Comment

Frauke Jemandbrief 120 : 'Waar zijn we in godsnaam mee bezig?'(1) Duurdere ouderenzorg.


Beste lezer,

 

De krant zorgt er met regelmaat voor dat mijn adrenalinepeil de hoogte in schiet.

Zo las ik onlangs dat de prijs voor het verblijf in een woonzorgcentrum zou stijgen. Enigszins cynisch, ik geef het toe, bedacht ik: ‘aha, straks moeten we dus ook meer betalen om rapper dood te gaan’. Mijn excuses lezer, maar de hoge sterftecijfers van de rusthuisbewoners in de heftigste coronatijd staan me nog scherp voor de geest.

Misschien denkt u nu: ‘ja maar ze waren heel oud’, ik ken echter behoorlijk wat heel oude mensen die thuis wonen en nog in leven zijn. Net zoals in een crèche of school is het samenbrengen van veel mensen in een woonzorgcentrum een broeihaard van infectie en virus.

Wat ik me ook nog van die tijd herinner is de belofte dat er nagedacht zou worden over andere vormen van wonen en zorgen voor de oude medemens.

Bovendien kwamen in de tussentijd ook enkele schandalen van verwaarlozing in de bejaardenzorg aan de oppervlakte, reden genoeg dus om daarover na te denken.  En toch kan men kennelijk niks anders bedenken dan het duurder maken van het verblijf.

Voor zover ik het begrepen heb gaat het dan niet over het bieden van meer kwaliteit, maar enkel en alleen over de oplopende verwarmingskosten. Het tekort aan personeel en zeker aan geschoold personeel blijft een heikel punt.

Alle respect, iedereen roeit met de riemen die hij heeft, ook al is dit er soms maar één en vaart het schip dus wankel.

Het is vooral het totale gebrek aan creatief denken over hoe omgaan met de oudere medemens dat ik godgeklaagd vind. In een ouder wordende bevolking is dit echt meer dan nodig.

We hebben het graag over ‘de snel veranderende samenleving’ en toch lijkt het alsof we de ouderen blijvend negeren, en inzake ouderenzorg de tijd stil blijft staan. Of blijven we ons behelpen met het letterlijk bepamperen, met het spelen van bingo en andere spelletjes?

En neen, het inschakelen van robots is niet het creatieve zoeken waar ik het over heb.

Is het vanzelfsprekend dat je in je plus tachtiger jaren opnieuw op internaat bent? Je met een troep (is verschillend van een groep) ouderlingen aan het ontbijt, middag- en avondmaal zit?

Sommigen vinden dit misschien prima, maar wat met de diepere vragen en behoeften: meer privacy, meer waardigheid en respect, de nood aan van nut zijn, zingeving, de behoefte aan echtgemeende waardering en uiteindelijk de liefdevolle zorg bij het afsluiten van het leven?

Of heb ik iets gemist en zijn er veelbelovende denkgroepen opgestart die zich over die vragen buigen? Is men al bezig met het uitwerken van co-housingexperimenten waarin ouderen ook een plaats krijgen? Is men al op zoek naar hoe de grote instituten opgesplitst kunnen worden in kleinere leefgemeenschappen?

Of zal het creatieve denkwerk van de ouderen zelf moeten komen?

 

Mvg,

 

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 119: Moeilijke woorden: ‘Woke’

Dag Lezer,

 

Het is alweer een tijd geleden. Al heb ik geen dwingende en dringende verplichtingen meer, toch glipt de tijd uit mijn handen. Een dag is zo voorbij.

En zoals de tijd me ontglipt gebeurt dat ook met de wereld rondom mij. Waarover ik u vandaag wil schrijven is morgen alweer achterhaald. Nieuwe vragen, moeilijkheden en zware thema’s zoals oorlog en vrede doemen plots op uit een lang geleden.

Maar vandaag wil ik me, samen met u, buigen over het woord: ‘woke’.

Ik kom het overal tegen: of het nu gaat over het al dan niet spreken over zwarte piet, de vraag of oude helden nog wel helden zijn en een standbeeld verdienen, of over het samenleven tussen mannen en vrouwen.

Ik ben het woord gaan opzoeken en ik las het volgende:

Woke staat voor ‘wakker’ zijn: alert op misstanden en problemen in de maatschappij, en het voorkomen van kwetsen van anderen. Wanneer ik dit zo lees, dan kan ik het daar alleen maar mee eens zijn. Ik pleit in zowat elke brief die ik u schrijf, direct of indirect, voor het belang van nadenken. Woorden en gedachten, die ons worden aangereikt, niet zomaar klakkeloos in de mond nemen: dat is mijn stokpaardje.

Eigenaardig genoeg heb ik dit ook met de inhoud die soms aan het woord ‘woke’ gegeven wordt: het klinkt vooruitstrevend, maar in de feiten krijg ik er nu en dan een eng gevoel bij.

Af en toe, wanneer ik de krant opensla, of het nieuws hoor of zie, maak ik me de bedenking : is dat nu allemaal niet wat overdreven, is de mensheid niet overgevoelig geworden? Ik aarzel om deze woorden luidop uit te spreken, uit schrik in een hoek geduwd te worden.

Zie je, het is net dit laatste wat mij wat verontrust, dat opgestoken vingertje: ‘je mag dit niet zeggen of schrijven, je mag dat niet doen of je komt in de verdomhoek terecht’.  Alert zijn is één ding, wat je ermee doet is nog iets anders. Het voelt soms onvrij aan: bang zijn om de verkeerde woorden te schrijven of te zeggen, want ook taal ligt erg gevoelig nu. Terwijl de vrijheid van het woord net zo belangrijk is!

Ik mijmer verder: misschien kom ik uit een andere tijd, een tijd waar love and peace, wellicht enigszins naïef maar zeker gul, omarmd werden? Misschien waren de oorlogen, om maar iets te zeggen, verder van ons bed, waardoor we vredig met Yoko Ono en John Lennon in een ‘bed-in’ konden duiken: samen met hen protesteren tegen de verre  Viëtnamoorlog.

