Viewing entries in
de mening van de burger

Comment

Frauke Jemandbrief 181: Aan de heer Fr. De Meester ofte Dikke Freddy

Beste Lezer,

Voor één keer maak ik een uitzondering en richt ik mij in het bijzonder tot één lezer, en dat is de heer Fr. De Meester wiens brieven ik hier en daar in krant of tijdschrift terugvind. Met een kwinkslag legt hij vaak de vinger op de wonden van de burger met een kleine beurs.

Beste Fr. De Meester, of mag ik Dikke Freddy zeggen,

Onlangs schreef u een brief aan minister van Sociale Zaken Fr. Vandenbroucke, u had het over zijn interventies t.a.v de ziekenkassen, en dat ze zich zullen moeten heruitvinden. Het meest stoorde u echter de verregaande digitalisering van die dienstverlening en u bood een goedkoop alternatief: de heruitvinding van de gele kleefbriefjes. Dat was goed gevonden, tenminste voor wie zin voor humor heeft. Maar ik had de indruk dat de minister zelf daar allerminst om kon lachten, of was zijn antwoord een vals bericht gemaakt met A.I? Een mens zou het begot niet meer weten.

Hoe dan ook, van gevoel voor humor was geen sprake, integendeel: de minister raadde u aan om dringend werk te maken van “vertrouwd geraken met de digitale wereld.”

Zelf heb ik het ook erg moeilijk met de snelle digitalisering, en dit niet alleen bij de ziekenfondsen. Je hebt een arsenaal aan codes voor alles en nog wat nodig om toegang te hebben tot je eigen hebben en houden. En oh wee indien je één van die codes kwijt of vergeten bent! En misschien leert men nu op school werken met al deze digitale middelen, ik hoop het tenminste, want ik hoor veel spreken over nederlands en wiskunde leren maar weinig over digitalisering.

foto Herman Baert

De vergeten groepen echter zijn wij die geboren zijn in een tijd waarin nog geen sprake was van computers: wij moeten ons door gissen en missen een weg banen in de doolhof van ‘online documenten’. En niet alleen kosten al deze digitale spullen stukken van mensen, indien je er een cursus zou willen voor volgen kost dat ook nog een rib uit je lijf.

En jawel, er zijn allerlei bereidwillige sujetten die via mail of telefoon aanbieden om je te helpen met je bankzaken of de documenten van de overheid enz… Ze willen zelfs aan de deur komen, maar liefst krijgen ze dan ook meteen de code van je bankkaart. Want beste Freddy, indien ik even amicaal mag zijn, ik weet niet of je je luttele centen al kwijt bent geraakt aan phishing? Neen, ik heb het hier niet over vissen, mocht je me verkeerd verstaan, of toch wel: beschouw het als naar je geld vissen. Vandaag nog kreeg ik iemand van een bank aan de lijn die beweerde dat er geld van mijn rekening was afgenomen en dat zij dat kon in orde brengen mits…ja juist: de code…Wij die ooit leerden om de mensheid te vertrouwen en al blij zijn dat we eens een menselijke stem horen aan de telefoon, zijn geneigd daarvoor ons hebben en houden te verkopen. Opgepast dus beste (met permissie) vriend, want van de digitale wereld kan je nog blutter worden.

Maar dat je vraag naar meer menselijkheid in de bureaucratie niet zo uit de lucht gegrepen is, heeft zelfs de overheid begrepen: blijkbaar zou zelfs die via een echt, tastbaar loket moeten bereikbaar blijven. We kunnen enkel maar hopen dat de banken, de ziekenkassen en allerlei diensten deze stelregel volgen en het loket heruitvinden.

Trouwens - nog even van ziekenkassen gesproken: ik denk dat het voor u de hoogste tijd is om de heer Mattias Diependaele via een brief op de rooster te leggen, nu hij zich opwerpt als zieltjeswinner voor de Onafhankelijke Ziekenkas. En ik die dacht dat ‘zieltjes winnen’ iets was uit de tijd van de gele kleefbriefjes…

Zieltjeswinnerij blijkt, digitaal of niet, van alle tijden.

