Beste Lezer,
Wanneer je rond acht uur, of zelfs vroeger, wakker bent, is het schouwspel van voorbij rijdende, stappende, skatende, steppende en tevens gepakt en gezakte kinderen en jongeren de moeite waard om te zien. Sommigen gehaast, want te laat komen levert een nota op, sommigen lanterfantend - ze zijn niet zo bang - en anderen plichtsgetrouw en leergierig: allen zijn ze alweer op weg naar die plek die van hen jonge mensen ‘met gouden handen en/of koppen moet maken. Zo las ik een uitspraak van de minister van onderwijs. En ik heb begrepen dat alvast in de lagere school daar zeker werk van wordt gemaakt door in te zetten op taal en wiskunde, wetenschap en techniek.
Je weet, lezer, dat ik het elk jaar moeilijk heb wanneer ik al deze kinderen, zelfs die bloedjes van amper 2,5 jaar, weer in het gareel zie lopen. Mij komt het over, of vergis ik me, dat er tussen gouden hoofden en gouden handen nog zoveel meer is wat aandacht nodig heeft. Ken je het liedje nog: ‘ hoofd en schouders knie en teen knie en teen’, om maar te zeggen dat beweging voor de kinderen toch niet enkel het met zware rugzakken naar school zeulen kan zijn, en ik hoop van harte dat die ‘gouden handen’ ook creatief mogen zijn.
Want wat is de opdracht van het onderwijs? Waartoe voeden wij eigenlijk op?
Zelf heb ik altijd gedacht dat onderwijs bestaat uit het meegeven van kennis en vaardigheden om volwaardig mens te worden in de wereld. En ik vond daarbij inspiratie bij een oud gezegde van een boeiende schrijfster (Virginia Woolf)
Zij vroeg zich af:
“Hoe kan het onderwijs een bijdrage leveren om kinderen, jongeren en volwassenen vreedzaam te laten samenleven in een diverse complexe samenleving? Wat kan de bijdrage van het onderwijs zijn om een verdraagzame samenleving te realiseren? Hoe kunnen scholen de lerenden zo ondersteunen dat zij toegerust zijn voor deze complexe wereld?”
Deze uitspraak van meer dan 90 jaar geleden lijkt me actueler dan ooit.
En zie, mijn woorden zijn nog niet uitgesproken of ik lees, naast paniek over pisaresultaten, opinieartikels waarin de vraag wordt gesteld of jongeren enkel klaargestoomd moeten worden om de economie te doen bloeien. Is de totale ontwikkeling niet belangrijk genoeg om lerenden in een complexe samenleving hun weg te laten vinden met hun eigen talenten?
Daarmee is niet gezegd dat wiskunde, wetenschap en talen niet belangrijk zijn, maar dat er nog zoveel meer is om in de aandacht te brengen. Helaas gaan we al jaren de toer op , of het nu met je hoofd is of je handen, van ‘meten is weten’.
Kinderen en jongeren leren nadenken, een eigen mening vormen, inzicht bijbrengen in goed en kwaad, het wereldgebeuren, leren praten met elkaar i.p.v.praten via whatsapp, leren tekenen, muziek maken, experimenteren en ontdekken, sporten…leren ontdekken waar hun talenten liggen is minstens zo belangrijk. Tenslotte zijn zij de volwassenen van de toekomst die voor bijzondere uitdagingen zullen staan in een snel veranderende wereld.
Dat overpeins ik wanneer ik ze, hier vroeg in de ochtend, voorbij zie stappen.
Mvg
Frauke Jemand