Daarmee bedoel ik niet dat er geen mistoestanden waren: natuurlijk wel, waar mensen samenleven zijn er problemen. Dachten we niet na of waren we ruimdenkend? Waren we vergevingsgezind of laks?  Was het leven eenvoudiger of zagen wij het te simpel?  Wie zal het zeggen…maar het is zeker de moeite waard om over na te denken.

In deze sterk veranderende tijden zijn er zeer veel redenen om ‘woke’ te zijn, of was het woord daar niet voor bedoeld? Ik meen dat nadenken, alert zijn, zeker geen kwaad kan, liefst met een open geest en gevoel voor gedachtenuitwisselingen.

 

Mvg,

 

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemandbrief 118: de beste stuurlui en de wal: Wintermanifest (3)

Beste lezer,

Vorig jaar al heb ik je geschreven over al die mensen die midden de coronacrisis even komen zeggen wat beter had gekund en kan. Het jaar was nog maar net begonnen of er was al een nieuwe groep mensen die vond dat het anders moest. Allemaal knappe koppen van diverse pluimage, en ze hebben een manifest ondertekend. Intussen zijn er al die erop terugkomen of er aantekeningen bij maken. Ik vond het veelbelovend dat er werd gesproken over een open debat, en dat het niet de bedoeling was om de geschiedenis van gissen en missen te bekritiseren, maar ervan te leren. Een nieuw jaar: we leren bij. 

Dacht ik.

Maar in de loop van de voorbije weken en wat gesprekken hier en artikels daar leek het me een schot in het ijle. Je hoeft niet echt doorgeleerd te hebben om te weten dat een pleidooi voor een open debat niet begint met het spuien van kritiek en verwijten aan het adres van wie in het heetst van de strijd zijn nek heeft uitgestoken. Zoiets leidt algauw tot wrevel en ergernis, en zo geschiedde meteen tijdens de eerste tv-uitzending daarover. 

Foto H. Baert

Laat ik een voorbeeld geven uit mijn eigen buurt. Stel: een groepje bewoners neemt het initiatief om voor het eerst een buurtfeest te organiseren om elkaar beter te leren kennen. Het feest vindt plaats, en er zijn uiteraard wat beginnersfouten, maar grosso modo is het een geslaagd initiatief. Stel nu dat na het feest een ander groepje bewoners in elke bus een pamflet deponeert met daarop de boodschap: ‘…het was een goed initiatief…maar er was te weinig opkomst, er waren geen drankbonnekes, en waarom hebben die van nummers 20 tot 25 dat feest naar zich toegetrokken, waarom waren wij daar niet bij betrokken? Was er nog geld over en wat werd ermee gedaan’, en nog meer dergelijke verwijten en stille verdachtmakingen. En tot slot ‘Kunnen we eens gaan samenzitten om daar in alle rust over te praten?’

Geef toe, lezer, dat de zin om aan tafel te gaan zitten beperkt zal zijn. Ik vrees dat ‘in alle rust’ een vervelende vergadering wordt en dat wie zich aangevallen voelt terug zal slaan en zeer menselijk zal reageren door te zeggen: ‘Doe het zelf indien je het zoveel beter kunt’. 

Beter zou zijn, zowel in het wintermanifest als in het buurtinitiatief, om niet te starten met oordelen en veroordelen. Je kritiek eerst op papier zetten en verspreiden in de media, zoals bij het wintermanifest, is nog meer olie op het al smeulende vuur gooien. 

Waarom niet beginnen met samen zitten met alle betrokken partijen en een neutrale gespreksleider? Waarom niet starten met de vraag wat we van de voorbije periode kunnen leren en hoe we de toekomst gaan aanpakken? Laat die gespreksleider het geheel in goede banen leiden, gepreksregels afspreken en je krijgt een open debat. Vooraf is het belangrijk om na te gaan of de deelnemers geen verborgen agenda hebben, zoals bv. eigen belang, zelf macht verwerven, geldgewin, ruzie willen stoken, niet goed om kunnen met bepaalde mensen…. In het geval van de gehele covid19-saga is de kwalijkste verborgen agenda misschien wel: politieke macht verwerven. Soms kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat deze crisis misbruikt wordt om zieltjes te winnen bij het kiezerspotentieel, en oppositie te voeren. Dat lijkt me een heel kwalijke. De problemen van een buurtfeest oplossen is klein bier vergeleken bij de covidsaga.

 

Mvg,

Frauke J.

Comment

Comment

Ter herinnering: Hoe Frauke Jemand is ontstaan

In het jaar 2005 ontmoette ik, in een straat van de stad waar ik destijds regelmatig kwam, een vrouw. Ze stond in de deuropening en sprak mij aan.

De vrouw, laten we haar J noemen, had al een groot stuk leven achter de rug.

Ze wist veel over het reilen en zeilen in haar straat: ze kende bijna alle mensen die haar deur voorbijgingen bij naam. Over veel actuele thema’s had deze vrouw een uitgesproken mening. Ze had een mening over de politiek in eigen land en in de wereld.  Ze praatte over klein en groot nieuws, over goed en kwaad.

Veel mensen liepen haar achteloos voorbij, zodat het soms leek alsof ze tegen zichzelf praatte. Ik bedacht dat zij op haar manier een buurtwerkster, het geweten, de spiegel van haar straat, haar wijk en verder was.

Het stemde mij mismoedig dat deze vrouw geen stem, geen forum had om van zich te laten horen.

J. kreeg van mij een eigen leven als ‘Frauke Niemand’. Voor mij stond ze symbool voor de vele naamlozen in vele straten in nog meer steden.

 In 2011 startte ik het project Frauke Niemand.