Beste Freddy, laat u niet ontmoedigen door onze politiekers die menen u te moeten terechtwijzen, voor zover ik weet leven we nog altijd in een land van vrije meningsuiting.

Mvg,

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 180: Zorgen om de zorg

Beste Lezer,

 

Nu ik tijdelijk afhankelijk ben van ‘de zorg’ wil ik naast de vele onheilsboodschappen ook eens een ander lied zingen.

We lezen en horen vooral over de hoge kosten van de gezondheidszorg, het misbruik van middelen zowel bij patiënten als bij zorgverleners en hoe dit alles kordaat en in besparingsmodus aan banden dient gelegd.

Ik bespeur eenzelfde redenering als deze van bij het onderwijs: het woord ‘misbruik’ en de veralgemening van deze term en het zinspelen op tekortkomingen in het medische werkveld ,deze keer, en het profitariaat bij de patiënten (enkele of vele?).

Maar zijn onderwijs en medische zorg nu net niet de twee sterkmakers van onze welzijnsmaatschappij, broodnoodzakelijk om de kwaliteit van leven hoog te houden?

Foto Herman Baert

Hoe gevaarlijk is het om juist deze takken van de boom langzaam maar zeker af te zagen?

Want elke fout, elk al dan niet terecht benoemd misbruik, zoals die ene thuisverpleegkundige, wordt dankbaar vastgegrepen om te beknibbelen.

Nu ik tijdelijk afhankelijk ben van de medische zorg kijk ik met grote ogen naar de blijvende inzet van zorgverleners en dit in diverse disciplines en op verschillende niveaus.

Ik heb meegemaakt dat de verpleging in het ziekenhuis haar afdeling nog moest ombouwen om de vele patiënten een bed te bezorgen, zelfs tot laat in de avond.

Ik heb gezien en gevoeld hoe verpleging en anesthesie zich met engelengeduld, empathie en de nodige humor een weg zochten in moeilijk te vinden aders.

Op weg naar het operatiekwartier vertelde een jonge man over zijn besparing op een fitnessabonnement, daar hij patiënten door eindeloze gangen rolde en daarbij zo’n 20 km per dag aflegde.

Het vakkundig snijwerk heb ik niet live meegemaakt, maar ik pluk er stilaan de vruchten van.

Met evenveel geduld leerden kinesisten hoe de kreupele mits de juiste oefeningen opnieuw zou kunnen lopen.

En thuisgekomen was er een nieuwe equipe hulpverleners (verpleging, verzorgenden en kine) die met enthousiasme aan de slag gingen.

Wat me vooral opvalt is dat in deze sector niet alleen professionaliteit maar ook gedrevenheid, goedgemutstheid (al van ‘s morgens vroeg), realiteitszin en humor overheersen ondanks de zwaarte, de verdachtmakingen, de administratieve rompslomp en de striktere controles die ze al meemaken of hen boven het hoofd hangen.

 

Ik heb me afgevraagd of het niet beter is om politici en journalisten , i.p.v B.V’s een stage te laten lopen in de verschillende geledingen van de zorg: het ziekenhuis, de thuisverpleging, de kine, de huishoudhulp, zodat zij een realistisch beeld krijgen van het gehele plaatje.

Want al gaan zorgverleners misschien wel gebukt onder de doemverhalen, ze vallen er hun patiënten niet mee lastig. Laat ons hopen dat zij zo positief blijven en de moed niet verliezen. Want vroeg of laat kunnen ook zij uitvallen en onder invloed van teveel onheilsboodschappen  en stress de langdurig zieken of werklozen van de toekomst worden.

Maar op dit ogenblik, wat mij betreft: niks dan lof.

 

Mvg,

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 178 : De kleine garnaal en andere vissen in woelig water.

Beste Lezer,

Soms is het wereldnieuws een ware aanslag op je gezondheid, vooral op je gezond verstand.

