Comment

Frauke Jemand 86: Frauke coronabrieven: De patiënt en zijn privacy

Beste Lezer,

 Er gaat geen dag voorbij of we krijgen tijdens een nieuwsuitzending beelden te zien van zorgverleners die met een wisser in de neus peuteren van mogelijk besmette mensen. Gisterenavond nog vroeg ik me af of we ook daaraan zullen wennen, net als aan afstand houden, geen handen schudden en elkaar niet in de armen vallen. Het zijn nu eenmaal andere tijden, en andere rituelen sluipen ons leven binnen.

Waar ik hoegenaamd niet kan aan wennen zijn de beelden uit de ziekenhuizen waar doodzieke mensen in operatiehemdjes, de benen wijd of liggend op de buik, met behulp van machines en zorgpersoneel vechten voor hun leven. Ik vind het herhaaldelijk uitzenden van deze beelden ronduit mensonterend.

“Ja maar”, zou je me kunnen terugschrijven, “de beelden zijn nodig om te tonen hoe ernstig het is.” En ik zou je antwoorden dat er waarheid in je argument zit, maar dat vrijwillige getuigenissen door patiënten of ex-patiënten dit net zo goed doen.

Akkoord: we krijgen geen gezichten te zien, maar hoe moet het voelen om telkens weer je familielid of jezelf tentoongesteld te zien voor heel Vlaanderen?

Hoe zit het eigenlijk met de privacy van een zwaar zieke mens die niet voor zichzelf kan opkomen? Hoe zit het met de privacy van een oud ziek mens die in een rusthuis overvallen wordt door een camera?

Overal die opdringerige camera’s: ik stel mij al langer de vraag of het zomaar mag om radeloze mensen, zwaar zieken zonder hun toestemming te filmen. (En dan zwijg ik nog over de verhakkelde dode lichamen in oorlogssituaties en de radelozen in een woelige zee.)

 Ik heb me alvast voorgenomen een pancarte te maken die ik in mijn valies kan stoppen voor het geval het zover komt dat men mij naar het ziekenhuis brengt. Een kartonnen bord met daarop in reuzeletters: WENST ABSOLUUT NIET GEFILMD TE WORDEN of, straffer nog: VAN DEZE PERSOON MAG GEEN ENKEL LICHAAMSDEEL GEFILMD WORDEN.

In de hoop, lezer, dat dit je inspireert.

M.v.g

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand 85: Frauke coronabrieven: De tweede lockdown

Beste Lezer,

Het is vandaag niet alleen mooi herfstweer, maar ook de zoveelste dag van de tweede lockdown.

We plooien opnieuw terug op de kleine intieme kring van onze familie en/of dat ene knuffelcontact. Het is een vorm van ondergronds gaan, dacht ik en daarom stuur ik u deze mooie foto mee, gekregen van een goede vriend.

Ondergronds gaan kan uiteraard vele vormen aannemen: je kunt in een donker krocht terechtkomen, geen licht meer zien, je kunt in een wondere wereld van tunnels en ongekende gangen belanden, in een zoutmijn (ik zeg zo maar wat), je kunt in nauwe schachten verzeild geraken (ken je dat gevoel dat je noch voor- noch achteruit kunt?) - paniek dus, je kunt verloren lopen, je kunt het licht zoeken dat de uitweg wijst.

Beste lezer: mij inspireert deze foto om na te denken over wat ons overkomt en waar het naartoe moet.

Er is ons iets groots, iets wat we niet kunnen bevatten, overkomen.

Niet alleen ik maar de gehele samenleving heeft de boodschap gekregen: ‘je kunt erg ziek worden en je kunt er zelfs aan sterven’, en terwijl je nog van je verbazing aan het bekomen bent sterven opnieuw daadwerkelijk veel mensen.

Wij, die tot voor kort leefden in een land waar ziekte beheersbaar is, waar gedacht werd: als we maar gezond leven dan overkomt ons niets. Wij die dachten: we hebben het in de hand, ziekte, dat is iets voor anderen, meer nog: het stond niet op de agenda van ons maakbare leven. En in het ergste geval hebben we de ziekenhuizen, die witte steriele wereld waar wij niets mee te maken hebben.

Groot ongeloof dus wanneer heel de samenleving, en laat maar zeggen: heel Europa, in de ban is van een tweede golf. We voelen ons in het nauw, hebben inderdaad het gevoel noch voor- noch achteruit te kunnen. Voor sommigen onder ons leidt het tot ongeloof, ze vermoeden kwaad opzet, geloven in boze trollen… Anderen zijn boos en gaan op zoek naar schuldigen (‘hadden ze maar..’). Weer anderen proberen er het beste van te maken. We zoeken zekerheden: ‘wanneer is het gedaan?’, we zoeken een gids uit de donkerte: ‘de experten’, ‘de politici‘, een leider die ons de uitweg wijst. En tot onze verbazing (en voor sommigen zelfs woede) blijven experten en politici ook met vragen zitten. We willen ons vroegere leven terug, jengelen we. De ene keer vinden wij onze vrijheid te veel ingeperkt en de andere keer vinden we net dat er te weinig wordt beknot. Kortom: al die onzekerheid brengt ons in de war.

En zoals dat met ongekende ziektes gaat, is het afwachten hoe het evolueert, bouwen we iets meer zekerheid op door ‘voortschrijdend inzicht’ (al doende leert men).