 Frauke Niemand stuurde brieven naar kranten. Aangezien haar brieven nooit werden gepubliceerd in de krant kregen deze brieven een plaats in de tentoonstelling ‘Geënt’

(‘Geënt’ Klaas Verpoest&Chantal Sap 2011, Abdij van het park Heverlee)

In 2017 veranderde Frauke Niemand in Frauke Jemand (omdat een niemand ook een iemand is). Haar zoektocht naar ‘een stem’ in het publieke forum dit via muurkranten in de stad werd in een fotoinstallatie in beeld gebracht door Herman Baert( Tentoonstelling Lichtende kamers- Besloten hofjes Kruidtuin 2017).

Vanaf 2018 zette Frauke Jemand haar poging tot het verkrijgen van een stem in het publieke forum verder deze keer via brieven aan de lezer en foto’s van H.Baert. Het begon schuchter met hier een daar een lezer, intussen heeft Frauke J. (zoals we haar tegenwoordig noemen) een vast lezerspubliek en vele nieuwsgierigen die haar brieven willen lezen.

Ook in 2022 zal Frauke J. haar mening en mijmeringen niet onder stoelen of banken steken, zij het aan een iets rustiger tempo.

Chantal Sap

Comment

Comment

Frauke Jemand Brief 117: Nieuwjaarswens

Beste lezer,

 

Het nieuwe jaar is alweer een tijdje bezig en ik ben er nog niet toe gekomen om u een gelukkig nieuwjaar te wensen. De zachte temperaturen van de donkere dagen dreven mij, naar mijn voordeur om in het grijze licht de passanten een gelukkig nieuw jaar te wensen.

Het is hoopgevend om zien dat ondanks het feit dat alles, coronagewijs, bij het oude blijft, zelfs weer erger wordt, de mensheid toch vooral uit hoop bestaat. De meeste voorbijgangers wensen mij en elkaar alle goeds toe en net iets meer dan vroeger valt daar ook het woord ‘gezond’ tussen. Het verblijdt me.

Ik bedacht dat je echt niet ver moet lopen om de heiligen, de moedigen van deze tijd, tegen te komen: het is gewoon een kwestie van er oog voor te hebben.

Weer of geen weer, dagelijks maken twee ouderlingen hun wandeling door de straten van mijn buurt. Ze kennen doorheen al die jaren, vermoed ik, alle vaste bewoners tot dertig straten ver. Elk op hun manier zitten ze niet verlegen om een praatje, en ook mij slaan ze niet over.

Geduldig en routineus als zenmonniken doen ze elke dag hun ronde, meneer in de ochtend en mevrouw in de namiddag, en daarbij hebben ze hun ogen niet in de zakken: ‘dat het al begint te botten in de bomen’, ‘dat de nieuw aangeplante Japanse kerselaars dit jaar toch al bloei zullen hebben’ en ‘dat de winter al een eind opgeschoven is’. Over corona hebben ze ook hun eigen wijsheid: ‘dat de regels er zijn, maar dat je soms je gezond verstand moet gebruiken om niet te vereenzamen en nog iets van een leven te hebben’.

Maar hun toon blijft er toch vooral één van ‘geduld en dat het uiteindelijk allemaal goed komt’. Beste lezer: ik zou je naast deze oude wijzen ook nog wel met enkele jongere wijzen kunnen laten kennis maken, zelfs kinderen: ‘Ik moet nu ook een mondkapje’ zei er ééntje, ‘dat is een beetje lastig maar het heeft het voordeel dat je gezicht er warm van wordt’.

En zo hoorde ik nog wel meer lichtheid en diepzinnigheid in deze nieuwjaarsdagen.

Het maakt mij hoopvol.

Bij deze wens ik u, lezer, een hoopgevend 2022 en de nodige lichtheid om zwaarte te helpen dragen.

Mvg,

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke Jemand Coronabrieven 116: ' Over de beste stuurlui en de wal'(3)

Beste Lezer,

Mijn schrijven aan u wordt vandaag begeleid door Sinterklaasliedjes. Ze komen van het plein hier iets verderop waar de Sint bij de jeugdbeweging zijn opwachting maakt.

Al die opgetogen kinderstemmetjes op deze grijze regendag, ze stemmen me vrolijk. Het maakt me blij dat er jongeren zijn die zonder veel poeha, ondanks nieuwe regelgevingen, hun zondagnamiddag opnieuw hebben vrijgemaakt om jonge en niet meer zo jonge kinderen een leuke namiddag te bezorgen.

Ze komen niet in het nieuws, al die stille burgers die zonder veel woorden proberen deze tijd goed door te komen. Niet de jeugdleiders die al hun creativiteit benutten om binnen de beperkende maatregelen oplossingen te zoeken en te vinden. Niet de vele mensen die al vooruitlopen op de aankomende kersttijd en licht brengen in hun vroeg donkere huizen.

Niet de oude man die dag na dag opnieuw zijn wandelroute door de straten loopt. Niet de familie die de buurt met grote affiches informeert dat ‘ons bobonne 90 wordt vandaag’. Niet de gezelfteste dame die elke dag het openbaar vervoer trotseert om haar pas geopereerde man bij te staan. Niet de zoon die elke zondag zijn alleenwonende vader bezoekt, nu al twee jaar lang.

Niet de oude vrienden die een lange wandeling plannen, welk weer het ook is, om het contact levendig te houden….Ik kan zo nog wel even doorgaan lezer, maar bij deze wilde ik je laten weten dat er toch een hoop stilzwijgenden met ons in dezelfde schuit blijven zitten.

Ze halen het avondnieuws niet, maar ze zijn er wel. Ze proberen te roeien met de riemen die ze hebben.

 

Mvg

Frauke J.

 

Ps: We zijn een week later de Sint alweer een eind ver !