Op een avond zit je voor de beeldbuis en je hoort dat de zogenaamde vredesduif uit Amerika een nieuwe oorlog is gestart. Een oorlog die volgens het internationaal recht niet correct is, dat wordt gezegd en bevestigd. Je slikt even, want er is alweer een wettelijke grens overschreden. Nogmaals.

Op een andere avond zie je in een duidingsprogramma onze minister van defensie, bijgestaan door een hoogleraar, praten over het beschermen van lidstaten indien nodig, over het voorbereiden van strategische plannen, kortom: stoere taal in tijden van oorlog. Alhoewel er toen aan België nog geen enkele vraag was gesteld, leek de bereidheid om mee te doen met de grote jongens maar al te groot. Wij kleine garnaal zwemmend tussen de grote vissen.

Foto/ Herman Baert

Je gelooft je oren niet.

Alsof wij nog niks geleerd hebben uit onze geschiedenis, alsof al die oorlogsherdenkingen van de laatste jaren één maskerade waren, een toeristische attraktie. ‘Nooit meer oorlog’ galmt als een holle frase in het ijle.

Geen afkeuring noch kritiek op het binnenvallen van een land, ook al onderdrukt dat land zijn bevolking. Maar hoeveel landen moeten er dan nog binnengevallen worden door de grote redder? Je zit je meer en meer te ergeren aan het kritiekloze gedram en vraagt je luidop af waar we in godsnaam mee bezig zijn. Je denkt aan die bijzondere uitspraak van een filosofe: “Het grootste kwaad ontstaat uit niet nadenken”.

Eén lichtpuntje die avond was de dokter, die zelf middenin talloze oorlogsgebieden gekwetste en onschuldige burgers heeft geholpen om opnieuw te leven of rustig te sterven. Een man die dus wel degelijk wist waarover hij sprak, het aan den lijve heeft ondervonden. Hij richtte zich met lijzige stem tot de hoogleraar en de minister en zei dat elk oorlogsslachtoffer van welke kant ook er één te veel is. Fijntjes wees hij de gesprekspartners op het met voeten treden van het internationaal recht, het selectief omgaan met oorlogsgeweld en de gevolgen daarvan voor de burgers: “Wat gebeurt er met het Palestijnse volk, de vele vermoorde kinderen, vrouwen en mannen? Wie komt voor hen op? Wat wettigt de tussenkomst in Iran?”

Helaas werden zijn bedenkingen en de discussie al vlug gestopt met een welles-nietesspel.

Zijn opmerkingen werden losjes weggewuifd met zinnen als ‘We leven nu eenmaal in andere tijden met andere machtsstructuren…’ .

Beste lezer: je krijgt de neiging te knarsetanden bij dergelijke platitudes, alsof internationaal recht er niet toe doet en wetteloosheid het nieuwe normaal is waarin de Europese landen, behalve Spanje, gedwee in de rij lopen. Wij, België, als kleine garnaal, die het oorlogsspel wil meespelen met de grote vissen.

Wij zijn verder weg van huis dan ooit.

 

Mvg

 

Frauke J.

Comment

Comment

Fraukebrief 126 : Kennismaking met Meneer Jemand

Beste Lezer,

 

Ik heb groot nieuws: lang dacht ik de enige te zijn die nog aan de deur op de uitkijk staat en een praatje maakt met mensen, maar niks is minder waar! Onlangs logeerde ik in een andere stad. Ik wandelde door een nauw straatje waar slechts één auto en één voetganger tegelijk door kunnen en daar zag ik mijn mannelijke evenknie. Hij had het werkelijk gezellig gemaakt met een tafeltje voor twee en een tas koffie, de poes zat rustig in het deurgat en hield alles in het snotje. Regelmatig passeerde een auto maar dat kon de man niet deren, hij dronk rustig zijn koffietje in de zon. Verbaasd vroeg ik hem of hij geen schrik had dat de poes onder een auto zou belanden, toen ik prompt mezelf tegen de gevel moest drukken omdat een vrachtwagen het straatje in manoevreerde. De man was er gerust in en had alle vertrouwen in zijn kat. ‘Ze kent het verkeer beter dan wij! En ze gaat hoogstens tot het eind van de straat’, zei hij, ‘en door mijn kat leer ik bijzonder veel mensen kennen’. Een wijsheid waar ik zelf nog niet opgekomen was.