Dat is heel nieuw voor ons, die al een tijd in ‘maakbaarheid’ geloofden. Plots doemen nieuwe of eigenlijk oude woorden op, zoals ‘geduld’ en ‘aanvaarden’. En net zoals wie ondergronds vast komt te zitten is het kwestie niet in paniek te geraken, het hoofd niet te laten zakken maar koel te houden en af te wachten tot de ellende voorbij is. En heel soms ziet wie ondergronds zit, wacht op de redders, toch nog een mooi beeld, zoals de u toegezonden foto en dat is dan een mooi cadeau.

Mvg.

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand 84: Less is more: een pleidooi voor kort en krachtig nieuws

Beste Lezer,

 

Ook in deze tweede golf vraag ik me af: wat is nieuws en hoe breng je het? Meer nog: hoe lang blijft nieuws nieuw?

Vorige week hoorde ik om het uur op de radio over de nieuwe handhavingsmaatregelen en hoe Vlaanderen en Wallonië er tegenaan kijken. Het middag- en zevenuurjournaal hadden het opnieuw over dit thema en verder kwam in alle duidingsprogramma’s het c-woord, met kleine variaties op hetzelfde, ter sprake. Ik vraag me af of dit nieuws nog nieuw is, en of het niet eerder blijven herkauwen is, en net zoals dat met kauwgum gaat wordt het na een tijd een gortdroog prakje.

18A03453-B0BA-420F-8829-5EA7D96D4D1F.jpg

Dat Engelse spreekwoord ‘less is more’ lijkt hier op zijn plaats.

Daarmee bedoel ik echter niet dat de ernst van de zaak geminimaliseerd moet worden.

Ik pleit voor minder herhalingen. Waarom bv. niet twee corona-alert nieuwsuitzendingen per dag: één met de feiten, het nieuws van de dag en één met duiding van die feiten.

Stel je voor hoe het moet zijn voor ouders die naast telewerk ook kommer en kwelberichten krijgen over coronabesmettingen in de school van hun kinderen. Stel je voor hoe het is voor iemand die alleen thuis is, tegen de muren oploopt en via radio of tv probeert de gedachten te verzetten. Stel je voor hoe een oudere of wat angstige mens zich elk uur, opnieuw, moet voelen.

Coronamoeheid ontstaat niet alleen door de opgelegde beperkingen, maar ook door twintig keer per dag hetzelfde (dat dus geen nieuws meer is) te horen.

Daarom stel ik ook voor dat, naast twee keer per dag nieuws plus duiding, de radio- en tv-zenders van de nood een deugd maken en zorgen voor cultuur, opvoeding en amusement.

Neen, niet de zoveelste herhaling van de herhaling, dit is een gelegenheid om bv. kinderen te laten kennismaken met het circus, documentaires uit te zenden waarin we boeiende culturen en werelden leren kennen. Er mogen best wat meer goede films voor groot en klein getoond worden. Af en toe een kleine conditietraining tijdens pauzes, enkele prettig gestoorde workshops voor jongeren mag ook. Werkloze artiesten een podium bezorgen in alle genres en cabaret of comedy kunnen helpen om onze lachspieren intact te houden. De slimste mens eens omtoveren tot slimste coronakenner kan opvoedend werken. Naast mistroostigheid en schuldvragen mogen er ook story’s verteld worden over mensen die ondanks de situatie er wat proberen van te maken.

Kortom, beste lezer en nieuwslezer, het is een pleidooi om de slechtnieuwsboodschap kort en krachtig te houden en daarnaast veel tijd te voorzien voor humoristische, culturele, entertainende, opvoedende, diepzinnige programma’s. Het is een kleine denkoefening om het nuttige aan het aangename te koppelen.

Voel je vrij om er nog enkele suggesties aan toe te voegen.

 

Mvg

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand 83: Fraukecoronabrieven: Samenleven in de herfst

Beste Lezer,

Vanmorgen liep ik langs het park en ik werd getroffen door de verkleurende bladeren aan boom en struik. Gelukkig, dacht ik, lezer, is er dit mooie kleurenspel, dat er ons aan herinnert dat het volop herfst is.

Ik zag een oude boom, zijn stam, de zwammen die er tegenaan schurkten en een klimplant die langs zijn stam slingerde.

IMG_4944.jpg

Het stilleven straalde een soort samenhorigheid en natuurlijke schoonheid uit. 

Het deed me denken aan ons mensen, de verschillende generaties, die genoodzaakt zijn niet alleen met elkaar samen te leven maar ook met elkaar rekening te houden. Ik wilde eraan toevoegen: in deze heftige tijden. Maar onmiddellijk overdacht ik dat grootouders, ouders, (klein)kinderen en andere mensen ten alle tijde in een natuurlijke harmonie zouden kunnen leven. Het wordt in deze heftige tijden misschien extra duidelijk. Hoe kunnen we dat klaren, vroeg ik me af. Elke generatie heeft zijn eigen besognes. En daar heb je het al: ‘elk zijn eigen besognes’, dat klinkt als eilandjes waarop iedereen zijn ding doet.

Misschien, lezer, keren we beter terug naar het beeld met de zwam en de klimop langs de boom. Elk heeft zijn taak, zijn functie: de zwam voedt zich aan de boom, hij kan hout vermolmen maar is ook geneeskrachtig, de klimplant kan wurgen maar ook groeien, de boom staat er sinds jaar en dag als een titaan: buigzaam en toch sterk. En meer nog, lezer: wie ernaar kijkt wordt geïnspireerd door hun harmonie.

 

Mvg,

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemand 82: Fraukecoronabrieven: Besmet of niet besmet?