 

Comment

Comment

Frauke Jemand Coronabrieven 115 : ‘Over de beste stuurlui en de wal’(2)

Beste lezer,

Mij is het al een tijdje duidelijk: we zitten met zijn allen in dezelfde schuit, en dat voelt niet altijd comfortabel, want we waren het anders gewoon. In de beginfase, tijdens de lockdown, dacht ik dat we dit allemaal door hadden. Ik stond aan mijn deur en plots knikten onbekenden goeie dag, een stroom van solidariteit kwam op gang, er was muziek en respect voor de zorgverleners, er was zorg voor mekaar en familie- en andere banden werden aangehaald.

Intussen zijn we zoveel maanden verder en we zitten niet langer in één grote schuit: ik zie vele individuele bootjes rond dobberen in het ongewisse. Een echte uitweg uit het probleem is er nog niet. Het gemor in al die bootjes wordt luider, hoe meer boten hoe meer meningen, en meer en meer wordt het ieder voor zich. Wanneer er frustratie is zoeken we een een zondebok, en zoals dat gaat zijn diegenen die beslissingen nemen of advies geven de klos.

Dit laatse hoor ik nu wanneer ik aan mijn voordeur sta.

Mijn bescheiden mening is dat, wat men ook moge denken, niemand dit heeft gewild, niemand is blij met deze crisis: niet de zorgkundigen, niet de experten, niet de politici, niet de kappers, de cafébazen, de leraren, de politiemensen, de kinderen, de jongeren, de ouderen, werkgevers, werknemers, werklozen - het is niemands schuld. En zoals dat gaat bij elk groot malheur: iedereen lijdt.

Het is moeilijker om onze krachten te bundelen ipv ze te verdelen.

Dat vertel ik, aan mijn voordeur, tegen iedereen die er oor naar heeft.

Of met andere woorden: laat ons zoeken naar leefbaarheid ipv de klagende stuurlui aan de wal te zijn.

 

Mvg

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand Coronabrieven 114: ‘De beste stuurlui en de wal’ (1)

Frauke Jemand Coronabrieven ‘De beste stuurlui en de wal’ (1)

 

Beste Lezer,


Ondanks het feit dat ik wat overvoerd ben met nieuwsuitzendingen over dit thema, kan ik het toch niet laten om sommige debatten te volgen waarin één of ander heet covidhangijzer op tafel ligt.

De formule is intussen bekend: er is een jounalist(e), die speelt moderator of ondervrager of rechter (soms alles tegelijk) en er zitten enkele panelleden op veilige afstand van elkaar. Het gaat over scholen open of niet, mondmaskers, covidsafeticket, vaccinatie … en ga zo maar door.

Er is altijd wel iets dat beter had gekund, sneller of trager, anders had gemoeten. Meningen te over en er is altijd wel iemand de klos. Ik moet dan denken aan al die mensen die zich dagelijks uit de naad werken om deze grillige pandemie het hoofd te bieden.

Soms vraag ik me af of de media niet opnieuw moeten afstemmen op de educatieve TV- en radioprogramma’s van weleer. Programma’s die ons iets bijleren over bv.: ‘Hoe te met geknotte takken en toch naar de hemel reiken? ‘ of ‘Waarom er niet op elke vraag een antwoord is’ of ‘Wat is vrijheid ?’, ‘Wat is verbondenheid?’. Programma’s die ons opnieuw met de voeten op de grond zetten in deze veranderende wereld, ipv blijvend op dezelfde nagels te kloppen.

Misschien biedt dit meer houvast en helpt het om onzekere tijden door te komen, en minder ondoordacht uit de nek te kletsen.

 Mvg,

 

Frauke J.

Comment

Frauke Jemand Brief 113: Herfst in bijzondere tijden

Comment

Frauke Jemand Brief 113: Herfst in bijzondere tijden

Beste Lezer,

Het heeft een tijd geduurd, maar plots was de herfst daar.

Ik weet niet, lezer, hoe dat voor u voelt, maar ik hou van het najaar. Frisse ochtenden, wat nevel over de velden, een schuchtere bleke najaarszon die tussen de bomen straalt en in de avond blauwroze luchten.

Wat doet dit nieuwe seizoen met u, beste lezer? Mij zet het aan tot anders bezig zijn: ik maak stoofpotjes en ovenschotels i.p.v. slaatjes, ik hou van bladeren vegen en wandelen tussen de bladval. Ik hou van thuis zitten en gewikkeld in een dekentje een boek of krant lezen, ik hou van kijken naar de kleuren, het licht en mijmeren over leven in bijzondere tijden.

Een ochtend met de betovering van een prachtige zonneharp, waarin de bleke stralen wijd open waaieren, wekt niet enkel mijn  verwondering maar helaas ook nostalgie.

Hoelang nog, vraag ik me af, hoe lang kunnen we nog genieten van deze betovering, en is ook in de natuur de onttovering al niet een tijd bezig? Er gaat geen dag voorbij zonder hoofdstuk over het klimaat op de nieuwsagenda. ‘Zelfs een kind merkt het op’, hoorde ik onlangs een moeder over haar jonge spruit vertellen. Het kind verwonderde zich over de dorre bladeren die al in de zomer rond sommige bomen liggen.

Terwijl ik u deze brief schrijf kijk ik niet alleen uit op een herfstig bruinrood palet, maar ook op een boom die vol verdorde bladeren hangt.

Een kind merkt het op en toch komen die x-aantal (ik ben de tel kwijt) regeringen in ons land niet tot gezamenlijke afspraken om ons deel te doen t.a.v. de Europese klimaatmaatregelen.

Het is godgeklaagd!

Doorgaans ben ik een zachtaardig mens, maar deze onkunde maakt me kwaad. Ik begrijp goed dat jongeren, en meer en meer ook volwassenen, protesterend op straat komen om aan te klagen dat het allemaal te traag (of zelfs niet) gaat. Het is beschamend voor een land om op een klimaatconferentie te moeten aankondigen dat de eigen regeringen er niet in slagen akkoorden te sluiten. Waar is men in godsnaam mee bezig, vraag ik me af wanneer ik het spel van de zon en het ochtendlicht tussen de bomen gadesla.

