soms maak ik wonderlijke reizen

al zijn die reizen nooit erg ver.

neem deze benauwende stad vol

wereldburgers tollend om hun eigen as

verschrikte kraaien troepen bijeen

in te nauwe straten en op volle pleinen.

‘overal vreemd overal thuis’ tracht ik

voorbij te trekken, een naamloze passant

die weet hoe zomers bloeien, een te vroeg verdord blad

op meters afstand ziet maar hier te kort schiet

dwalend tussen straat en steeg de hemel zoekt.

soms reis ik in gedachten

de dingen gaan er als vanzelf

wakker worden in een geruststellend

dichtbij waar de knotwilg

steenman in het landschap wordt

hier ben ik weer wie ik was, ooit

maar ook gisteren, vandaag, nu.

uit: Lichtende kamers- Besloten hofjes, 2016 (n.a.l.v. gedichtendag ook verschenen in Meander)

Comment