Beste Lezer,


Nog altijd in goede gezondheid? Dat hoop ik ten diepste.

IMG_4845.JPG

Intussen bevinden we ons opnieuw in woelig water, een tweede coronagolf neemt ons in snelheid. Opnieuw minderen in plaats van meerderen inzake sociale contacten. We worden daar niet echt blij van, maar meer dan ooit hoor ik de gelaten uitspraak: ‘het is wat het is’.

Ik durf de hoeveelheid aan slechtnieuwsberichten in de krant wel eens diagonaal lezen, maar in de weekendeditie van eind september was er toch een bescheiden artikel, in de zijlijn haast, dat mijn aandacht trok.

‘Opnieuw preventieve tests in rusthuizen’.

Nu had ik er mij al over opgewonden dat voetballers en fietsploegen wel om de haverklap een test krijgen en zorgpersoneel, dat met zoveel mensen in contact komt, tijdelijk niet meer. Intussen las ik de geruststellende boodschap dat er weer meer tests voor zorgpersoneel van rusthuizen beschikbaar zijn, al was het criterium om te testen plots 100 besmettingen per 100.000 inwoners, waar dat oorspronkelijk 50 was. Terloops bijna werd in het bescheiden artikel ook nog gemeld dat een vakbond zich zorgen maakte om een verontrustende evolutie. ‘Een aantal werkgevers vraagt aan personeelsleden die positief hebben getest, maar geen symptomen vertonen, om te blijven werken.’ Er werd nog aan toegevoegd dat Sciensano benadrukt dat dat alleen in geval van hoge nood kan, bijvoorbeeld bij zwaar personeelstekort.

Wel, beste lezer, mijn haren rezen te berge. Het is intussen meer dan duidelijk dat bejaardentehuizen al langer dan vandaag kampen met personeelstekort. Het is ook bekend dat de pandemie zich daar razendsnel kan verspreiden. Wordt het de keuze tussen pest of cholera? Dus weinig verzorging wegens te weinig personeel, of verzorging met risico’s?

Ik dacht dat de boodschap luidde: blijf thuis wanneer je verkouden of ziek bent, en niet: blijf werken wanneer je besmet bent maar geen symptomen hebt.

Ik dacht, lezer, dat dit thema meteen breed uitgesmeerd zou worden in het weekendnieuws, maar - niets daarvan.

Wat niet weet niet deert, wellicht.

De komende weken zie ik met lede ogen aan.

Mvg

Frauke J.

Comment

Comment

Fraukebrief 81: Fraukecoronabrieven: Regels en de kleur rood

Beste Lezer,

Blijkbaar heb je ook niet veel inspiratie over wat, gezien de opgaande coronacijfers, een verbindend project zou kunnen zijn. Maar laten we nu eens al die statistieken los, en kijken naar de realiteit. Het begint veelal bij een feestje, of een groep mensen die dicht bijeen waren, vervolgens verspreiden ze vrolijk en onwetend de opgelopen infectie in hun omgeving.

De nieuwste regels van de veiligheidsraad lijken op een versoepeling, een gemiste kans zeggen sommigen, anderen dat ze het niet meer weten, en de goegemeente, die lacht ermee.

Er wordt gepleit voor meer klaarheid, duidelijkheid en duiding, anders blijft het mis lopen.

Frauke Corona-26.JPG

Indien je het mij vraagt (maar niemand vraagt mij iets) is het eigenlijk poepsimpel:

hou minstens 1,5 meter afstand (maar sommige mensen kunnen niet goed schatten);

was je handen regelmatig (maar veel mensen vergeten dit);

draag een mondkapje in winkels en in publieke plaatsen (ook al staat het niet stoer);

hou je dichte contacten zeer beperkt en ontmoet de rest buiten of op afstand (maar sommige mensen kunnen het niet laten).

Duidelijker kan het niet zijn, het is enkel een kwestie van je deze regels eigen te maken.

De veiligheidsraad zit in de knoei met de  kleurencode, Europa doet het dan maar in onze plaats: we kleuren rood.

Misschien is het verbindend project net om er naar te streven dat België niet rood, geel of zwart kleurt, maar groen.

Dan wordt de slogan voor de eerstkomende weken:

Straks het licht op groen, dat gaan we doen

Mvg,

Comment

Comment

Fraukebrief 80: Fraukecoronabrieven: Een pleidooi voor meer verbinden

Beste Lezer,

Er wordt gezegd dat een project, dat ons verbindt, nodig is om de coronamaatregelen blijvend vol te houden. Anderen spreken dan weer van een beloning, maar dit lijkt me verkleuteren.

Een verbindend project: waarom niet?. De vraag is natuurlijk wat dit zou kunnen zijn, wanneer je liefst zo weinig mogelijk nauwe contacten mag hebben, anderhalve meter afstand dient te houden en grote groepssamenkomsten niet aan te raden zijn.

Tijdens de lockdown was het al goed begonnen: zelfs in de stad werd een goede morgen geknikt, ’s avonds klonk er applaus en zelfs muziek in de straten. Er was een ‘in het zelfde schuitje’ gevoel dat op zich is zeer verbindend. Kinderen en volwassenen gaven elkaar uitdagingen (the challenge).

Muzikanten deelden hun muziek online, er ontstond een nieuw soort vrijwilligerswerk zoals boodschappen doen voor mekaar. Filmpjes van al dan niet gelukte broden of taarten werden gedeeld. In onze gezamenlijke angst voor het onzichtbare beest ontstond een ouderwetse rustbiedende gezelligheid.