Hoeveel mooier is dit dan het politieke spel! Misschien moet ik ‘luid protesteren’ ook op mijn to do lijst van deze herfst plaatsen. Intussen schrijf ik u alvast deze mijmerbrief.

 

Mvg,

 

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand Brief 112: De huishoudhulp en haar rechten!

Beste Lezer,

Over de huishoudhulp ben ik nog niet uitgepraat! In vorige brief liet ik u weten dat er geen veranderingen op komst zijn. Recent bekommeren ministers zich niet zozeer over het loon maar wel over het welzijn en de veiligheid van de huishoudhulp. Het komt erop neer dat die het bij u mag aftrappen wanneer u haar/hem in een onveilige situatie brengt of zij/hij zich door u belaagd voelt.

Meer details zijn mij niet bekend. Een mooie gedachte vond ik, maar toen ik er dieper over nadacht leken deze straffe uitspraken eerder een dode mus.

Opkomen voor je recht is gemakkelijker gezegd dan gedaan wanneer je vele zogenaamde bazen hebt, en je op de onderste sport van de ladder staat: dan is het immers woord tegen woord.

Je moet al stevig in je schoenen staan om het in je eentje af te trappen. Wie zal je redden?

Dan is er nog deze kwestie: wat precies is een onveilige situatie, en wie zal dit in uw huis komen controleren? Ook dat is nog een raadsel.

Eén politica bestond het zelfs te zeggen dat een opdrachtgever die voor een dergelijke democratische prijs hulp krijgt de huishoudhulp niet slecht mag behandelen.

Pardon, democratische prijs of niet: is het niet altijd de bedoeling om elke dienstverlener, ja zelfs elke mens, respectvol te behandelen?

Opkomen voor het welzijn van de huishoudhulp betekent: haar/hem een degelijk loon betalen, opleiding en ondersteuning bieden vanuit de organisatie, opdrachtgevers duidelijk en klaar instrueren over de veiligheidsvoorschriften. En met terugwerkende kracht waardering (financiële en andere) tonen voor al die huishoudhulpen die in coronatijden in moeilijke omstandigheden zijn blijven doorwerken.

Veel gezaag en geklaag van en over al diegenen die niet konden werken maar één groot stilzwijgen over diegenen die dagelijks opnieuw in al die huishoudens paraat moesten staan.

 

Mvg

 

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand Brief 111: De huishoudhulp en haar inkomen!

Beste Lezer,

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: het is niet de eerste keer dat ik me druk maak over de rechten van de huishoudhulp.

En blijkbaar ben ik niet de enige: sinds kort wijden kranten brieven en zelfs heelder pagina’s aan het luttel inkomen van de huishoudhulp. Ook politiekers en professoren bekommeren zich om deze groep die inzake loon onderaan de ladder bengelt. Maar wordt er door al deze aandacht vooruitgang geboekt en hoelang blijft dit nieuws nieuws? Dat is nog maar de vraag.

Onlangs nog kwam het dienstenchequesysteem, waar vele huishoudhulpen aan vasthangen, opnieuw ter sprake, deze keer als een mogelijke besparingsmaatregel voor de Vlaamse regering. De kans bestond dat de dienstencheque duurder zou worden.

Een goede zaak, dacht ik, in de eerste plaats voor de huishoudhulp, en mooi meegenomen dat de regering een graantje meepikt. Dienstencheques zijn een prima uitvinding: op die manier wordt deze dienstverlening betaalbaar voor meer mensen en niet enkel voor mensen met een goed salaris. Goed ook dat de huishoudhulp zich niet langer in het zwartwerkcircuit moet begeven.

Het grote minpunt echter is het karig loontje waarvan de huishoudhulp moet rondkomen.

Wat ik nog altijd niet begrijp is waarom niemand op het idee komt om de dienstencheques te koppelen aan het inkomen. Waarom zou iemand die meer verdient niet meer betalen voor de verkregen huishoudelijke diensten, dit is toch redelijk?

Dit extra geld zou ten goede kunnen komen aan extra inkomen en bijscholing of ondersteuning van de huishoudhulp.

Groot was mijn teleurstelling toen bleek dat dit punt maar weer eens van de agenda werd afgevoerd, en alles dus bij het oude blijft.

Hoe komt dit toch, vroeg ik me af: zijn er hindernissen die mijn petje te boven gaan? Of is het gewoon een kwestie van politieke moed? Of beter gezegd: een gebrek aan politieke moed?

 

Mvg

 

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke Jemand 110 : Mijmeringen: ‘Kwetsbaren leren fietsen in het verkeer’

Beste Lezer,

Misschien zag u het ook in één van de journaals van de voorbije weken: een stad nam het lovenswaardige initiatief om kwetsbare kinderen te leren fietsen in het drukke verkeer.

Het bericht kwam net nadat twee zusjes jammerlijk werden overreden op een kruispunt.

Later die avond dacht ik nog na over dat woord :’kwetsbaren’

Wie zijn dat eigenlijk vroeg ik me af?

Kinderen zijn het wel zeker en of je dan onderscheid dient te maken in extra kwetsbare kinderen en minder kwetsbare is voor mij de vraag. Het zijn allemaal fragiele jonge wezens die zich door de drukte moeten begeven.

En zijn enkel kinderen kwetsbaar? Hoe meer verschillende voertuigen op het fietspad hoe groter de wet van de sterksten en die wet heerst nu ook op het fietspad.

