Comment

'Iedereen op de fiets'

Frauke_Fiets-46.jpg

Frauke brief 3

Beste lezer,

‘Iedereen op de fiets’

 Deze veel gehoorde slogan indachtig stapte ik onlangs terug de fiets op. Het was vele jaren geleden en dus even wennen. Al voelde het in het begin wat houterig, toch bezat ik nog genoeg trapautomatisme om de juiste cadans te vinden. Het verschil met vroeger was dat ik me niet langer alleen op het fietspad bevond, we waren met velen. Tot mijn verbazing was dat fietspad desondanks niet zoveel breder geworden. Een snorfiets raakte, op een haar na, mijn volle fietstassen. Langs een drukke weg kwam plots een fietser in tegengestelde richting me tegemoet. Een beetje paniekerig begon ik te bellen maar ik kreeg een middelvinger, blijkbaar was dit stukje fietspad tweerichtingsverkeer. Fietsen van allerlei formaten en met verschillende snelheden passeerden mij. Om in de stad te komen lagen er nog behoorlijk wat hindernissen op mijn pad. Minstens drie bouwwerven in één straat dirigeerden me van het fietspad af. Hier en daar stonden kleine bestelwagens op het fietspad geparkeerd. In de stad geraakte ik even uit koers, want fietsers reden er kriskras door elkaar en voetgangers baanden zich daartussenin een weg.

Ik had al mijn concentratie nodig om heelhuids uit die doolhof te geraken. Bovendien had ik weinig houvast: de stoplichten waren verdwenen en ik zag bijna geen zebrapaden meer. Voor veel fietsers was links of rechts houden een achterhaalde verkeersregel. Net nu we voor alles in het leven regels uitvinden worden deze in het verkeer geschrapt en dat op een ogenblik dat er meer fietsers dan ooit zijn.

‘Iedereen op de fiets’ is toe te juichen, maar wie is ‘iedereen’? Is ‘iedereen’ ook het kind dat pas fietst, de ouder wordende mens die ook niet altijd zeker van zichzelf is in het verkeer? Is dat ook de minder behendige, de lamme, de kreupele, de dove en de blinde? Wie staat model voor ‘iedereen’? Na mijn stressvolle fietstocht dacht ik dat ‘iedereen’ best fietsvaardig, gezond en een beetje maar niet té jong is om de huidige situatie aan te kunnen.

Op mijn terugweg uit de stad zocht ik mijn weg op een druk kruispunt. Iemand riep ‘kan het niet wat sneller moeke?’ Verontwaardigd hield ik mijn gelijkmatige tred. Neen, mij fietsen ze zo rap (nog) niet van mijn sokken.

 Mvg,

 Frauke J.

Comment

Comment

'Iedereen op de fiets'

Frauke_Fiets-47.jpg

Frauke brief 2

 

Beste lezer,

 

Onlangs stapte ik opnieuw op de fiets, dat het was lang geleden…

Er flitsten liedjes door mijn hoofd: ‘Fietsen op de heide….jij en ik alleen..’ en  ‘Hé kleine meid op je kinderfiets..’ . Ze deden me denken aan vroeger, aan mijn kindertijd.

 Vroeger, beste lezer,  fietste ik veel.

We fietsten met het hele gezin, want we hadden geen auto. Mijn eerste  fietsdagtocht herinner ik mij als één lange valpartij: ik schampte af op een stoeprand, viel over een uit stekende boomwortel en ik reed mijn eigen zus omver. Fietsbehendigheid was niet echt mijn talent: ik heb het letterlijk met vallen en opstaan geleerd. In die dagen werd niet zoveel gereisd: hoogstens twee keer per maand gingen we op uitstap met de fiets, te voet of met de bus. Verder gebruikten we de fiets om boodschappen te doen, familie te bezoeken.

Later fietsten wij, jonge meisjes, langs het kanaal naar school.