Alles veranderde toen iedereen de rekensom begon te maken van wat werd gemist en wat dit zou kosten, zowel aan geld als aan inspanningen. Iedereen begon letterlijk en figuurlijk voor eigen winkel te spreken, de vrolijke deuntjes veranderden al vlug in weeklachten. En dat was spek voor de bek van de media: elke dag een onheilsbericht over wat we al dan niet verondersteld werden te missen.

En wat toen het licht nog niet gezien had waren de werkelijke gevolgen voor al wie in een moeilijke situatie zit: financieel, psychisch of qua behuizing.

OostduinkerkeJuli2020-51.JPG

Aangezien we nog behoorlijk wat tijd moeten doormaken met onze onzichtbare vijand vraag ik me af, lezer, hoe we het tij kunnen keren. Met andere woorden: hoe maken we van de nood een deugd? Misschien ligt de uitdaging toch in de eerder schuchter op gang gekomen solidariteit.

Solidariteit in familie en buurt is best haalbaar: iemand een goeie morgen of middag wensen kost niets, een praatje op afstand lukt ook wel, maar wat met het grotere project? Zorgen dat we met zijn allen, klein en groot, oud en jong, arm en rijk, veilig de overkant bereiken - hoe doen we dat?

Wordt het een slogan: ‘samen in dezelfde schuit, recht door zee’. Of ‘Hop naar zero besmettingen per dag’? Of ‘Van baby tot oma: wij doen mee’? ‘Geef me je hand dan bereiken we samen de overkant’

Of is het beter een vraag te stellen: ‘Wie helpt ons samenleven met een onzichtbare vijand? …

Ik tuur naar de blauwgrijze luchtaan de horizon,beste lezer, en verzin zomaar wat, voorlopig kom ik niet veel verder. Al zou ik dat best willen, maar alleen is maar alleen.

Heb jij een idee? Indien wel, dan mag je het mij gerust laten weten, dan wordt het misschien: ‘Samen sterk’.

 

 Mvg,

 

Frauke Jemand

 

 

Comment

Comment

Fraukebrief 79: Fraukecoronabrieven: Iedereen zijn zeg

Beste Lezer,

 

Soms vraag ik me af of ik je nog wel lastig mag vallen met mijn gedacht over het nieuws van de dag. Wanneer ik echter al die opinies over corona zie verschijnen - de open brieven, figuren die met hun visie op de maatregelen in het nieuws willen komen - dan denk ik: waarom zou ik je mijn mening onthouden? Waarom zou een nobele onbekende, een niemand die ook iemand is, niet ook een mening mogen ventileren? Het lijkt wel alsof vandaag iedereen expert is. Ik wil best geloven dat er een veelheid aan experten bestaat, maar in deze pandemie en de ontwikkelingen die zich voordoen hecht ik toch meer geloof aan de visie van virologen dan van pakweg economen. Wanneer eender wie met losse flodders begint te schieten en uitspraken doet zoals: ‘is het wel nodig dat we elke dag de cijfers horen?’ ‘Zijn mondmaskers wel nodig?’ zijn we ver van huis.

Andere experten kunnen beter de gevolgen van de pandemie op hun domein benoemen, zoals het geestelijk leed, de economische gevolgen: dan bemoeien ze zich met hun eigen zaken. Een groentenverkoper vertelt de boer toch ook niet hoe hij de ziekte in zijn aardappelen moet bestrijden. Hoogstens kan hij de boer vertellen dat zijn verkoop van aardappelen gekelderd is door de ziekte. Het is een kwestie van ‘schoenmaker blijf bij je leest’.

Bovendien kun je je de vraag stellen of alle onderlinge meningsverschillen in de pers moeten komen; zijn de tijden niet al verwarrend genoeg?

 

Mvg,

 Frauke J.

 

Comment

Comment

Fraukebrief 78: Fraukecoronabrieven : Het jonge geweld opnieuw naar school.

Beste Lezer,

 

Ik heb je al eerder geschreven over ‘kwetsbare mensen’ en ook over moedige mensen. Wie ik tot nu toe bijna vergat zijn de kinderen en de jongeren. En zijn net zij niet bij uitstek kwetsbaar en moedig? Kwetsbaar omdat ze nog aan het begin van hun leven staan, er staat nog zoveel te gebeuren, goede en kwade dingen.

Kunstwerk te zien in Labiomista Koen Van Mechelen

Kunstwerk te zien in Labiomista Koen Van Mechelen

Ze groeien op in een ingewikkelde wereld met behoorlijk veel problemen. En toch zoeken zij zich moedig een eigen weg in deze complexe doolhof. Ze hebben hun eigen dromen.

Toen het tijdens de lockdown zo stil was in mijn straat miste ik het jonge geweld dat anders mijn deur al joelend en schreeuwend voorbij rent.

Zeer binnenkort openen de scholen, en ik hoop dat dit speels lawaai dan opnieuw de straat vult, en vooral ook dat het zo lang mogelijk mag blijven duren. De ouders en onderwijzers zijn blij, de kinderen zijn blij, vooral om eindelijk hun vrienden terug te zien. En dat vind ik toch het moedige aan kinderen: dat ze het al die tijd allemaal over zich heen hebben laten komen, online leren, thuis blijven, weinig buiten spelen... geen of weinig vrienden zien.

Zelden heb ik kinderen in de lockdown horen klagen of zagen, of werd er gewoonweg niet naar hen geluisterd?