Ik weet niet hoe het met u gesteld is lezer maar zelf beschouw ik me ook als een kwetsbare weggebruiker. Misschien willen sommige lezers mij nu de stempel kwetsbare oudere weggebruiker geven maar eigenlijk was ik nooit een behendige fietser, een verstrooide ook.. Herinnert u zich nog één van mijn eerste brieven waarin ik vertelde over mijn eerste fietstocht inclusief valpartij. Ik denk dat de trage niet zo vaardige fietser, jong-middelbaar of oud, vandaag ook erg kwetsbaar is. Probeer u maar te manoeuvreren tussen bakfiets, scooter, elektrische fiets en step om nog maar over de auto te zwijgen.

Is het dan de meest kwetsbare die lessen moet krijgen vroeg ik me vervolgens af? Ja mijmerde ik verder maar ook al die anderen hebben dringend lessen nodig. Ik pleit voor verkeerslessen met allerlei voertuigen op het parcours: de grote opdracht in de les is ‘hoe rekening houden met elkaar’. Dit zou een werkelijk boeiende uitdaging zijn. En neen we maken geen conflict vrije kruispunten omdat de wachttijd aan het rode licht te lang duurt. We leren de weggebruikers respect hebben voor elkaar en prioritair op die lijst staan de kinderen en alle andere kwetsbare weggebruikers. Gisteren nog probeerde ik, te voet ,over te steken op een plek aan het station waar geen zebrapaden zijn, het enige voertuig dat stopte voor de voetganger was een Scootmobiel. Ongelooflijk toch.

Foto Herman Baert

Foto Herman Baert

Er zijn landen waar een inbreuk tegen de zwakke weggebruiker niet alleen beboet wordt, het rijbewijs wordt ingetrokken tot de pleger verkeersles heeft genomen en zich heeft bijgeschoold. Een handige tip om ons conflict vrij samen in het verkeer te bewegen.

 

Mvg

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke J. 109: Mijmeringen : 'Hoe zit het nu met leerachterstand?'(2)

Leerachterstand-64.jpg

Foto Herman Baert

Beste Lezer

 

Nog was ik mij aan het verwonderen over het, naar mijn mening, te veel gebruikte woord leerachterstand, of daar dook het één van de volgende avonden alweer op.

Het nieuwsfeit was dat de kleuterleiders nu bijgestaan worden door kinderverzorgsters die luiers gaan verversen, zodat zij zich met het echte werk kunnen bezighouden. Want, jawel hoor: ook bij de kleintjes van twee jaar en half is leerachterstand vastgesteld. Dat vertelde een kleuterjuf ons, in volle ernst, tijdens het journaal. De redenering was dat sommige kindjes te weinig naar de crèche waren geweest en daardoor sociale en taalvaardigheden misten.

Ik viel bijna twee keer van mijn stoel van verbazing.

Eerst omwille van die kleintjes die nog niet uit de pampers zijn en al naar school moeten (ik dacht anders dat zindelijk zijn een voorwaarde was): arme dutskes, dacht ik, en arme kinderverzorgers, wier zorgtaak herleid wordt tot billen afvegen. Is het dan toch niet beter om kleuters zes maanden later naar school te laten gaan?

Maar goed, ik kan nog begrijpen dat niet elk kind stipt op de vermeende schoolleeftijd ook op het potje gaat. Mijn verbazing was vooral groot over de uitspraken van de kleuterleidster. Wie van u, lezer, is ooit naar de crèche geweest? Velen onder ons niet, om de goede reden dat er nog geen crèches bestonden. Hebben wij iets belangrijks gemist? We speelden met broertjes en zusjes en met de buurkinderen. Ja maar, denkt u nu misschien: wat met de kleuters die een andere taal spreken?

Net zoals kleutertjes niet op een vingerknip pampervrij zijn, beginnen ze ook niet op een vingerknip vlot te spreken, welke taal dat ook is. De vraag is maar of een half jaartje dan het verschil maakt.

Leerachterstand: het lijkt tegenwoordig wel een modewoord.

 

Mvg

 

Frauke J.

 

 

 

 

 

Comment

Comment

Frauke J. 108: Mijmeringen: ‘Hoe zit het nu met leerachterstand?’

Beste Lezer,

Bij het begin van een nieuw schooljaar moet mij iets van het hart.

Er is al behoorlijk wat te doen geweest over de leerachterstand die sommige kinderen opgelopen zouden hebben in deze hele pandemie tijd. Allerlei, wellicht, lovenswaardige initiatieven werden ondernomen om kinderen bij te spijkeren: zomerklassen, extra leerkrachten, extra computers ... Sommige scholen waren zelfs gul met B- of C-attesten.

Wanneer je het allemaal hoort, als buitenstaander, dan lijkt het wel alsof we straks een generatie dommerdjes overhouden. Zelf aanhoor ik dat meestal ’s avonds in het nieuws, en ik vraag me dan wel eens af of het niet allemaal wat overdreven is. Hoe zit dat met kinderen in oorlogsgebieden, of zelfs met onze eigen voorouders, die wellicht gedurende vijf oorlogsjaren schoolgemis gekend hebben. En toch hebben ze gezinnen gesticht, een beroep geleerd, het land bestuurd en noem maar op.

Er is de voorbije maanden veel gesproken over wat de kinderen hebben gemist, maar zelden of nooit over wat ze hebben geleerd. Over hygiëne bv., om maar iets te noemen, over vaccineren, wat een pandemie is, over bubbels en tal van andere nieuwe woorden. Ze leerden wat solidariteit is, wat een warme familie is, of het omgekeerde: hoe eenzaam het kan zijn zonder je vrienden. Ze leerden online les volgen, zichzelf organiseren in huis terwijl hun ouders aan het werk waren …. Ze leerden nuchter naar het leven kijken.

Ik kan me niet herinneren dat ik op hun leeftijd iets afwist van al dat soort zaken.

Net daarom huiver ik wat van het eenzijdig kijken naar ‘het leren’ van de kinderen en de jongeren, alsof leren van het leven geen leren is.

