangen nog naar iets beters dan eenzaam zijn.’ En op een andere pagina las ik over de gesloten cafés en restaurants die dreigen failliet te gaan. Lezer, ik begrijp alle opmerkingen en berichten wel, en tegelijk vraag ik me af of het zin heeft om een wedstrijdje ‘Wie is de meest beklagenswaardige van het land?’ te houden. Of beter nog: van de wereld.

Closed-1.jpg

Trouwens, ik kan nog wel wat groepen bedenken die aan de wedstrijd willen deelnemen: allen die werkloos zijn, of niet weten hoe hun schulden af te betalen, de huishoudhulpen die dagelijks bij mensen aan huis komen, de mensen in de fabrieken die niet online kunnen werken en iedereen die het bordje ‘gesloten’ aan de deur heeft hangen.

Wie wil niet eens ventileren hoe zwaar het allemaal is, hoe diep het in het vel snijdt?

De vraag blijft echter of de mensheid, wie het ook is, geholpen is met het slachtofferschap.

Dat doen we toch ook niet met vluchtelingen, met mensen die een zware diagnose krijgen of ander onheil meemaken. We luisteren met mededogen naar hun verhaal, tonen begrip - maar hoe gaat het dan verder? Neem nu het Syrische gezin hier om de hoek. Enkele jaren geleden waren zij op de vlucht, alles kwijt, familie ver weg. Sindsdien hebben ze een hele weg afgelegd, hier en daar was er wat hulp maar veel hebben ze zelf gedaan: een taal leren, proberen integreren, kinderen naar school laten gaan, werk zoeken. De ouders waren in hun land bijna afgestudeerd aan de universiteit, nu is de man taxichauffeur: ‘Ik offer mijn carrière op om geld te verdienen voor mijn gezin, mijn vrouw kan hier verder studeren en de kinderen ook.’ Gelukkig was er een handvol mensen dat zich om hen bekommerde en hen vroeg: ‘Wat kunnen we voor jullie doen?’ Ja: ze dragen hun pijn en frustratie mee, ja: er blijft een zekere nostalgie naar het leven van vroeger (het leven is niet meer hetzelfde), een zekere hoop ook op ‘ooit teruggaan’. En toch zijn ze hier begonnen aan een nieuw leven. Het lijkt hen stilaan te lukken.

Misschien denkt u nu, lezer: ‘Maar dat is toch iets helemaal anders dan wat wij meemaken!’

Het is anders, zeer zeker, maar ergens ook weer niet.

Mvg,

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke J. 90: Fraukecoronabrieven: ‘Je hebt het leven niet in de hand’

Beste Lezer,

Tussen de vele grijze luchten in was het plots, gisteren, opeens zonnig. Ik trok mijn wandelschoenen aan om door de stad te struinen. Hoe ogenschijnlijk saai mijn wandelingen ook zijn, straat in straat uit, hoe boeiender ik ze begin te vinden.

De ene keer valt mijn oog op een oranje-gele roos die een winterse bloei kent, dan weer ontdek ik een pas geverfd knalblauw huis op een onverwachte plek. Op een volgende wandeling ligt kinderspeelgoed, of boeken, gratis aangeboden, in een voortuin. De kerstverlichting siert hier en daar nog huizen. Ook mensen maken de wandeling interessant: de oude man die zijn hond vergeefs intoomt, de stoepkrijtende kinderen, de jongen in zijn looprek die elke dag wat verder komt, de jogster met telkens datzelfde deuntje in haar oor.

IMG_0089.JPG

Gisteren zat een dame, op de zitting van haar rollator, wat winterzon te vangen aan haar deur. “Ik heb concurrentie van die boom daar”, zei ze, “zijn takken proberen mijn zon af te pakken.” Ze had een plaid rond de benen geslagen en zat rustig een koffie te drinken.

“Ge hebt het goed voor mekaar”, zei ik waarop zij antwoordde: “Ge  moet er zelf iets van maken, want niemand doet het in je plaats. Met al het gezaag en geklaag komen we niet verder.”

Haar handschoen viel op de grond, ik raapte hem op en intussen gaf ze ongezouten haar mening over de mensheid. “Ik kan het niet meer aanhoren, altijd dat zelfbeklag! De ene keer over vaccins die niet snel genoeg gegeven worden, de andere keer dat ze niet snel genoeg geleverd worden, dan weer ergernis over niet op reis kunnen.