Wat hebben alle jongeren gedaan deze vakantie, nu zoveel festivals waren afgeschaft? Behalve hier en daar een schermutseling, behalve hier en daar een fout feestje hielden ook de jongeren stand.

Of zijn kinderen en jongeren meer flexibel, hebben ze een speciaal talent om zich aan te passen aan de onvoorspelbaarheid van de wereld?

Blij ben ik, dat ze opnieuw hun vertrouwde schoolbank mogen opzoeken, zij het wat meer uiteen en hier en daar met mondkapje. Van harte wens ik hen toe dat ze het dit schooljaar mogen houden bij code geel en niet alle kleuren van de regenboog zien.

Met vlag en wimpel zal ik hen op dinsdag 1 september de straat uitzwaaien en tegelijk zal ik in stilte ook denken: ‘ah, lopen ze dan straks toch weer allemaal in de pas of mogen ze wat lockdownuitdagingen behouden?’’.

Mvg,

Frauke J.

 

Comment

Comment

Fraukebrief 77: Fraukecoronabrieven: Moedige mensen

Beste Lezer,

In de kranten wordt regelmatig aan BV’s gevraagd voor wie ze bewondering hebben. Aangezien ik geen bekende Vlaming ben stel ik mezelf de vraag wie ik bewonder. Ik moet daar niet lang over nadenken, want er zijn wel wat moedigen naar wie ik opkijk. Mijn grootste bewondering gaat toch uit naar ‘de virologen’.

Avond na avond, en dat nu al maandenlang, draven ze op in allerlei nieuwsuitzendingen; ik denk bij mezelf: ‘jullie doen het toch maar’. Met engelengeduld leggen zij opnieuw en opnieuw het belang uit van afstand houden, en dat handen wassen zo belangijk is.Telkens weer proberen ze mensen te motiveren om zich aan de bubbel te houden. Met verve verdedigen zij alle niet zo populaire maatregelen: mondmaskers, bubbels, winkel- en vakantiebeperkingen.

Ze ondergaan deemoedig betweterige opmerkingen zoals ‘is het niet te vroeg?’, ‘was dit niet te laat?’, ‘had u dit niet kunnen weten?’, ‘de mensen si, de mensen la’…

Want er is wel altijd iemand die een andere mening heeft, een onderzoek dat iets anders vertelt of zelfs een verongelijkte collega die zijn gelijk in de media wil halen. Ze aanhoren, in alle rust en kalmte, het geklaag, het gezaag van de ontevreden burger die niet mag feesten, te weinig mag reizen, enz… Iedere keer opnieuw zetten ze aan tot redelijkheid en proberen ze het gezond verstand te doen zegevieren boven alle emotie. Om eerlijk te zijn: ik maak me wel een beetje zorgen om deze experten die avond na avond een lans breken voor de coronamaatregelen. Straks hebben zij een burnout (of hoe dat ook heet).

Dikwijls vraag ik me echter af: waar zijn de politici in dit verhaal? Hebben ze belangrijker zaken aan hun hoofd? Waar zijn de leiders van het land die hun experten luidop steunen? Zijn ze bang stemmen te verliezen? Heb ik het mis dat zij vooral optreden in de goed nieuwsshow, nl. het versoepelen van maatregelen? Dan nog schuilen ze onder de paraplu van alweer de virologen, voor het geval dat er iets mis gaat. Raadt u al, lezer, wie het zal gedaan hebben indien dit gebeurt? 

Juist: “Want het mocht van de virologen”

 

Mvg

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Fraukebrief 76: Fraukebrieven in coronatijd: Kwetsbare mensen

Beste Lezer,

 

Zonder het te beseffen leren we eigenlijk best veel bij in deze bijzondere tijden. We leren bij over onze gezondheid, over het effect van een virus op de mensheid. We leren grafieken verstaan, omgaan met cijfers.

Door dit virus kennen we intussen een amalgaan aan nieuwe woorden: bubbel, cluster, mondkapje, de anderhalve meter, lockdown, staycation… en ga zo maar door.

Het moeilijkste woord vind ik toch wel ‘kwetsbare mensen’: het is geen nieuw begrip maar het is ingewikkelder geworden. Daarom wil ik er even bij stilstaan.

Wie is vandaag ‘een kwetsbare mens’?

Vroeger was dat duidelijk: mensen die geen dak boven hun hoofd hadden, geen geld (maar schulden) om voldoende eten of kleding te kopen. Maar vandaag zijn er een heleboel categorieën ‘kwetsbare mensen’ bijgekomen. Het was verschieten voor alle 65-plussers dat ook zij plots bij de kwetsbare ouderen horen. Vorig jaar vonden zij voor zichzelf nog het vitale woord ‘Jagger’ uit, en nu dit.

Al wie in een instelling verblijft en ouder is dan twaalf, is tegenwoordig ‘een kwetsbare mens’, en al wie door corona zijn job kwijt is, de zaak moet sluiten, geen culturele evenementen meer kan organiseren eigenlijk ook.

Wanneer je er wat dieper over nadenkt zijn we eigenlijk allemaal kwetsbare mensen want we zijn allemaal, meer dan ooit, sterfelijk. Jamaar, zie ik je nu tegenstribbelen, lezer: de ene mens is toch zoveel kwetsbaarder dan de andere, en dan hebben we het over in het ziekenhuis belanden. En ja, daar heb je een punt. Maar wie net een zaak is begonnen en zware schulden heeft, is toch ook erg kwetsbaar. Of de afgestudeerde die nu een job moet zoeken. Of wie omwille van allerlei redenen op dit ogenblik moeilijk zijn weg in het leven vindt en nu met kleine en grote bubbels nog meer getroffen wordt: die is toch ook erg kwetsbaar?

