Viewing entries in
duurzaam arbeiden

Comment

Frauke Jemandbrief 179: "Vrouwen...kom in het verzet..."

Beste Lezer,

Er is heel wat te doen omtrent het pensioen (en dat rijmt zowaar).

Vrouwen blijken er bekaaid vanaf te komen. En wanneer je uitspraken leest als “vrouwen zullen hun gedrag aanpassen aan nieuwe regels over pensionering”, wat wil zeggen: meer gaan werken, dan vraag je je af hoe krom redeneringen kunnen zijn. Bovendien zullen vrouwen die binnenkort met pensioen gaan, en zich niet meer kunnen aanpassen, al meteen gediscrimineerd worden.

Ik vraag me trouwens af hoe dikwijls vrouwen zich nog moeten aanpassen. Is onze elastiek oneindig rekbaar dan wel in te krimpen?

Er was een tijd dat het uit werken gaan voor vrouwen ‘not done’ was, zo lang geleden is dat nog niet. Neem nu mijn eigen moeder, zij trouwde na WOII. In die tijd van wederopbouw van het land had zij graag een winkeltje geopend in het dorp, maar dat kon niet omdat ze gehuwd was met mijn vader, die in overheidsdienst werkte. Deze vrouwen mochten niet werken. In veel beroepen was het een kwestie van eer en verantwoordelijkheid dat de man voor het gezinsinkomen zorgde. Het heeft haar dwars gezeten dat zij, die als jonge vrouw uit werken ging, dat plots niet meer mocht. Ze maakte er een punt van om al haar dochters te laten studeren zodat zij later een onafhankelijk leven konden uitbouwen. En zij was beslist niet de enige in deze situatie: er waren veel vrouwen die ronduit gediscrimineerd werden op de arbeidsmarkt.

Er was een tijd, we spreken van eind de jaren 60-70, dat vrouwen ijverden voor gelijke rechten, gelijk loon (dat is er nog altijd niet!), werk, en een gelijke taakverdeling tussen man en vrouw (is er ook nog altijd niet). Vrouwen werden als bijverdieners gezien die, in tijden van crisis, als eerste hun werkloosheiduitkering moesten inleveren. Ik zie de slogan, tijdens betogingen, nog voor me : “Vrouwen kom in het verzet tegen de Wulf en zijn kabinet”. Vrouwen probeerden het opvoeden van kinderen en werk te combineren. Heel wat vrouwen werkten deeltijds of startten met een job eens de kinderen al wat meer zelfredzaam waren. Omdat de zorg voor de kinderen uiteraard bleef kwamen er ‘onthaalmoeders’, want er waren amper crèches: deze vrouwen maakten hun job van het zorgen voor de kinderen van andere werkende vrouwen. Het bleef dus een vrouwenzaak. En al vlug stelden vrouwen vast dat ze nu wel iets van inkomen hadden, maar dat ze er gewoon een job bij hadden naast het huishoudelijke werk en de opvoeding van de kinderen, en soms ook nog de zorg voor ouders of andere familieleden. Er verschenen boeken over het fenomeen ‘supervrouwen’ die alles moesten combineren. Een groep thuisblijvende vrouwen ijverde voor de Sociaal pedagogische toelage: zij wilden een financiële waardering voor het thuiswerk, dat zinvolle onzichtbare werk, dat ondanks emancipatiepogingen toch niet door de vaders werd opgenomen. Er waren pro’s en contra’s en deze toelage is uiteindelijk verwaterd tot een zeer beperkte bonus voor mensen die zorgen voor hun kind met een beperking. En op een dag hoorde ik een man zeggen: ”Mijn vrouw kan beter thuis blijven, want wanneer we de kosten voor opvang, poets en huishouden moeten uitbesteden dan verdient ze bijna niks” - alsof de hele ménagerie enkel en alleen haar verantwoordelijkheid was.

Er was een tijd , weer een aantal jaren later, dat er meer crèches ontstonden, en naschoolse opvang, dat grootouders aan de schoolpoort verschenen of zieke kinderen opvingen. Man en vrouw konden aan het werk, taakverdeling in het gezin werd gepromoot, maar tot op vandaag zijn het de vrouwen die doorgaans het leeuwenaandeel van de taken op zich nemen. Babies kunnen vanaf drie maanden in de crèche, van hechting bij een vaste persoon in de eerste jaren wordt niet meer gesproken, en vanaf 2,5 jaar mogen de kleine dreumesen hun pamper en broek verslijten op de schoolbanken. Dit allemaal ten voordele van ‘de vooruitgang’. Intussen zitten de wachtlijsten vol met jongeren en ook zelfs kinderen met psychische problemen, sluiten crèches plots omwille van geen goede kwaliteit, zijn er blijvend veel te weinig crèches, leveren grootouders zoveel mogelijk hand- en spandiensten om de vele mazen in het samenlevingsnet te dichten. En wanneer deze laatsten dan zelf ziek worden en na één, twee, drie dagen thuiskomen uit het ziekenhuis is het niet vanzelfsprekend om ondersteunende hulp te vinden: “Het spijt me mevrouw ,maar we hebben een groot tekort aan personeel”. En wie dicht deze mazen in het maatschappelijke net?

