Viewing entries in
de nieuwe moraal

Comment

Frauke Jemandbrief 178 : De kleine garnaal en andere vissen in woelig water.

Beste Lezer,

Soms is het wereldnieuws een ware aanslag op je gezondheid, vooral op je gezond verstand.

Op een avond zit je voor de beeldbuis en je hoort dat de zogenaamde vredesduif uit Amerika een nieuwe oorlog is gestart. Een oorlog die volgens het internationaal recht niet correct is, dat wordt gezegd en bevestigd. Je slikt even, want er is alweer een wettelijke grens overschreden. Nogmaals.

Op een andere avond zie je in een duidingsprogramma onze minister van defensie, bijgestaan door een hoogleraar, praten over het beschermen van lidstaten indien nodig, over het voorbereiden van strategische plannen, kortom: stoere taal in tijden van oorlog. Alhoewel er toen aan België nog geen enkele vraag was gesteld, leek de bereidheid om mee te doen met de grote jongens maar al te groot. Wij kleine garnaal zwemmend tussen de grote vissen.

Foto/ Herman Baert

Je gelooft je oren niet.

Alsof wij nog niks geleerd hebben uit onze geschiedenis, alsof al die oorlogsherdenkingen van de laatste jaren één maskerade waren, een toeristische attraktie. ‘Nooit meer oorlog’ galmt als een holle frase in het ijle.

Geen afkeuring noch kritiek op het binnenvallen van een land, ook al onderdrukt dat land zijn bevolking. Maar hoeveel landen moeten er dan nog binnengevallen worden door de grote redder? Je zit je meer en meer te ergeren aan het kritiekloze gedram en vraagt je luidop af waar we in godsnaam mee bezig zijn. Je denkt aan die bijzondere uitspraak van een filosofe: “Het grootste kwaad ontstaat uit niet nadenken”.

Eén lichtpuntje die avond was de dokter, die zelf middenin talloze oorlogsgebieden gekwetste en onschuldige burgers heeft geholpen om opnieuw te leven of rustig te sterven. Een man die dus wel degelijk wist waarover hij sprak, het aan den lijve heeft ondervonden. Hij richtte zich met lijzige stem tot de hoogleraar en de minister en zei dat elk oorlogsslachtoffer van welke kant ook er één te veel is. Fijntjes wees hij de gesprekspartners op het met voeten treden van het internationaal recht, het selectief omgaan met oorlogsgeweld en de gevolgen daarvan voor de burgers: “Wat gebeurt er met het Palestijnse volk, de vele vermoorde kinderen, vrouwen en mannen? Wie komt voor hen op? Wat wettigt de tussenkomst in Iran?”

Helaas werden zijn bedenkingen en de discussie al vlug gestopt met een welles-nietesspel.

Zijn opmerkingen werden losjes weggewuifd met zinnen als ‘We leven nu eenmaal in andere tijden met andere machtsstructuren…’ .

Beste lezer: je krijgt de neiging te knarsetanden bij dergelijke platitudes, alsof internationaal recht er niet toe doet en wetteloosheid het nieuwe normaal is waarin de Europese landen, behalve Spanje, gedwee in de rij lopen. Wij, België, als kleine garnaal, die het oorlogsspel wil meespelen met de grote vissen.

Wij zijn verder weg van huis dan ooit.

 

Mvg

 

Frauke J.

Comment

Comment

Frauke J.brief 121: ‘Waar zijn we in godsnaam mee bezig?’(2) Het volkstribunaal

Beste lezer,

 

Een tijd geleden las ik in de krant dat een kunstenaar veroordeeld werd omwille van oneerbare praktijken op het werk.

Over de aanpak en werkwijze van de kunstenaar bleken de meningen verdeeld: voor sommigen was zijn aanpak eigen aan zijn manier van werken volgens anderen ging de kunstenaar behoorlijk over de schreef. Deze laatsten spanden een rechtszaak aan. De kunstenaar pleitte voor vrijspraak maar liep een veroordeling op. Het gerecht deed zijn werk en bepaalde een strafmaat.

We noemen dit de rechtsgang, daarvoor bestaan deze instituten. En zelf lezer geloof ik nog altijd in deze rechtsgang.

Het wordt echter link wanneer ‘het volk’ er zich buiten de rechtszaal ook mee gaat bemoeien.

In nieuwsuitzendingen hoorde ik onmiddellijk na de veroordeling een pleidooi voor het verwijderen van het werk van de kunstenaar.  Het koninklijk paleis, sommige gemeenten en andere instanties meenden zich te  moeten verantwoorden voor het behoud van de kunstwerken. Er was sprake van duiding bij de werken. Sommigen benoemden zichzelf tot aanzwengelaar van het publieke debat: moeten we het werk van veroordeelde kunstenaars weghalen?

Bij mij kwamen spontaan deze gedachten op: ‘Waar zijn we in godsnaam mee bezig’ en ‘Hoever zijn we nog verwijderd van de boekverbranding, het beroepsverbod, de steniging en de stokslagen?’

Het gerecht doet zijn werk over de al dan niet gepleegde wandaden van een persoon. De persoon krijgt daarvoor een straf opgelegd, daarvoor dient een rechtszaak toch?

Daarnaast is er het oeuvre van een kunstenaar. Zijn kunstwerken in het licht van de veroordeling van de persoon van de kunstenaar plots anders geworden?  ‘het kwaad zelve’?

In onze, zogenaamde, beschaafde samenleving geven we geen fysieke stokslagen, is er geen steniging we kiezen voor, zogenaamd, beschaafde vernederingen zoals het weghalen van werk of, om het anders te zeggen: de kunstenaar in de vergeetput dumpen. In het beste geval laten we het werk hangen en kiezen we voor de levenslange brandmerking van de kunstenaar door er een duiding bij te hangen. En wat wordt er dan op een bordje geschreven ?

Indien dit ‘het nieuwe normaal’ wordt stel ik voor dat er ook op de naamkaartjes van alle fraudeurs, belastingontduikers, beliegers, bedriegers , huichelaars etc…een duiding staat.

Wees dus op uw hoede want wie zei ook alweer: ‘wie zonder zonde is werpe de eerste steen.’

 

Mvg

 

Frauke J.

Comment