Foto; Herman Baert
Beste lezer,
In een nostalgische bui, en na het lezen van een lovende recensie over de Sonsbeekse tentoonstelling in Arnhem, bedacht ik deze zomer dat het tijd was om terug naar Nederland te trekken.
Het is intussen meer dan vijftig jaar geleden, maar nog zie ik dat reusachtige neergepoot truweel in het gras steken van het Sonsbeekse park, en meteen schoot me ook de naam van de kunstenaar te binnen: ene Claes Oldenburg. Toen ik uiteindelijk opnieuw in dat prachtige park belandde, herkende ik weliswaar de nu nog meer doorgroeide bomen, en hoe het park een bijna bosachtige vorm had aangenomen. De huidige kunstwerken zagen er echter, in mijn ogen, schraal en petieterig uit: ze verdwenen in de wilde, weelderige natuur. Wat zou ik me binnen tien jaar nog herinneren van deze tentoonstelling anno 2026? Ik moet nu, na amper enkele maanden, al even nadenken. Kortom: het werd een teleurstelling, ondanks dat lovende artikel. Misschien dat smaken verschillen, dacht ik.
Enkele weken later belandde ik in eigen land op een tentoonstelling waar getufte werken een ruime plek innamen. Tuften heb ik in mijn jeugd altijd als een creaclub bezigheid gezien, maar blijkbaar is het weer helemaal in, zo ‘in’ zelfs dat het zijn plek in de kunstwereld heeft veroverd: men spreekt van tufted art. Helaas - nog steeds niet mijn ding.
Op diezelfde tentoonstelling zag ik een beeld van een jongeling van G. Minne in dialoog met een hedendaags beeldend werk, waar ik me vooral de jeans van herinner. Alhoewel er beslist een redelijke uitleg was om de twee werken in dialoog met elkaar te brengen, werd mijn oog vooral en blijvend getroffen door de schoonheid van het beeld van Minne.
Het is dan dat ik me begon af te vragen of ik niet door de lens van mijn generatie naar kunst kijk.
Of, anders gezegd: zijn wij opgevoed met de kunst van een bepaalde tijdsgeest? En wanneer ik aan Claes Oldenburg denk, dan is hij inderdaad een icoon van de pop art kunst eigen aan de jaren 60-70, met Andy Warhol als boegbeeld. Maar wat dan met de beelden van Minne die toch voor mijn tijd aan het werk was ? Overstijgen ze de tijd omdat ze een loepzuivere schoonheid hebben? Of kom ik uit een tijdperk waar leren kijken naar schoonheid net belangrijk werd geacht? Of was er in een na-oorlogse periode veel ruimte voor schoonheid, voor creativiteit? Het zijn vragen die, ik uit deze zomer meedraag.
Maar wat voor mij hoe dan ook vaststaat: of het nu over gisteren, vandaag of morgen gaat en uit welke tijdsgeest we ook komen, en of we nu iets mooi of lelijk of neutraal vinden: kijken naar kunstwerken opent blijvend onze ogen en onze geest. Naar kunst kijken doet ons blijvend nadenken. En ‘nadenken’ blijft over alle tijden heen bijzonder belangrijk.
Mvg
Frauke J.