Net daarom is het belangrijk dat niet te veel van hun leuke vrije tijd wordt afgenomen om ze verder vol te stoppen met kennis. Geef kinderen toch ook de ruimte om te spelen, samen te zijn met familie en vrienden, rond te hangen, zich te vervelen, hier en daar een taakje te doen – kortom: ‘te leven’. Want leven is leren.

 

Mvg,

Frauke Jemand

 

 

Comment

Comment

Frauke J. brief 107: Mijmeringen: Verbondenheid in rampspoed

Beste Lezer,

Nog niet zo lang geleden las ik in de weekendeditie van een krant: ‘Maar de aarde zal ons uitspuwen als we niets aan de klimaatcrisis doen’. Ik vond dat toen beangstigend maar goed gezegd. Misschien is deze uitspraak van één of andere filosoof u ook opgevallen.

Zijn woorden waren echter nog niet helemaal koud of het omgekeerde gebeurde: het weekend daarop werden een veertigtal mensen door de aarde, meer in het bijzonder door het water, verzwolgen.

Ik heb op televisie al dikwijls beelden gezien van natuurrampen en mensen die in overstromingen verdwijnen. Maar nog nooit kwam deze rampspoed zo dichtbij, in onze anders zo lieflijke Ardennen, het stille Limburg en het vriendelijke Vlaams-Brabant.

Dat was schrikken! Ik bedacht hoe je aan je voordeur door het water meegesleurd kunt worden. Naast de kwestie van ‘je eigen hachje redden’ was er ook nog die enorme schade aan straten, huizen, aan meubels en huisgerief. Ik werd er werkelijk stil van, en het deed me nog meer nadenken over hoe de klimaatverandering al aan den lijve voelbaar is (ook recent met de verzengende hitte in sommige landen).

Ontroerend vond ik het hoe mensen elkaar, letterlijk en figuurlijk, probeerden recht te houden, hartverwarmend de spontane solidariteit onder buren. Tijdens de coronacrisis had ik af en toe donkere gedachten over het gedrag van de mensheid en vroeg ik me af of het eigen plezier en kleine behoeften nu werkelijk het allerbelangrijkste voor de Westerse mens waren. Ik zette dan ook grote ogen op bij de enorme solidariteit tussen mensen in nood. Hoe zij elkaar rechthielden in de sterke stroming, meesleurden naar veilige plekken. Ik had de mensheid, of toch een deel daarvan, onderschat.

In de dagen daarop meldden zich duizenden mensen om te vrijwilligen bij de opruim van de ontstane chaos. Beter nog: het Vlaanderen- en Walloniëgekibbel was enkel iets van politici. Niet alleen in de Olympische Spelen of andere sporttornooien, ook in hoge nood zijn wij plots allemaal Belgen die aan hetzelfde zeel trekken. Uit Vlaanderen trokken brandweerlui, politiemensen, jong en ouder richting rampgebied om de handen uit de mouwen te steken. Eetstalletjes werden opgezet, burgemeesters trokken hun laarzen aan, heelder families boden een helpende hand.

Is ‘ééndracht maakt macht’ dan toch een gezamenlijk gedragen leuze?

Verbondenheid in rampspoed is alvast een lichtpunt in donkere tijden. Nu nog een goede coördinatie van de activiteiten.

PHOTO-2021-07-18-21-54-06.jpg

Mvg,

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke J. brief 106: Mijmeringen: Verbinding (2)

Beste Lezer,

Graag mijmer ik nog wat verder met je over hoe mensen elkaar al dan niet vinden in het leven. Vorige keer schreef ik je in mijn brief over het vriendelijke jonge koppel dat ik nooit eerder had ontmoet. Intussen zijn het vaste passanten geworden die regelmatig een babbeltje komen maken. Het is raar ze zijn geen familie maar intussen bijna vrienden geworden, ik ben al aan het breien voor het kleintje en voel mij een soort suikertante. Ik denk lezer dat dit enkel ondanks corona kon gebeuren. Dit soort verbondenheid bedoel ik.

Laatst was er zoveel te doen over het openen van ‘terrassen’, ‘mekaar opnieuw mogen zien’. ’Mensen hebben nood aan verbinding’, werd gezegd. Ik dacht maar waarover gaat het? Heb ik eigenlijk wel meer nodig dan jou lezer en mijn kanaries? Zo verder mijmerend vraag ik me af: wat is dat eigenlijk verbinding en waar is dat te vinden?

Hoeveel mensen zijn hier de voorbije jaren langs mijn deur gepasseerd die de vraag stelden:  ‘hoe is het?’. Soms opende ik nog maar mijn mond om hen te antwoorden en ze waren al voorbij. Zelfs toen mijn arm in het gips zat was er niemand, behalve mijn goede buren die mij toen goed geholpen hebben, die de vraag stelden: hoe krijg je je kleren aan en uit? Hoe doe je dat met het eten? Of dat nu aan mijn deur of op een terras is, ik vermoed dat het weinig verschil uitmaakt. Mensen hebben niet veel tijd meer. Echte belangstelling voor mekaar en gezond nieuwsgierig zijn naar datgene wat de andere bezighoudt in het leven vraagt tijd. In de woelige wereld hebben mensen veel met zichzelf te stellen en ook dat kleine machientje in hun handen houdt hen voortdurend bezig. Ze lopen er, op straat, half voorovergebogen naar te staren. Misschien kan er dan niet veel meer bij in het hoofd.

Bij het jonge koppel voel ik me echt goed al was ik eerst op mijn hoede om me belachelijk te maken. Maar ik voelde echte belangstelling ook al hebben wij zeer verschillende levens.

Zij hebben behoefte om te vertellen over hun eerste stappen in het moeder en vaderschap en ik luister er graag naar. Misschien wandel ik deze zomer wel even rond met het kleintje terwijl zij een terraske doen. Dit soort  kleine gebeurtenissen tussen mensen, ik denk dat ze dat bedoelen met ‘verbinding’.