In de loop van ons gesprek begreep ik dat het allemaal was begonnen tijdens een lange ziekte. Die weken, maanden was de man veel alleen en een tuin had hij niet.

‘Ik ben begonnen met mijn deur open te zetten, en toen ik weer wat op de been was ging ik af en toe in het deurgat zitten en nu ik beter ben maak ik hier mijn eigen terras.’ ‘Er komen hier dagelijks verdwaalde reizigers langs en intussen ben ik een volleerde stadsgids, ik vertel allerlei bijzonderheden over de stad die ze nergens anders te horen krijgen. Maar het eerste gespreksonderwerp is altijd mijn kat.’

Ik bedacht dat het een bijzonder slimme manier was om de eenzaamheid te doorbreken en contacten te leggen in een stad.

Misschien wordt het stilaan tijd dat ik ook een kat houd, bedacht ik.

Het dier zat vadsig in het deurgat en liet zich gewillig fotograferen door verloren gelopen toeristen.

 

Mvg

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand Brief 111: De huishoudhulp en haar inkomen!

Beste Lezer,

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: het is niet de eerste keer dat ik me druk maak over de rechten van de huishoudhulp.

En blijkbaar ben ik niet de enige: sinds kort wijden kranten brieven en zelfs heelder pagina’s aan het luttel inkomen van de huishoudhulp. Ook politiekers en professoren bekommeren zich om deze groep die inzake loon onderaan de ladder bengelt. Maar wordt er door al deze aandacht vooruitgang geboekt en hoelang blijft dit nieuws nieuws? Dat is nog maar de vraag.

Onlangs nog kwam het dienstenchequesysteem, waar vele huishoudhulpen aan vasthangen, opnieuw ter sprake, deze keer als een mogelijke besparingsmaatregel voor de Vlaamse regering. De kans bestond dat de dienstencheque duurder zou worden.

Een goede zaak, dacht ik, in de eerste plaats voor de huishoudhulp, en mooi meegenomen dat de regering een graantje meepikt. Dienstencheques zijn een prima uitvinding: op die manier wordt deze dienstverlening betaalbaar voor meer mensen en niet enkel voor mensen met een goed salaris. Goed ook dat de huishoudhulp zich niet langer in het zwartwerkcircuit moet begeven.

Het grote minpunt echter is het karig loontje waarvan de huishoudhulp moet rondkomen.

Wat ik nog altijd niet begrijp is waarom niemand op het idee komt om de dienstencheques te koppelen aan het inkomen. Waarom zou iemand die meer verdient niet meer betalen voor de verkregen huishoudelijke diensten, dit is toch redelijk?

Dit extra geld zou ten goede kunnen komen aan extra inkomen en bijscholing of ondersteuning van de huishoudhulp.

Groot was mijn teleurstelling toen bleek dat dit punt maar weer eens van de agenda werd afgevoerd, en alles dus bij het oude blijft.

Hoe komt dit toch, vroeg ik me af: zijn er hindernissen die mijn petje te boven gaan? Of is het gewoon een kwestie van politieke moed? Of beter gezegd: een gebrek aan politieke moed?

 

Mvg

 

Frauke J.

 

Comment

Comment

Fraukebrief 53 : Wie M zegt moet N zeggen: ‘Zeg niet kuisvrouw maar poetshulp’

Huishoudhulpen-1.JPG

Beste lezer,

Het mag dan al februari zijn, toch slepen we nog enkele oude zeren uit 2019 met ons mee. Zo is er één waar ik een lans voor wil breken.

Eind vorig jaar werd er door poetsvrouwen en -mannen een schuchtere poging tot protest ondernomen. Ze eisten opslag van hun lage loon, dat zou meteen ook hun pensioen ten goede komen. Het was een kleine, bescheiden actie waarvan ik dacht dat ze alweer in de vergeetput zat.