Kortom, er zijn vele vlaggen die de lading dekken - je zou er het noorden bij verliezen!

Misschien benoemen we beter de problematiek van mensen dan ze allemaal onder één paraplu te schuiven. Wat denk jij, lezer?

 

Mvg,

 

Frauke J.

Comment

Comment

Fraukebrief 75: Fraukebrieven in coronatijd: De tweede golf

Beste Lezer,

Dacht jij ook dat we opnieuw in betere tijden zouden terechtkomen? Een kwestie van wat ademruimte vooraleer het spel, in het najaar, opnieuw op de wagen zit. Vakantie vieren, al dan niet in Nieverans, het beest blijft ons in zijn greep houden. We hebben nog maar net een eerste golf achter de rug en daar komt al een tweede aangespoeld - en voor we het weten is het vloed. Maar dat wil niemand.

De regels worden weer wat strakker en de bubbels kleiner.

IMG_4740.JPG

Hoe slagen we erin op het droge te blijven? Is het kwestie van ver van de vloedlijn te blijven? Is het beter in het zand te staan? Of rechtsomkeer te maken en te zorgen dat we verdrinken noch verzanden? Het is een moeilijk zoeken naar evenwicht tussen gezelligheid in zomertijd of je terugtrekken in je kluis.

Met de verkleinde bubbel op het droge in Nieverans: dat lijkt me wel wat.

 

Mvg,

Frauke J.

Comment

Comment

Fraukebrief 74: Fraukebrieven in coronatijd: Welles-nietes op vakantie?

Beste Lezer,

 Waar ik op vakantie ga vraagt u zich misschien af. Wel, het is klaar en duidelijk: ik ga naar ‘Nieverans’. Dat zeiden we destijds wanneer je gewoon thuisbleef. En meestal voegden we er aan toe: ‘Het kan daar ook schoon zijn’. Reken maar!

Vandaag worden halve nieuwsuitzendingen besteed aan waarheen gereisd mag worden. Liefst wordt er nog wat drama rond gemaakt zoals : ‘Ja kijker, we snakken allemaal naar vakantie…’ En dan komt het: eerst  kunnen we niet snel genoeg weg zijn vervolgens de vraag: gaan we wel terug geraken en hoe? Veel vragen om duidelijkheid en om zekerheid. ‘Mogen we naar buiten, en naar welk buiten?’. Het lijkt of het gezond verstand ook met vakantie is.

Om eerlijk te zijn: het vakantiegedoe werkt me danig op de zenuwen.

Het nieuws van de dag is de kustdrukte en de gekleurde regio’s in het buitenland alsof er geen oorlogen meer zijn, geen vluchtelingen…. Maar vooral erger ik me aan het feit dat mensen, journalisten, nog altijd niet door hebben dat we met iets ongekends, iets ongezien te maken hebben. Dat het je niet vooruit helpt om te willen dat alles zo snel mogelijk weer is zoals voorheen. Je kunt de nieuwe situatie niet afdwingen, niet naar je hand zetten, hoezeer je dat ook, om allerlei redenen, zou willen.

Bedenk even het volgende, lezer: je hebt net te horen gekregen dat je een levensbedreigende kanker hebt. Het nieuws is zo groot dat je het eigenlijk niet kunt bevatten. Bovendien zegt de dokter : ‘We kunnen dit nog proberen of dat, maar we zijn niet zeker of het werkt’. Je eerste reactie is er wellicht één van onbegrip: ‘Waarom ik?’ en ‘Ik heb zoveel plannen’. Je tweede reactie: ‘Ik zoek een weg om zo gauw mogelijk terug mijn normale leven te leiden’. De derde reactie: ‘Ik zoek koortsachtig naar een tovermiddel om te genezen’. Tenslotte dringt stilaan de waarheid tot je door: dat er iets ernstigs aan de hand is, en dat je het in de ogen moet durven kijken. Plots is de geplande wandeling in de bergen van ondergeschikt belang, je plannen schuiven op de lange baan. Je kop in het zand steken hou je niet langer vol, want je gezondheid en welzijn en dat van je familie gaan voor. Je volgt gedwee het advies van de dokters om zo lang mogelijk het goede leven te behouden, ook al kost dat je behoorlijk wat moeite.

In dit voorbeeld gaat het over de gezondheid van één persoon, in het geval van de pandemie gaat het over de gezondheid van de gehele mensheid.

Hoeveel doden nog vooraleer het doordringt dat de wereldgezondheid op het spel staat. Ook hier is het een kwestie van offers brengen. Het is in het belang van ons allemaal dat deze pandemie zo snel mogelijk wordt bedwongen. Dat is goed voor ons levensbehoud, goed voor ons welbevinden, op langere termijn goed voor de wereldeconomie en voor de natuur. Alle kleine en grote pleziertjes zijn daar voorlopig ondergeschikt aan. Misschien mag een nieuwsuitzending zo eens beginnen.

‘Nieverans’ is trouwens de ideale plek om daar, bij een goed glas wijn, over na te denken.

 

Mvg (van aan mijn voordeur)

 

Frauke J.

 

Comment

Comment

Fraukebrief 73: Fraukebrieven in coronatijd: Mondkapje verplicht.

Beste Lezer,

 Laat ik u nog één keer lastigvallen met het fameuze mondkapje.