En indien er iets misloopt is de eerste vraag: ‘Wie heeft schuld?’. Eigenlijk zou men mensen beter leren inzien dat je het leven niet altijd naar je hand kunt zetten, en dat iets onverwachts altijd op de loer kan liggen. De kinderen leren dit nu helaas al doende. Wij volwassenen lijken soms zelf verwende kinderen die stampvoetend roepen dat we hier! en nu! en onmiddellijk! onze snoep willen, of anders gezegd: dat het moet lopen zoals wij dat wensen.¨ De dame was van respectabele leeftijd maar had het vuur van een militante. Ik probeerde haar betoog te onderbreken: “Het is blijkbaar uw missie om mensen iets duidelijk te maken, mevrouw”. “Welja”, zei ze, “dat hebt ge goed gezien. Indien de media het niet doen verhef ik mijn oude stem om mensen te doen inzien dat het in het leven niet altijd loopt zoals ge dat zou willen. De nieuwslezers met hun arrogante vragen zouden dat beter ook doen! Er zou pas echt iets nieuws verteld worden wanneer getoond wordt hoe mensen samen aan hetzelfde zeel trekken, ipv tegen elkaar uit te spelen. Alsof politici en virologen ons voor hun plezier vertellen dat het nu verboden is een reisje te maken.”

Ze nam een slok koffie en zei: “Ziezo, ik heb weer eens mijn hart gelucht, zo kan het wel weer verder”. Ze wuifde goedmoedig daaag met haar handschoen en ik vervolgde mijn allesbehalve saaie wandeling.

Er zijn blijkbaar nog zogenaamde ‘niemanden’ die hun stem willen  verheffen, bedacht ik nog.

 

Mvg

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke J.89: Frauke coronabrieven: Een nieuwjaarswens

Beste Lezer,

 

Bij deze wens ik je een gelukkig nieuwjaar. Een gezond ook, al klonk dat nog maar een jaar geleden ietwat oubollig. We leefden toen nog in de gedachte dat we mits bewegen en gezond eten onze gezondheid helemaal zelf in handen hadden. Inmiddels weten we wel beter.

Zee2020-6.jpg

Een beetje ongebruikelijk, misschien, stuur ik je deze nieuwjaarskaart met een afbeelding van de zee. Wellicht had je sneeuw verwacht, en glitters of een spetterend vuurwerk, zoals gebruikelijk op kerst- en nieuwjaarskaarten.

Maar dit jaar lijkt een blik op de zee me meer geschikt voor een wens: een brede horizon en het heen en weer gaande water.

Welke luchten, welke wolken er ook aan de horizon verschijnen: de zee blijft komen en gaan, in een ritme van ebbe en vloed. Onverstoorbaar geduldig volgt zij dat ritme, en ook al springt ze soms wild om zich heen: ze houdt dezelfde kadans.

Ik hoop van harte, lezer, dat jij en ik en allen, in deze woelige tijden, het licht aan de horizon blijven zien. Dat wij, wat er ook op ons afkomt, onverstoorbaar in kadans blijven.

Elke dag brengt het nieuws wel een onheilsboodschap: over cijfers die stijgen, regels die te streng of te los zijn, vaccinatieplannen die vlugger moeten of net niet. Kortom, er is altijd wel iets dat het kan doen stormen in ons. Op zulke momenten zijn een open lucht en de rustgevende gedachte aan ebbe en vloed een zegen.

 

Mvg,

Frauke Jemand

 

Comment

Frauke J.88: Frauke coronabrieven: Feest van licht in de duisternis

Comment

Frauke J.88: Frauke coronabrieven: Feest van licht in de duisternis

Beste Lezer,

Het is vandaag kerstdag, het feest van de geboorte van Christus. Het is te laat, beste lezer, om je nu nog een kerstkaart te sturen; zoals bij elke verjaardag kom ik te laat, dus maar opnieuw een brief.

Tussen oud en nieuw mijmer ik graag wat over kerst en de sfeer van licht en warmte. In mijn jeugd stonden in ons dorp, in die periode, grote kerststallen, later waren er ook de versierde bomen. Ook in ons huis.

Voor een kind is het een bijzonder moment wanneer de boom opgetooid wordt met glinsterende ballen. Eigenlijk herbeleef ik bij dat werkje elk jaar een beetje mijn kindertijd. Betoverend vond ik de kaarsjes, die met een klem op de takken werden geschoven en, oh wonder: op kerstavond werden al die kaarsen aangestoken. Al die vlammetjes in een groene glinsterboom, ik stond er uren naar te kijken! Dit mooie gebruik werd, abrupt afgebroken toen op een kerstavond een brandend kaarsje omviel op een droge tak en de boom in de kortstmogelijke tijd in lichtelaaie stond. Meer nog: ook het stalletje, waarop bij wijze van sneeuw een laag watten lag, vatte vuur. De vlammen likten al vlug gretig aan het behangpapier. Van schrik vond ik er niet beter op dan naar buiten te rennen en luidkeels ‘braaand!’ te roepen. Geen mens te bekennen, het was immers kerstavond. Gelukkig waren mijn vader en mijn oudste zuster koelbloediger, en met natte dweilen hadden zij het vuur al snel onder controle. De drie koningen kwamen er gehavend uit, maar gelukkig bleven het kindje en zijn ouders ongedeerd.