Eerst kregen de actievoerders een ‘njet’: de opslag was zogezegd niet mogelijk. Wel werd hier en daar in de kranten gepleit voor meer respect voor de dames en heren die onze huizen poetsen, en er werd gepleit om niet langer over kuisvrouw maar over poetshulp te spreken. Wat is een naam, vroeg ik me hoofdschuddend af toen ik dat las. Indien u het mij vraagt: een andere titel is niet meer dan een doekje voor het bloeden. Het beroep van poetshulp is, naar mijn bescheiden mening, zowel zwaar als ondergewaardeerd.

Ik daag u uit, lezer, om in vier uur tijd in uw huis hetzelfde klaar te spelen als uw poetshulp. Bedenk daarbij dat deze heer of dame in kwestie dit niet enkel een voormiddag bij u thuis doet: in de namiddag volgen er nog vier uur en zo gaat dit door, vijf dagen in de week. Je zou het van minder in je rug, knieën, schouders krijgen (wat dokters en kinesitherapeuten trouwens beamen).

Beslist is er her en der wel waardering voor het gedane werk. Op sommige plaatsen echter liggen lange to-do lijsten klaar, is er geen sprake van ‘dankjewel’ of zijn de omstandigheden waarin dient gepoetst onaangenaam.

En of je dit werk nu twee, tien of twintig jaar doet, je krijgt geen extra’s, bonus noch vakantie noch rimpeldagen, en bijscholing of een personeelsuitstap is eerder uitzondering dan regel.

En toch is er een klein lichtje aan het eind van de tunnel in 2020. Dit jaar staat dan uiteindelijk toch een kleine loonsverhoging in de startblokken, het nieuws is vers van de pers terwijl ik u deze brief schrijf, en het is een begin. Maar ook aan respect voor het beroep kan nog veel gebeuren. Wat meer waardering van iedereen en geen overladen opdrachten helpen om het vol te houden.

Wat de loonsverhoging betreft dacht ik nog aan een andere oplossing. Waarom dienstencheques niet afhankelijk maken van het inkomen? Wie veel verdient betaalt meer voor poetshulp en wie een laag loon heeft minder. Misschien krijgen de poetshulpen dan een echte loonsverhoging.

Wat mij betreft is het zo gepiept – de spons erover!

Mvg,

Frauke J.

Comment

Comment

Fraukebrief 52: Wie L zegt moet M zeggen: Baby’s zijn geen kanaries

Beste Lezer,

Onlangs las ik in de krant dat China niet langer vasthoudt aan de eenkindpolitiek. M.a.w. er zijn te veel oude mensen en te weinig krachtige jongeren die kunnen werken. Er moet dus dringend aan geboorte uitbreiding gedaan worden i.p.v. aan -beperking. Beste lezer is dit bericht u, tussen de vele Chinese gezondheidsbulletins door, ontgaan? Ik hoop dat dit voor onze politici niet zo is.

Misschien kunnen wij iets leren van onze Chinese medemens.

Niet dat het er hier zo drastisch aan toe gaat, maar toch: echt bemoedigend is het ook hier niet om kinderen te verwekken laat staan ze te baren. In enkele weken tijd vielen verschillende nieuwsberichten uit de lucht die niet echt kindvriendelijk te noemen zijn. Eerst was er het voorstel om de termijn waarop men abortus kan plegen langer te maken. Vervolgens kwam er het bericht dat een x-aantal kraamklinieken in aanmerking komt voor sluiting. Rekening houdend met de aanmoediging om het openbaar vervoer meer te gebruiken behoort een bevalling op de trein binnenkort tot de mogelijkheden. Hopen maar dat er dan geen treinstaking is én dat er een vroedvrouw aan boord is. En recent las ik dat ook thuisblijfmoeders en      -vaders aangemoedigd zullen worden om uit werken te gaan. Er werd niet bij vermeld of er ook extra geïnvesteerd zal worden in crèches, flexibele crèches, flexibele grootouders en andere vrijwilligers. En over het belang van het opvoeden van kinderen werd in diezelfde krant al helemaal niets vermeld. Het lijkt wel alsof kinderen in huis hebben gelijk staat aan het houden van een kanarie. Je voedert hem ’s morgens en ’s avonds en heeft hem wat licht en een beetje aandacht. Voor de rest van de dag een doek over de kooi en je kunt rustig aan het werk.