We dragen het nu allemaal in winkels, musea en concertzalen. Vorige week nog liet een verkoopster mij weten dat het in haar winkel absoluut niet nodig was om dit kleinood te dragen. Zelf had ze er ook geen aan. Ze liet me duidelijk weten dat ze het allemaal maar niks vond en iets voor bange hazen.

Vandaag liep ik voorbij haar winkel en jawel hoor: sinds het mondkapje verplicht is draagt ook zij het, net als iedereen.

Alhoewel - we wonen in Belgenland en soms denk ik dat wij de uitvinders zijn van ‘regels en wetten zijn er om te omzeilen’.

Zo was er iemand die vertelde: ‘Ik heb mijn mondkapje altijd bij, zodat ik geen boete krijg, maar in de trein laat ik het wat zakken zodat ik kan ademen. Het is rap opgezet wanneer de treinconducteur langskomt’. En laatst bij de dokter zaten twee jonge dames met elkaar te praten, het mondkapje als een bandana op het hoofd.

Toch is het voor veel mensen wellicht een opluchting: nu het een verplichting is kunnen ze niet meer aanzien worden als bange hazen. Zelfs de meest stoer doende presidenten begeven zich schoorvoetend in mondkappenland.

 

Mvg,

 

Frauke J.

Comment

Comment

Fraukebrief 72: Fraukebrieven in coronatijd: Met of zonder?

Beste Lezer,

Het mondkapje laat u blijkbaar niet onberoerd, en inderdaad: de meningen zijn verdeeld over de benaming ervan. Maar zoals gezegd hou ik het bij ‘mondkapje’.

De meningen zijn ook verdeeld over het al dan niet dragen ervan. Voor sommigen is het te warm, anderen kunnen niet goed ademen, bij nog anderen irriteert de stof, en ga zo maar door. Anderen voelen zich dan weer van hun vrijheid beroofd. Het zagen en klagen is nu eenmaal eigen aan nieuwe situaties en coronatijd.

Aan de bushalte is het de gewoonste zaak van de wereld en ook in het station is dat zo, omdat het verplicht is. Net als bij de kapper, de dokter. Het liefst zien de virologen ons dit kleinood dragen op drukke plaatsen en graag verplichten ze het in winkels.

Zijn de leiders van ons land bang om het ook daar te verplichten en kiezen ze voor vrijheid blijheid van de consument? Of rekenen ze op ‘het gezond verstand’ van de burger?

Gisteren deed ik enkele boodschappen in de stad en het moet gezegd dat het maar matig gesteld is met dat gezond verstand. Er staan pijlen die de looprichting op het voetpad aanwijzen, maar evenveel mensen lopen tegen de richting in. Ik stond te wachten in een nauw gangetje bij de ingang van een winkel. Twee dames probeerden me voorbij te steken, ze hadden niet gelezen dat slechts één persoon het kleine winkeltje binnen mag. Het liefst hadden ze me een duwtje gegeven om opzij te gaan. Met verbazing keken ze naar mijn mondkapje alsof ik van een andere planeet kwam. In een andere winkel droeg zelfs het personeel geen mondkapje en handgel was er niet te vinden.

Ook op markten, parken en pleinen waar veel mensen samenkomen is de neus-mondbedekking maar matig. Er zijn de regels - en er is de praktijk.

Soms vraag ik me af of we in zekere zin kinderen blijven die hun schools gedrag nog niet kwijt zijn: ‘indien we het niet moeten kennen voor het examen’ dan studeren we het niet. Ook met de mondkapjes is het zo: zolang het niet ‘moet’ van experten of politici doen we het niet.

Foto Roger De Becker

Foto Roger De Becker

Al zijn er uitzonderingen, sommige mensen maken van de nood een deugd en zien het mondkapje als onderdeel van hun actie(zie foto), het kan ook zo.

Mvg,

Frauke J.

PS: Vluchtelingenwerkvlaanderen.be

 

Comment

Comment

Fraukebrief 71: Fraukebrieven in coronatijd: mondmasker of mondkapje?

Beste Lezer,

Het is verplicht op het openbaar vervoer, in sommige steden dragen ze het consequent, in andere nemen ze het niet zo nauw. Bepaalde winkels dringen er op aan en voor anderen is de klant koning,  oftewel: ze laten het aan het gezond verstand over.

Sommige mensen dragen het plichtsgetrouw, anderen vinden het flauw.

Je ziet ze in kleur, in ziekenhuiswit, er zijn er met een glimlach op getekend, een doodskopje in geprint. Er zijn er ernstige en grappige, frivole en hier en daar een designontwerp.

Ze waren avond na avond nieuws: de ene keer waren ze niet nuttig, er was een tekort, ze werden niet geleverd, we zouden er één krijgen…en ga zo maar door.

Beste lezer, je weet intussen wel waar ik het over heb: inderdaad, ‘de mondmaskers’.

Dat het ondingen zijn: dat weten we.

Dat je enkel nog de ogen ziet: dat weten we.

Dat het lastig is verstaanbaar te blijven: dat weten we.

Dat wie het van zijn glimlach moet hebben eraan is voor de moeite: dat weten we.

Dat je het gevoel hebt in een sciencefictionfilm te spelen als je rondom je kijkt: dat weten we.

Maar boven alles gaat het om onze veiligheid. En wanneer het over veiligheid gaat zie je rare kronkels bij mensen. Zo is dat ook met  fietshelmen bijvoorbeeld.

Volgens sommigen is veiligheid iets voor watjes, volgens anderen gaat veiligheid boven alles.