Een jaar later hadden wij electrische lichtjes in de kerstboom, er heerste een verbod op kaarsen in huis en een absoluut verbod op nepsneeuw.

Die kerstlampjes waren destijds een nieuwe mode. Dit jaar is er veel zulk licht in deze donkere tijd. Het vraagt misschien wel enkele extra windmolens om al deze energie te behappen. 

Het lijkt wel of kerst, meer nog dan de herdenking van de geboorte van Jezus, het feest van het licht geworden is. En wanneer je het nagaat, lezer, dan is ‘licht’ aanwezig in alle wereldgodsdiensten. Licht als baken, in de vorm van led- of andere lampen, kaarsen, vuur, olielampen, negenarmige kandelaars. De godheid die ons als lichtgevende leider de juiste weg toont uit het duister of ons aanmaant zelf het licht te zijn. Boeiend toch. Sommige godsdiensten vieren dagen lang het licht dat symbool staat voor leven, hoop, liefde, warmte.

Wij vinden dat licht, die hoop en warmte in de kerstperiode en in de overgang van oud naar nieuw. Dit jaar hebben we een extra dosis licht nodig, extra nood aan hoop. Stel je voor, lezer, dat we ons ook dit jaar nog met echte vlammetjes in bomen, op hagen en heggen moesten behelpen: dan zou vuurwerk op oudejaarsavond helemaal overbodig zijn.

 

Mvg en een hartverwarmende late kerstwens,

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemand 87: Frauke coronabrieven: Kerst en andere feesten

Beste Lezer,

 

Net zoals jij, wellicht, maak ik op tijd en stond mijn wandeling. Graag dwaal ik rond in de stad op een stil uur van de dag. Vandaag kwam ik langs enkele laagbouwappartementen. In één daarvan van stond, op het gelijkvloers, een deur open. In de deuropening zat een oudere dame, een plaid om de schouders geslagen, de voorbijkomende wandelaars gade te slaan. Aangezien we in deze tijden, zelfs in de stad, al wat meer aimabel met mekaar omgaan, vroeg ik de dame hoe het met haar ging.

“ Oh, met mij gaat het wel”, zei ze geruststellend,“ ik heb al erger meegemaakt.” Het klonk luchtig en tegelijk waarachtig.

“Ik was net aan het bedenken dat ik acht jaar was toen het oorlog werd”, zei ze, “Ik bedacht ook dat mijn ouders, die hele winter, de rantsoenbonnekes telden om iedereen te eten te geven.”

“We leefden toen erg sober, want het huis van onze tantes was gebombardeerd, en we woonden met tien samen in één  appartement. Het was uitkijken met eten: delen en nog eens delen. Ik herinner me ook nog dat de goede Sint zich niet heeft laten zien dat jaar. Als achtjarige wachtte ik, samen met wat neefjes, op de goedheilige man.”

Ze mijmerde verder: “Ook een kind begrijpt dat er iets ernstig aan de hand is: je bent bang, maar je kunt niet de vinger leggen op wat er allemaal gebeurt, en onze ouders hadden al zorgen genoeg, je hield je dus gedeisd.”

De dame was nu echt op dreef: “Waarom blijven de media, in deze tijd, de kaart van het slachtofferschap trekken? Ze kunnen ook kiezen, zoals mijn ouders vroeger, om de mensen aan te moedigen: ‘ Vooruit! We moeten er nu eenmaal door of je dat nu leuk vindt of niet’. “Ik ben daar niet slechter van geworden, eerder sterker”,sprak ze fel.

“De enigen die echt te beklagen zijn, dat zijn de hulpverleners en de doodzieken”, vond zij die de oorlog nog had meegemaakt.

“En dan al dat gedoe rond de eindejaarsfeesten”, zei ze nog en ik zag dat het oude vuur haar had aangestoken, “ alsof er zoveel reden tot feesten is dit jaar, met meer dan 17 000 doden op de teller”. De dame klonk niet boos, niet aanstellerig; ze sprak nuchter en rustig, met de herinnering aan een niet te onderschatten verleden.

We hebben nog lang gepraat, na een tijd bedankte ik de haar om een deel van haar leven met mij te delen.

Ik zette mijn wandeling verder, mij verbazend over de stille kracht van een 88-jarige dame.

 

Mvg

 

Frauke J.

 

Comment