Neen lezer het is hier China niet, je mag nog altijd zelf kiezen hoeveel kinderen je krijgt. Hier pakken we het met zachte hand aan, al zijn die maatregelen niet echt bevorderend om een gezin te stichten. Ik kan me voorstellen dat ouders hier op een bepaald ogenblik zelf de éénkindregel gaan toepassen. En dan? Wat binnen twintig jaar?

Indien men het mij zou vragen - maar niemand vraagt mij iets….

Mvg

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Fraukebrief 50: Wie J zegt moet K zeggen: Een nieuwjaarsbrief met een mening

Beste Lezer,

Vandaag schrijf ik u mijn vijftigste brief, dat kan tellen.

Eerst en niet in het minst, lezer, wil ik u bedanken om mijn brieven te lezen en te blijven lezen. Dat ik mijn mening mag uiten, al is ze van weinig tel in de grote wereld, is belangrijk voor mij. Stiekem hoop ik dat u af en toe ook wat herkenning vindt in mijn woorden, al verwacht ik niet dat mijn mening ook uw mening is.

Vijftig brieven aan u, lezer: dat is een mooi getal, misschien tijd om er mee op te houden? Het einde van een jaar is een gelegenheid bij uitstek om die streep te trekken. Ja lezer, daar heb ik lang over nagedacht en getwijfeld - verder doen of niet?

Brief50-2.jpg

Maar de tijden zijn duister en er liggen nog vele hete hangijzers in het vuur. Mag je in woelige tijden je mond houden, ook al ben je van weinig tel? Ik blijf mezelf voorhouden dat een niemand ook ‘iemand’ is, dus een burger die iets te vertellen heeft. Wie zijn ‘de mensen’ anders dan vele niemanden samen?

Bovendien is mijn alfabet nog niet af, en ook: ik heb a gezegd en moet b zeggen, dus doorgaan tot het bittere einde.

Neen, we zijn nog niet klaar. Neem nu ‘De kracht van verandering’, één van de slogans van de verkiezingen, maar meer dan ooit is alles bij het oude gebleven: een land zonder volwaardige regering en met veel gekibbel.

Er rijden nog altijd te veel auto’s rond en we leven in een fase van wel willen maar nog niet echt kunnen; mensen worden gestimuleerd om te fietsen, maar er is nog veel werk aan de winkel om de situatie in Nederland of Denemarken te evenaren. Dat leidt af en toe tot hilarische maar ook pijnlijke toestanden tussen voetgangers en alle vormen van rollend verkeer.

Ons openbaar vervoer doet zijn best om vlot door het land te rijden, stokt echter af en toe en om allerlei redenen. En dan zijn we terug bij af.

Er zijn ook nog die andere problemen: in de Kerstnacht waren er meer dan 600 oproepen naar teleonthaal. Een groot deel daarvan uit eenzaamheid. Wanneer ik aan mijn deur sta en rondom mij kijk zie ik in die drukke wereld veel onzichtbare zichtbaren door de straten dolen. Er zijn warme weken en warme mensen, desondanks hadden veel nieuwkomers zich het onthaal in ons welvarend landje anders voorgesteld.

Toch is het niet al kommer en kwel, lezer, want er zijn ook veel mensen die dag in dag uit hun best doen om deze planeet leefbaar te houden, niet in het minst de jongeren.

Beste lezer, ik ga u voorlopig blijven schrijven, in de hoop dat u, die mij regelmatig leest, een stille bondgenoot blijft.

Bij deze wens ik u een zalig en gelukkig nieuw jaar.

Mvg.

Frauke Jemand

PS: De foto’s bij mijn brieven maak ik niet zelf. Ene Herman Baert trekt er af en toe op uit om het dagelijks gebeuren rondom ons treffend in beeld te brengen..

 

Comment