In de krant lees ik af en toe een rubriek waarin een Nederlandse schrijver het steevast over ‘het mondkapje’ heeft. Soms hoor ik ook mondlapje, mondvod,…

Persoonlijk gaat mijn voorkeur naar mondkapje. ‘Mondmasker’: het klopt wel, maar een kapje op je mond is iets meer subtiel. In het straatbeeld zie je ook beide nl. het subtiele fancy kapje dat neus en mond bedekt of de grote lap witte stof.

Kapje of masker, ze doen beiden hetzelfde: jezelf en de andere beschermen tegen die virale druppeltjes. Maar indien ik dan toch mag kiezen doe mij dan maar ‘het mondkapje’.

Mvg,

Frauke J.

 

 

 

Comment

Comment

Fraukebrief 70: Fraukebrieven in coronatijd: Huidhonger

IMG_4608.JPG

Beste Lezer,

De laatste tijd worden we met veel nieuwe woorden om de oren geslagen: balkonades, raambezoek, lockdownfeestje, social distancing, e-piritieven. Maar één woord springt er voor mij tussenuit: huidhonger. Vrij vertaald is dat honger hebben naar huid.

Ik weet niet hoe u er tegenaan kijkt, maar ‘huidhonger’ klinkt voor mij nogal bruut. Het doet me denken aan hoe dat gaat bij gewone honger: dat je met je gezicht tegen het raam van een patisserie staat en en met begerige blik naar alle lekkere koeken staart, klaar om aan te vallen als het even kan. Of ik zie het als in een film: een uitgehongerd straatjochie loopt langs een marktkraam en gapt een sappige perzik om er vervolgens een stevige hap uit te nemen.

Bij huidhonger gaat het echter om mensen, en dan lijkt een hap hier of daar een nogal vampierachtige manier van doen.

Ik begrijp dat ook jij en ik, lezer, in deze tijden van zo weinig mogelijk contacten en social distancing, behoefte hebben aan mensen aan een knuffel, een streling, een stevige omhelzing maar dat, tenminste wat mezelf betreft, omvat net iets meer dan het vel van de ander willen.

Bovendien klinkt het woord huidhonger onpersoonlijk, alsof je een hap uit eender wie wil nemen.

Net vandaag, nu ik het met jou over dat lelijke woord wil hebben, lees ik in de krant een artikel van een psychologe die mijn mening deelt over het woord. Bovendien suggereert ze dat je zelfs op verre afstand mekaar mentaal kunt aanraken. Zij vertelt hoe de pen van een geliefde haar over landsgrenzen en verre afstanden mentaal heeft aangeraakt.

Het is het proberen waard, wie weet komt de aandacht voor de hoofse poëzie terug. Of beschrijven we in een lyrische brief ons verlangen naar de andere.

 

Mvg,

Frauke Jemand

 

Comment

Comment

Fraukebrief 69: Fraukebrieven in coronatijd: Moeilijke vergelijking: “het is zoals in de oorlog”

Beste Lezer,

Volg je ook de reeks ‘Kinderen van de holocaust’: over mensen die de oorlog zelf als joods kind hebben meegemaakt of er in hun familie mee geconfronteerd zijn?

Deze volwassenen, toen nog kinderen, vertellen niet zonder pijn welke vreselijkheden zij en/of hun ouders hebben meegemaakt in de kampen. Hoe ze zonder pardon vernederingen hebben gezien of meegemaakt, dat ze hun ouders of één van beiden nooit meer hebben teruggezien. Het is ronduit schokkend dat het gemis nooit meer verdwijnt en ze het dus heel hun leven meedragen. Ik heb er moeite mee wanneer mensen de huidige coronacrisis vergelijken met een oorlogssituatie. Je kunt dit niet vergelijken.

Uiteraard is deze crisis een ongewone situatie en voor sommige mensen in penibele situaties zwaar om dragen. Uiteraard is het voor zwaar zieken en hulpverlenend personeel bijzonder hard. We kunnen er niet om heen dat deze crisis gevolgen zal hebben op vele domeinen van ons leven.

Maar wat mij zo heeft aangegrepen in ‘Kinderen van de holocaust’, is dat deze mensen zo sereen, weliswaar met veel pijn en verdriet, vertellen over de vijf jaar die hun hele leven voor goed veranderden. Ze drukten een onuitwisbare stempel op hun hele leven. Nu, in deze crisistijd, wordt er veel gesproken over wat we allemaal moeten missen, en dat we ons leven niet kunnen opnemen zoals voorheen. We beklagen ons of er wordt voor ons geklaagd in talloze programma’s.

Maar deze joodse oorlogskinderen spreken over een ander soort missen, voor mij voelt het aan als een ‘diep gemis, een ontbering’. Het gemis van geliefden die in de kampen zijn achtergebleven, het gemis van een onbezorgde jeugd die integendeel vol gruwel was. Het gemis van veilige geborgenheid, hun leven lang, die de verdwenen ouders hen niet meer konden bieden.

Een gemis waar zij nu al hun hele leven mee moeten leven. Ja lezer, ik vraag me af wat een dergelijk diep gemis van je eigen ouders, je broer of zus, tante of nonkel doet met een mens.

Naast het verlies en het gemis van de geliefden is er nog het trauma van de gruwelijkheden, de vernederingen, de honger dat hen is aangedaan.

Ik hoop dat wij in volgende uitzendingen van deze mensen vernemen hoe zij verder zijn kunnen gaan met hun leven, ondanks het zware lot dat zij hebben moeten ondergaan.

Mvg,

Frauke J.

 

Comment