Wat ik niet begrijp is dat een beleid, bij besparingen, niet het gehele plaatje bekijkt: Wat is prioritair in de samenleving? Willen we dat er nog kinderen op de wereld gezet worden? Wie zal die kinderen opvoeden tot boeiende volwassenen? Welke rol spelen mannen en vrouwen daarin? Hoe kunnen mensen, naast hun job, nog een kwaliteitsvol leven leiden in elke fase van hun leven? Zich verder ontwikkelen? Hoe kunnen de verschillende generaties er voor mekaar zijn in nood? Wat met wie moet afhaken en zorg nodig heeft?

Indien er besparingen moeten gebeuren: waarom telkens beknibbelen op de goede realisaties in onze samenleving? Ik bedoel datgene waar mensen beter mens van worden, waar mensen meer kwaliteit en levensmoed uit halen zoals (volwassenen)onderwijs, zorg, gezondheid, loopbaanondersteuning…

Waarom niet besparen en focussen op hogere snelheidsboetes, het belasten van grote inkomens en vastgoed? En moeten wij kleine garnalen echt zoveel geld uitgeven aan bewapening?

Mvg

Frauke J.

 

 

 

 

Comment

Comment

Fraukebrief 53 : Wie M zegt moet N zeggen: ‘Zeg niet kuisvrouw maar poetshulp’

Huishoudhulpen-1.JPG

Beste lezer,

Het mag dan al februari zijn, toch slepen we nog enkele oude zeren uit 2019 met ons mee. Zo is er één waar ik een lans voor wil breken.

Eind vorig jaar werd er door poetsvrouwen en -mannen een schuchtere poging tot protest ondernomen. Ze eisten opslag van hun lage loon, dat zou meteen ook hun pensioen ten goede komen. Het was een kleine, bescheiden actie waarvan ik dacht dat ze alweer in de vergeetput zat.

Eerst kregen de actievoerders een ‘njet’: de opslag was zogezegd niet mogelijk. Wel werd hier en daar in de kranten gepleit voor meer respect voor de dames en heren die onze huizen poetsen, en er werd gepleit om niet langer over kuisvrouw maar over poetshulp te spreken. Wat is een naam, vroeg ik me hoofdschuddend af toen ik dat las. Indien u het mij vraagt: een andere titel is niet meer dan een doekje voor het bloeden. Het beroep van poetshulp is, naar mijn bescheiden mening, zowel zwaar als ondergewaardeerd.

Ik daag u uit, lezer, om in vier uur tijd in uw huis hetzelfde klaar te spelen als uw poetshulp. Bedenk daarbij dat deze heer of dame in kwestie dit niet enkel een voormiddag bij u thuis doet: in de namiddag volgen er nog vier uur en zo gaat dit door, vijf dagen in de week. Je zou het van minder in je rug, knieën, schouders krijgen (wat dokters en kinesitherapeuten trouwens beamen).

Beslist is er her en der wel waardering voor het gedane werk. Op sommige plaatsen echter liggen lange to-do lijsten klaar, is er geen sprake van ‘dankjewel’ of zijn de omstandigheden waarin dient gepoetst onaangenaam.

En of je dit werk nu twee, tien of twintig jaar doet, je krijgt geen extra’s, bonus noch vakantie noch rimpeldagen, en bijscholing of een personeelsuitstap is eerder uitzondering dan regel.

En toch is er een klein lichtje aan het eind van de tunnel in 2020. Dit jaar staat dan uiteindelijk toch een kleine loonsverhoging in de startblokken, het nieuws is vers van de pers terwijl ik u deze brief schrijf, en het is een begin. Maar ook aan respect voor het beroep kan nog veel gebeuren. Wat meer waardering van iedereen en geen overladen opdrachten helpen om het vol te houden.

Wat de loonsverhoging betreft dacht ik nog aan een andere oplossing. Waarom dienstencheques niet afhankelijk maken van het inkomen? Wie veel verdient betaalt meer voor poetshulp en wie een laag loon heeft minder. Misschien krijgen de poetshulpen dan een echte loonsverhoging.

Wat mij betreft is het zo gepiept – de spons erover!

Mvg,

Frauke J.

Comment