We fietsten traagzaam langs het water, haalden de vrachtboten in. We leerden het leven van de schippers op de vaart kennen. Jongens reden in ons kielzog. Fietsen begon leuk te worden.

Nog later fietste ik naar mijn werk, ik had dan wel een auto maar geen rijbewijs.

Rijden van en naar het werk was een verpozing. Er waaide rust door mijn hoofd.

Fietsen was verlangzamen, gaf mij een gevoel van vrijheid, misschien te vergelijken met hoe een zeiler zich op zee voelt. Je verstand op nul waardoor juist dan een nieuwe wind waait.

Vandaag heeft fietsen een ander élan gekregen, maar daarover meer in een volgende brief.

 Mvg,

 Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke J. Brief 1

Beste Lezer,

Op deze nieuwe schrijfplek zet ik mijn brieven aan u verder. Het is wellicht ongewoon mij hier, op de sociale media, te vinden. Eerder schreef ik brieven aan krantenredacties, plaatste mijn woonkamer in een tentoonstelling, mijn brieven plakte ik als muurkranten in de stad; er bestaan mooie foto’s van.

Ik blijf het belangrijk vinden mijn ‘stem’ te laten horen, een ‘iemand’ te zijn.

U hoeft niet zo een hartje aan te vinken onder mijn brief, hem lezen is mij genoeg.

Want ‘een stem hebben’ is meer dan spreken:

er komt geluid uit je keel

het zijn niet zomaar woorden

geen losse noch loze zinnen

je hebt een mening over dit en dat

je krabbelt en schrijft neer

je spreekt luidop, reciteert desnoods

je roept niet langer in de woestijn

 

misschien zijn er mensen die je horen

 

Mvg,

 

Frauke J.

 

Comment

Comment

Deze Frauke brieven zijn een verder zetting van een project dat in 2011 ontstond (zie onderstaande tekst voor duiding van het project).

In een vorige zoektocht naar ‘een stem’ (Kruidtuin 2017) werd via foto’s verslag uitgebracht van een muurkranten actie in de stad.

In een nieuwe zoektocht naar een eigen stem bieden de foto’s van Herman Baert ondersteuning en illustratie bij het woord.

Comment

Comment

Niemand

Een niemand is een iemand
Laat dit duidelijk zijn voor wie
in de vergeten straat woont

er hangt een geur van kippensoep

‘de mensen’ zeggen ze
wie zijn ‘ de mensen’
uit wiens mond spreken ze en welke taal?
 

De mensen
staan in de hof,
staan aan hun deur,
sporen naar hun werk,
blijven travakken
vrijen, verdienen, verteren…
zwijgen, zwoegen, zweten…

De mensen
bij de bakker halen ze brood
ooit gaan ze dood.

Frauke Jemand

Comment

Comment

Frauke Jemand

In het jaar 2005 ontmoette ik, in een straat van de stad waar ik destijds regelmatig kwam, een vrouw. Ze stond in de deuropening en sprak mij aan.

De vrouw, laten we haar M noemen, had al een groot stuk leven achter de rug.

Ze wist veel over het reilen en zeilen in haar straat: ze kende bijna alle mensen die haar deur voorbijgingen bij naam. Over veel had deze vrouw een uitgesproken mening. Ze had een mening over de politiek in eigen land en in de wereld.  Ze praatte over klein en groot nieuws, over goed en kwaad.

Veel mensen liepen haar achteloos voorbij, zodat het soms leek alsof ze tegen zichzelf praatte. Ik bedacht dat zij op haar manier een buurtwerkster, het geweten, de spiegel van haar straat en haar wijk en verder was.

Het stemde mij mismoedig dat deze vrouw geen stem, geen forum had om van zich te laten horen.

M. kreeg van mij een eigen leven als ‘Frauke Niemand’. Voor mij stond ze symbool voor de vele naamlozen in vele straten in nog meer steden.

Comment