Vandaag nog las ik de raad in de krant van een oude geleerde: ‘zeg elke dag goedendag liefst tegen een onbekende’. En ja wie weet groeit er wel iets.

Ik ga dus voortdoen waar ik mee bezig ben en verder zien we wel.

 

Mvg,

 

Frauke J.

 

 

Comment

Comment

Frauke J. brief 105: Mijmeringen: ‘Verbindend samenzijn’(1)

Beste Lezer,

 

Het was plezierig om, op een warme dag, weer eens aan mijn voordeur te staan. De voorbije jaren had ik de goede gewoonte om op de drukke momenten, wanneer het volk passeerde, buiten te staan: zo had ik mijn klapke en hoorde ik hier en daar nog eens wat.

Maar met corona is dat veel minder geworden. Pas op, tijdens de eerste lockdown waren de mensen vriendelijker dan ooit. Iedereen zei goeiedag, dat heb ik eerlijk gezegd nog niet veel meegemaakt in een stad. Maar je zag ook de angst, voorbijgangers liepen op een drafje door de straat en het knikje was er één van medeleven: we zitten in hetzelfde schuitje. Op een bepaald ogenblik waren de scholen gesloten en gingen maar weinig mensen naar hun werk. In de periode dat er melding werd gemaakt van talrijke doden viel er niet veel meer te beleven in de straat.

Vervolgens begon iedereen een mondkapje te dragen en diende je ver genoeg van mekaar te staan; het werd moeilijk om nog een praatje te maken met iemand met een half bedekt gezicht. Verschillende van mijn vaste passanten waren al voorbij vooraleer ik hen herkende. De weinige verhalen die ik te horen kreeg draaiden allemaal rond corona en wanneer ik naar binnen ging om de krant te lezen of TV te kijken was het ook al corona wat de klok sloeg. Je kreeg het gevoel dat er niets meer te beleven viel, noch in de wereld, noch in de buurt. Ik heb mij dan maar een koppel kanaries aangeschaft. Ik geef toe: het is gezelschap met wat werk aan, maar het is goed gezelschap. In de stilste tijden was er toch nog enig leven in de brouwerij.

Intussen is alles weer wat losser geworden, je ziet hier en daar al iemand zonder mondkapje. Het is nog niet zoals voorheen, bedacht ik diezelfde avond, de losse babbel is nog niet terug.

De mensen zijn al bij al wat voorzichtiger geworden, maar het is een begin.

Alhoewel: onlangs hield hier een jong koppel halt, werkelijk vriendelijke mensen die ik van haar noch pluimen kende. Ze vroegen of ik het redde alleen en of het niet te zwaar was. Ik vond dat aandoenlijk. Zelf hadden ze tijdens de eerste lockdown een baby gekregen, het was een bijzondere belevenis geworden. Ook voor de grootouders en tantes en nonkels die het kleintje enkel op zo’n schermpje konden zien.

Op mijn beurt vertelde ik van de kanaries, dat het moeilijker was geweest zonder, en van de brieven die ik schrijf aan mijn lezers. Ik vertelde zei het wat behoedzaam, uit schrik dat ze me belachelijk zouden vinden. Maar ze hadden belangstelling en het ijs was gebroken.

Avondmijmering_2.jpg

Soms brengt zo een pandemie onverwacht goede mensen op je pad, peinsde ik die avond, bij het licht van de maan.

 

Mvg,

 

Frauke J.

 

Comment

Comment

Frauke J. 104: ‘Het leven is licht, het leven is zwaar’

Beste lezer,


Er zijn van die dagen waarop je het even niet meer ziet zitten. Laatst had ik zo’n dag: het was al moeizaam opstaan, met verstijfde gewrichten en de deprimerende gedachte aan ‘ouder worden in moeizame tijden’. Na een straffe koffie en wat bewegen liep ik tenslotte toch in het gareel en vatte mijn boodschappentocht aan. Ik was daar nog mee bezig toen een stevig onweer losbarstte met alles erop en eraan. Terwijl ik, in de striemende regen, mijn fietstassen vulde werd ik nat tot op mijn ondergoed. Ik reed de opengebroken straat vlak voor mijn huis in en kon nog net verijdelen dat ik tussen mijn boodschappen in een modderbad belandde. De straat was veranderd in één slijkerige glijbaan. In mijn haast probeerde ik de halfverzopen krant uit mijn brievenbus te redden maar ik hield een propje halve krant in de hand en de rest gleed tussen de rondzwemmende post dieper in de bus. Ik viste ook nog wat natte brieven op, waaronder een gepeperde rekening. In alle commotie  was ik vergeten mijn mondkapje uit te doen en ook dat hing nu halfstok. Het is op zulk moment dat het liedje van die Hollandse cabaretière me te binnen schiet: ‘Ik heb een heel zwaar leven …nee maar echt ontzettend zwaar…een heel heel zwaar leven…moeilijk, moeilijk, moeilijk…’. Het, op zijn Hollands uitgesproken ‘swaar leven’ benadrukt de zwaarte extra. Wanneer ik dan aan dat liedje denk, dat alles wat op flessen trekt, dan plooit zich toch een relativerende glimlach op mijn lippen. Er zijn gradaties in zwaarte, dat heb ik je de voorbije maanden, het voorbije jaar wel meer geschreven.

Even later was ik drooggewreven en omgekleed en waren mijn boodschappen uitgepakt. Intussen was de lucht uitgeklaard, de zon kwam weer kijken en viel pal op de bloemen in de tuin van mijn buren. Bij het zien daarvan leek er een witte lichtheid door het huis te fladderen.

Zonnig wit.jpg

Straks zouden de werkmannen in de straat uit hun schuilhutten verschijnen, opnieuw door het slijk ploeteren en onverminderd verder werken.

 

Mvg,

Frauke J.

PS: Indien je het lied niet kent: zie Brigitte Kaandorp ’Zwaar leven’ op YouTube.

Comment